Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:21509
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,642 tokens
Volledig
ECLI:NL:RBDHA:2025:21509 text/xml public 2026-03-19T12:13:27 2025-11-14 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-11-12 NL25.21390 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:21509 text/html public 2026-03-19T12:12:34 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:21509 Rechtbank Den Haag , 12-11-2025 / NL25.21390 Asiel, problemen vanwege betrokkenheid bij HDP, documenten waarschijnlijk niet bevoegd opgemaakt en afgegeven, verklaringen over Newroz-viering 2020 niet aannemelijk geacht, beroep ongegrond RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.21390 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. O. Sarac), en de minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. W. Epema). Procesverloop Met het besluit van 6 mei 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond. Verder is bij het bestreden besluit een terugkeerbesluit uitgevaardigd en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De rechtbank heeft het beroep op 11 september 2025 in Breda op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, [tolk] als tolk en de gemachtigde van verweerder. Het onderzoek ter zitting is geschorst, om eiser in de gelegenheid te stellen contra-expertise te laten uitvoeren. Op 8 oktober 2025 heeft de gemachtigde van eiser via een bericht in het digitale dossier medegedeeld dat uitspraak kan worden gedaan. De rechtbank heeft het onderzoek vervolgens op 30 oktober 2025 gesloten. Beoordeling door de rechtbank 1. Eiser is geboren op [datum] 1980 en heeft de Turkse nationaliteit. Op 18 december 2022 heeft hij zijn asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft hij ten grondslag gelegd dat hij problemen heeft gehad vanwege zijn betrokkenheid bij HDP. Bestreden besluit 2. Verweerder heeft eisers nationaliteit, identiteit en herkomst geloofwaardig geacht. Ook heeft verweerder geloofwaardig geacht dat hij betrokken is bij HDP. Verweerder acht de problemen die zijn ontstaan door eisers betrokkenheid bij HDP niet geloofwaardig. Allereerst heeft eiser zijn verklaringen niet onderbouwd met documenten. Hij heeft namelijk niet aangetoond dat de overgelegde gerechtelijke documenten zich bevinden in UYAP en/of e-Devlet. Daardoor is niet vast te stellen dat deze documenten daadwerkelijk afkomstig zijn van de Turkse overheid. Bovendien ontbreekt een aantal documenten. De verklaring dat hij niet meer in e-Devlet kan komen omdat hij zijn wachtwoord niet kan resetten, wordt niet gevolgd. Hij had immers op andere manieren toegang tot het systeem kunnen krijgen of naar de ambassade kunnen gaan. Daarbij komt dat de overgelegde documenten tegenstrijdig zijn met de bekende landeninformatie. Dit volgt uit een onderzoek van TOELT. Eisers verklaring dat hij is gearresteerd tijdens de Newroz-viering in Diyarbakir in 2020 en dat hierbij 1,5 miljoen mensen aanwezig waren, is niet geloofwaardig. In 2020 is de viering namelijk door HDP afgelast vanwege de Corona-pandemie. De pandemie heeft een dusdanig grote impact gehad dat van eiser verwacht mocht worden dat hij hierover zou verklaren. Verder heeft eiser vaag en ongerijmd verklaard over het uitreisverbod. Ook werpt verweerder tegen dat hij naar Turkije is teruggekeerd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij bij terugkeer heeft te vrezen vanwege zijn betrokkenheid bij HDP. Hierbij is van belang dat hij slechts beperkt zijn politieke mening uit, slechts in beperkte mate betrokken is bij HDP en zijn problemen met HDP niet geloofwaardig zijn geacht. Tot slot heeft eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk ingediend. De asielaanvraag wordt daarom afgewezen als kennelijk ongegrond, op grond van artikel 31, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw. Standpunt van eiser 3. Eiser kan zich niet