Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:22303
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,289 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:22303 text/xml public 2026-03-19T12:09:26 2025-11-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-11-25 NL25.43753 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:22303 text/html public 2025-11-26T11:31:43 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:22303 Rechtbank Den Haag , 25-11-2025 / NL25.43753 aanmerking van nationaliteit als onbekend i.p.v. als staatloos, geen procesbelang, Wet vaststellingsprocedure staatloosheid, beroep niet-ontvankelijk. RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht Zaaknummer: NL25.43753 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. M.S. Yap) en de minister van Asiel en Migratie, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 14 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser van 16 augustus 2022 ingewilligd. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. Eiser is geboren op [datum] 2003 en is van Palestijnse afkomst. Eiser heeft op 16 augustus 2022 een asielaanvraag ingediend. 2. Verweerder heeft bij het bestreden besluit eiser in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Verder heeft verweerder heeft in dit besluit overwogen dat eiser niet als staatloos wordt aangemerkt, maar dat zijn nationaliteit onbekend is. Redengevend daarvoor is dat eiser geen origineel individueel en familie uittreksel heeft overgelegd. 3. Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit voor zover daarin is overwogen dat hij niet als staatloos wordt aangemerkt, maar dat zijn nationaliteit onbekend is. Hij betoogt dat hij procesbelang heeft ten aanzien van een juiste registratie van zijn nationaliteit als staatloos. Hij verwijst daarbij naar werkinstructies 2020/19 (Palestijnen) en 2025/7 (Beoordelen evidente staatloosheid), waaruit volgt dat verweerder de beoordeling van staatloosheid uitvoert wanneer eiser hierom verzoekt in de asielprocedure. Daarnaast stelt hij te beschikken over de documentatie die volgens werkinstructie 2020/19 van belang is voor Palestijnen uit Syrië. Niet duidelijk is waarom deze documentatie niet had moeten leiden tot de conclusie dat sprake is van evidente staatloosheid. Daarmee is de motivering dat eiser niet als staatloos is aan te merken ontoereikend. 4. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft bij zijn beroep. 5. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat verweerder, zolang dit niet noodzakelijk is voor zijn beslissing, niet verplicht is om in het kader van een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd vast te stellen of een vreemdeling staatloos is. De asielprocedure is gericht op het al dan niet verstrekken van asielrechtelijke bescherming. Eiser heeft die bescherming verkregen met de afgifte van de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De asielprocedure richt zich niet op het vaststellen van staatloosheid bij een vreemdeling. Dit brengt met zich dat de asielprocedure en het beroep gericht tegen de inwilliging van de asielaanvraag niet de weg is om hierover te procederen. 6. Volledigheidshalve merkt de rechtbank op dat op 1 oktober 2023 de Wvs in werking is getreden. Via deze procedure kan eiser een verzoek indienen om zijn nationaliteit te wijzigen in de Basisregistratie Personen bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar hij staat ingeschreven. Het is voor eiser ook mogelijk, indien zijn asielprocedure onherroepelijk is, een civielrechtelijk verzoek in te dienen bij de rechtbank tot vaststelling van staatloosheid in de zin van de Wvs. 7. Eiser heeft geen procesbelang bij het door hem ingestelde tegen beroep tegen de inwilliging van zijn asielaanvraag. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. 8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 25 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over verzet Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden. Algemene wet bestuursrecht. Vreemdelingenwet 2000. Bijvoorbeeld de uitspraak van 7 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3385, en de uitspraak van 10 oktober 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2898. Wet vaststellingsprocedure staatloosheid.