Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-20
ECLI:NL:RBDHA:2025:22055
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,011 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/18492
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
V-nummer: [V-nummer] ,
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
(gemachtigde: mr. J. Visschers).
Procesverloop
Bij besluit van 17 oktober 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag om verlening van een mvv met het verblijfsdoel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij [naam 1] ' ongegrond verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Verweerder heeft op 29 oktober 2025 een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2025 op zitting behandeld. Eiseres en referent zijn, zonder voorafgaand bericht, niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 2008 en de Eritrese nationaliteit te hebben. Referent is haar gestelde vader, [naam 1] . Hij heeft verklaard dat eiseres zijn buitenechtelijke dochter is. Referent is in 2020 naar Nederland gekomen in het kader van nareis, omdat hij verblijf kreeg bij zijn dochter [naam 2] . Zijn andere kinderen [naam 3] , [naam 4] en [naam 5] zijn toen meegekomen. Voor eiseres was destijds geen aanvraag ingediend. Op 13 februari 2023 heeft referent voor eiseres een mvv gevraagd.
2. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen bij besluit van 1 september 2023 (het primaire besluit) en die beslissing bij het bestreden besluit gehandhaafd. De identiteit van eiseres is niet vast komen te staan door middel van officiële documenten. Er zijn verder geen indicatieve identificerende documenten overgelegd. De familierechtelijke relatie tussen eiseres en referent is ook niet aangetoond. Verder heeft verweerder overwogen dat zelfs als de identiteit van eiseres en de familierechtelijke relatie tussen haar en eiser zouden zijn aangetoond, eiseres niet voldoet aan de voorwaarden. Het staat namelijk ook niet vast dat eiseres feitelijk tot het gezin van referent behoort en dat zij dat in Eritrea ook heeft gedaan. Omdat van gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen eiseres en referent geen sprake is, heeft verweerder geen belangenafweging gemaakt.
3. Eiseres stelt in beroep dat zij afhankelijk is van referent, zowel financieel als emotioneel. Ondanks dat zij een buitenechtelijk kind is, willen vader en dochter dat hun rechten op grond van artikel 8 van het EVRM worden gerespecteerd. Ze konden niet eerder samenwonen, omdat referent met zijn vrouw en kinderen woonde. Er is geen bewijs van financiële ondersteuning beschikbaar, omdat de betalingen vanuit Nederland naar Eritrea niet via bankrekeningen kunnen verlopen. Referent en eiseres willen graag meewerken aan DNA-onderzoek.
De rechtbank oordeelt als volgt.
4. Verweerder kan een verblijfsvergunning voor verblijf als familie- of gezinslid aan het minderjarige biologische of juridische kind van een ouder met een Nederlandse verblijfsvergunning verlenen indien het minderjarige kind in het land van herkomst feitelijk behoorde tot het gezin van de ouder en onder het rechtmatige gezag van de ouder staat. Een kind behoort feitelijk tot het gezin van de ouder als tussen het kind en de ouder sprake is van gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Verweerder neemt in ieder geval aan dat er sprake is van familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM tussen ouders en hun uit een reëel huwelijk of niet-huwelijkse relatie geboren minderjarige kinderen. Indien hiervan geen sprake is neemt verweerder ook familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM aan tussen een minderjarig kind en zijn ouder als uit de feiten en omstandigheden volgt dat daadwerkelijk sprake is van hechte persoonlijke banden.
5. De rechtbank stelt vast dat verweerder bewijsnood heeft aangenomen voor wat betreft officiële identificerende documenten. Eiseres heeft echter ook geen indicatieve identificerende documenten overgelegd. De identiteit van eiseres is daarom nog altijd niet aangetoond. De familierechtelijke relatie tussen eiseres en referent is ook niet aangetoond. Zoals door verweerder is toegelicht in het bestreden besluit, is het mogelijk om een geboorteakte op te vragen. Uit openbare informatie volgt dat het in Eritrea verplicht is om een geboorte binnen 90 dagen te registreren bij de burgerlijke autoriteiten. Dat het wellicht niet gebruikelijk is om deze op te vragen, betekent niet dat niet van eiseres verwacht mag worden dat zij een geboorteakte kan overleggen.
6. Ook in het geval de identiteit van eiseres en de onderlinge familierechtelijk relatie wel zou zijn aangetoond, is niet gebleken dat eiseres feitelijk behoort dan wel behoorde tot het gezin van referent in het land van herkomst. Er liggen geen documenten of foto’s om dit aan te tonen. Uit de verklaringen van referent blijkt dat hij nooit heeft samengewoond met eiseres en dat hij haar twee keer per jaar zag. Referent woonde met zijn gezin en eiseres leefde compleet gescheiden van hen. Zij is opgevoed door haar moeder en heeft nooit feitelijk tot het gezin van referent behoort. Verder blijkt ook niet van hechte persoonlijke banden tussen referent en eiseres. Het gestelde telefonisch contact en de financiële ondersteuning zijn allereerst niet onderbouwd, maar zelfs als dit was aangetoond is het onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van hechte persoonlijke banden. Sporadisch telefonisch contact, ongeveer één keer per twee weken, en vier keer per jaar geld opsturen duiden hier niet op. Daarnaast wekt het bevreemding dat referent, toen hij werd geïnterviewd op de ambassade in Addis Abeba, is gevraagd naar zijn kinderen, maar daarbij niet heeft gesproken over eiseres. Ook dochter [naam 2] heeft bij haar nareis-aanvraag niets gemeld over een halfzus, terwijl referent stelt dat zijn hele gezin op de hoogte was van het bestaan van eiseres. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij feitelijk tot het gezin behoorde van referent.
7. In de gronden van beroep benadrukt eiseres nogmaals dat zij graag willen meewerken aan DNA-onderzoek. Gelet op het voorgaande worden zij daartoe terecht niet in de gelegenheid gesteld. Het staat eiseres en referent vrij om op eigen kosten een onderzoek op te starten, maar verweerder is hiertoe niet gehouden.
8. Het beroep is ongegrond.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 20 november 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Afschrift verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.
Machtiging tot voorlopig verblijf.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Zie artikel 3.14, aanhef en onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb).
Zie paragraaf B7/3.2.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
Zie paragraaf B7/3.8.1 van de Vc.