Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-21
ECLI:NL:RBDHA:2025:22004
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
526 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.7823
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker
geboren op [geboortedatum] ,van Turkse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. V.L. van Wieringen),
en
de minister van Justitie en Veiligheid, de minister
(gemachtigde: mr. J.R. Sotthewes- de Jonge).
Inleiding
1. Met het besluit van 4 maart 2024 heeft de minister aan verzoeker laten weten dat hij na 4 maart 2024 niet meer valt onder de RTB en zijn tijdelijke bescherming beëindigd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep, op 31 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker – vergezeld door zijn echtgenote en haar dochter –, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op zitting gesloten.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak met nummer NL24.35493, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard en het bestreden besluit is in stand gelaten. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. E.A. Ruiter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
NL24.35493