Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-21
ECLI:NL:RBDHA:2025:22182
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
835 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.19000
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
v-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.S. Frickus),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft op 1 mei 2024 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Bij besluit van 14 mei 2024 heeft verweerder de aanvraag afgewezen als ongegrond.
Het door eiser ingestelde beroep tegen deze afwijzende beslissing is bij uitspraak van 21 augustus 2024 door deze rechtbank niet-ontvankelijk verklaard (ECLI:NL:RBDHA:2024:13420). De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 17 september 2024 het hoger beroep tegen deze uitspraak ongegrond verklaard.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. Nu verweerder hangende het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag een beslissing heeft genomen en eiser hiertegen separaat beroep heeft ingesteld, heeft eiser geen belang meer bij onderhavig beroep. De rechtbank zal het beroep tegen het niet tijdig beslissen dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
Beoordeling
3. De rechtbank stelt vast dat verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van eiser heeft besloten en dat alsnog heeft gedaan hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen. Daarmee is verweerder geheel aan het beroep van eiser tegemoetgekomen.
4. Hierin ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 437,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 875 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 437,50 (vierhonderdzevenendertig euro en vijftig cent).
Deze uitspraak is gedaan op 21 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Op grond van artikel 31 van de Vreemdelingenwet.
Algemene wet bestuursrecht.