Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-04
ECLI:NL:RBDHA:2025:23287
Civiel recht; Personen- en familierecht
Mondelinge uitspraak
2,022 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:23287 text/xml public 2026-03-06T12:46:14 2025-12-08 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-11-04 C/09/693069 / KG ZA 25-1012 Uitspraak Mondelinge uitspraak Proces-verbaal NL Den Haag Civiel recht; Personen- en familierecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:23287 text/html public 2025-12-08T12:59:54 2026-03-06 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:23287 Rechtbank Den Haag , 04-11-2025 / C/09/693069 / KG ZA 25-1012 PV mondelinge uitspraak kort geding, voorlopige ondertoezichtstelling kinderen. Rechtbank den haag Team handel - voorzieningenrechter zaak- / rolnummer: C/09/693069 / KG ZA 25-1012 ( KG) en C/09/694144 / JE RK 25-1889 ( VOTS ) Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding ter zitting van 4 november 2025 in de zaak van [de moeder] te [woonplaats] , eiseres, advocaat mr. D. Abd Rabou te Hoofddorp, tegen: [de vader] te [woonplaats] , gedaagde, advocaat mr. R.W. van den Hoek te Leiden. Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘de moeder’ en ‘de vader’. Aanwezig is mr. S.J. Hoekstra-van Vliet, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A.M. van der Wal-de Zoeten, griffier. Tevens zijn aanwezig de moeder, vergezeld door mr. C. Schouten (waarnemend voor mr. D. Abd Rabou), de vader, vergezeld van zijn advocaat en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad). Nadat partijen hun standpunten hebben toegelicht, over en weer hebben gereageerd op de standpunten van de wederpartij en vragen van de voorzieningenrechter hebben beantwoord, heeft de voorzieningenrechter de zitting voor korte tijd geschorst. Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt. 1 De gronden van de beslissing Feiten 1.1. Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad. Zij zijn de ouders van [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2014 te [geboorteplaats 1] (hierna: [minderjarige 1] ) en [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2016 te [geboorteplaats 2] (hierna: [minderjarige 2] ). De ouders zijn gezamenlijk belast met het gezag over [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . 1.2. Bij beschikking van deze rechtbank van 9 september 2020 is, voor zover hier van belang, bepaald dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben en is er een zorgregeling vastgesteld tussen de vader en de kinderen, waarbij de kinderen eens per veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school en ook iedere woensdagmiddag uit school tot donderdagochtend naar school bij de vader verblijven. In de beschikking is ook een regeling van de schoolvakanties en de feestdagen vastgesteld, waarbij de kinderen de helft van de tijd bij de moeder en de helft bij de vader verblijven. 1.3. De moeder is in hoger beroep gekomen van de beschikking van 9 september 2020, voor zover deze zag op de onderdelen van de zorgregeling. Het Gerechtshof Den Haag heeft in de beschikking van 30 juni 2021 de bestreden beschikking van de rechtbank Den Haag bekrachtigd en deze aangevuld met betrekking tot de verdeling van oudejaarsdag en nieuwjaarsdag, de aanvangs- en einddata van de schoolvakanties, en het halen en brengen van de kinderen. 1.4. De situatie tussen partijen is al lange tijd onrustig. Tussen partijen spelen diverse conflicten. De vader heeft in de afgelopen jaren meerdere meldingen bij Veilig Thuis gedaan, omdat hij zorgen heeft over de opvoedsituatie bij de moeder en haar nieuwe partner thuis. In 2021 is Jeugdbescherming betrokken geraakt en is er een ondertoezichtstelling voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uitgesproken, die tot 2023 heeft geduurd. Hierna is hulpverlening ingezet van onder meer [instelling 1] . 