Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:22193
Bestuursrecht
Voorlopige voorziening
931 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.46850
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], V-nummer: [v-nummer], verzoeker,
(gemachtigde: mr. S. Karkache),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister.
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de buiten behandelinstelling van de aanvraag van verzoeker om toepassing van artikel 64 Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dat kan een reden zijn om het bestreden besluit te schorsen. Deze vraag beantwoordt zij aan de hand van de gronden van verzoeker.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Procesverloop
2. Verzoeker heeft op 4 juli 2025 een aanvraag ingediend voor uitstel van vertrek op basis van artikel 64 Vw. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 25 september 2025 buiten behandeling gesteld omdat de aanvraag niet compleet is. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft met toepassing van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. Daarop is het onderzoek gesloten.
Beoordeling
3. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
3. Nu de minister heeft aangegeven zich niet te verzetten tegen toewijzing van de gevraagde voorziening en de voorzieningenrechter ook overigens geen beletselen ziet om deze toe te wijzen, wijst de voorzieningenrechter het verzoek toe.
4. De voorzieningenrechter veroordeelt de minister in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (één punt voor het indienen van het verzoekschrift, met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1).
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- gebiedt verweerder om zich te onthouden van iedere maatregel tot verwijdering of uitzetting buiten het grondgebied van Nederland van verzoeker totdat op het bezwaar is beslist;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten ad € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.G. van den Berg, griffier, en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.