1.5. Veilig Thuis Hollands Midden (hierna: Veilig Thuis) heeft naar aanleiding van nieuwe meldingen van de vader (5 november 2024) en ook van de huisarts (13 december 2024) onderzoek gedaan. In de brief van 17 april 2025 heeft Veilig Thuis, voor zover hier van belang, aangegeven dat zij er ernstige zorgen zijn over de ontwikkeling van de kinderen. Zo heeft [minderjarige 1] aangegeven veel stress te ervaren als gevolg van de thuissituatie en onrust te voelen in zijn hoofd en heeft hij weinig vertrouwen dat de situatie blijvend zal veranderen. Ook [minderjarige 2] heeft aangegeven meerdere dingen niet als prettig te ervaren in beide gezinnen. Veilig Thuis heeft vervolgens geadviseerd dat er ondersteuning en begeleiding vanuit [instelling 2] wordt geboden. 1.6. Op dit moment is er vrijwillige hulpverlening door [instelling 3] en [instelling 2] betrokken. Op 6 november 2025 vindt de evaluatie van [instelling 2] plaats over de (mogelijkheden van) de hulpverlening aan de ouders en de kinderen. 1.7. [minderjarige 1] verblijft sinds 16 september 2025 bij de vader en heeft sindsdien nauwelijks nog contact gehad met de moeder. Het geschil 1.8. De moeder vordert in deze procedure , zakelijk weergegeven, dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de vader wordt veroordeeld binnen drie dagen na dit vonnis mee te werken aan de terugkeer van [minderjarige 1] naar de moeder, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 1.000,-- per dag met een maximum van € 20.000,-- en met veroordeling van de vader in de kosten. 1.9. Daartoe voert de moeder – samengevat – het volgende aan. [minderjarige 1] heeft volgens de beschikking van 9 september 2020 zijn hoofdverblijfplaats bij de moeder. De vader houdt [minderjarige 1] sinds medio september 2025 eenzijdig bij haar weg. Door de houding van de vader wordt [minderjarige 1] in een loyaliteitsconflict geplaatst en heeft de vader feitelijk ook een scheiding tussen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] teweeggebracht. Dit is niet in het belang van de kinderen. De vader voert verweer tegen het gevorderde. Voorlopige ondertoezichtstelling 1.10. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de Raad mondeling verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling van de kinderen, omdat de huidige situatie volgens de Raad een acute en ernstige bedreiging vormt voor de kinderen. De kinderen zijn verwikkeld in een jarenlange strijd tussen de ouders, waarbij inzet van zowel vrijwillige hulpverlening als eerdere gedwongen hulpverlening (OTS) er niet toe heeft geleid dat het de ouders is gelukt om gezamenlijk de situatie van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] structureel te verbeteren. Er is immers veel strijd tussen de partijen gebleven, de communicatie tussen partijen is nog altijd ernstig verstoord en het is niet te verwachten dat partijen zelf, al dan niet met vrijwillige hulpverlening, tot een oplossing komen. De vader heeft op de zitting ingestemd met de verzochte VOTS en de moeder heeft geen bezwaren aangevoerd tegen de VOTS. 1.11. De Raad heeft het mondelinge verzoek om een VOTS bij brief van 5 november 2025 schriftelijk bevestigd (zaak met kenmerk C/09/ 694144/ JE RK 25-1589). Inhoudelijke beoordeling Voorlopige ondertoezichtstelling (VOTS) 1.12. De verzochte VOTS is toewijsbaar. Hiertoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt. 1.13. Op basis van de processtukken en de mededelingen van partijen op de zitting is de voorzieningenrechter van oordeel dat er dringend en onmiddellijk hulpverlening nodig is. Er is sprake van complexe echtscheidingsproblematiek tussen de ouders. De kinderen worden belast met de strijd en beschuldigingen over en weer tussen hun ouders. Het is zorgelijk dat het de ouders tot op heden niet is gelukt om in het belang van de kinderen te werken aan hun problematiek en gezamenlijk tot afspraken te komen, terwijl de situatie bij voortduring zeer schadelijk is voor de kinderen. Inmiddels verblijft [minderjarige 1] al sinds 16 september 2025 bij de vader zonder noemenswaardig contact met de moeder en keert hij zich tegen de moeder. Het is ook zeer ernstig dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] nu gescheiden wonen, waarbij bovendien de kans bestaat dat [minderjarige 1] door zijn loyaliteitsconflict zich ook tegen [minderjarige 2] gaat keren. 1.14.