vinden in het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Eiser is betrokken bij HDP en heeft hierdoor problemen te vrezen. Hij heeft deelgenomen aan protesten en is hiervoor veroordeeld. Ter onderbouwing verwijst eiser naar een aantal gerechtelijke documenten en heeft hij een brief van [naam 1] en een brief van [naam 2] overgelegd. Met de vermelding in het voornemen dat de gerechtelijke documenten kopieën zijn van het UYAP-systeem, erkent verweerder impliciet dat de documenten afkomstig zijn uit het officiële Turkse systeem. Dat eiser niet heeft aangetoond dat de overgelegde documenten afkomstig zijn uit UYAP of e-Devlet, omdat hij geen inzage heeft gegeven in die systemen, is niet in lijn met de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Den Haag, van 30 juli 2021. In het geval van eiser bevatten de documenten de juiste uiterlijke kenmerken. Dat eiser de documenten via zijn advocaat heeft verkregen, betekent niet dat ze niet authentiek zijn. Eiser betwist verder het rapport van TOELT en stelt dat TOELT niet als een ervaringsdeskundige kan worden aangemerkt. Hierbij wordt verwezen naar een uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 13 februari 2025. Hij heeft bovendien geen Turks telefoonnummer of Turkse bankrekening en kan daarom niet op andere manieren inloggen in het systeem e-Devlet. Hij kan niet naar de Turkse ambassade, omdat hij is veroordeeld en het risico bestaat dat zij zijn identiteit doorgeven aan de Turkse autoriteiten. 4. Verder kon eiser zich tijdens het gehoor niet goed uitdrukken, waardoor hij zich niet realiseerde dat specifiek werd gevraagd naar het aantal aanwezigen bij de Newroz-viering van 2020. Hierbij spelen zijn concentratieproblemen, de taalbarrière, de afhankelijkheid van de tolk en stress een rol. Voor eiser stond bovendien niet de pandemie, maar de arrestatie, detentie en veroordeling centraal. Dat hij niet heeft stilgestaan bij de Coronacrisis, maakt niet dat hierdoor zijn relaas ongeloofwaardig is. Hij heeft bovendien foto’s overgelegd waarop mensen met mondkapjes en afzetlinten te zien zijn. Dit bevestigt dat eiser daadwerkelijk heeft deelgenomen aan de Newroz-viering. Eiser heeft hierbij een brief overgelegd van [naam 1] en [naam 2] . 5. Verder heeft eiser verklaard dat een persoon die hij vertrouwde hem heeft verteld dat het uitreisverbod mogelijk was opgeheven. Hij was zich bewust van het risico, maar de suggestie dat het veilig was en het verlangen om zijn vriendin in Nederland te zien, gaf hem aanleiding te proberen Turkije te verlaten. Hij is destijds uit Turkije vertrokken om zijn vriendin te bezoeken. Hij had vertrouwen in het hoger beroep en pas nadat hij weer in Nederland terug was werd hem verteld dat zijn veroordeling in hoger beroep was bevestigd. Hij had echter geen vertrouwen in de rechtbank en is daarom niet verschenen op de zitting bij de rechtbank in eerste aanleg. Daarnaast kan niet worden tegengeworpen dat eiser zijn asielaanvraag niet zo spoedig mogelijk heeft ingediend. Hij had bij zijn inreis in Nederland niet de intentie om asiel aan te vragen. Zijn doel was om samen met zijn vriendin terug te keren naar Turkije, waar zijn zoon en ouders wonen. De bevestiging van de veroordeling in hoger beroep was een emotionele klap voor eiser en hij had tijd nodig om deze informatie te verwerken en na te denken wat hij moest doen. Tot slot had het inreisverbod niet opgelegd mogen worden, nu eiser een vriendin heeft in Nederland. De rechtbank oordeelt als volgt. Documenten en deskundigheid TOELT 6. Verweerder heeft niet ten onrechte geen waarde gehecht aan de door eiser overgelegde documenten, waaronder het vonnis, een verzoek tot tenuitvoerlegging van het vonnis, een arrestatiebevel en een huiszoekingsbevel. In het verweerschrift is gemotiveerd dat het onderzoek heeft plaatsgevonden door TOELT, omdat zij de expertise hebben op het gebied van landeninformatie en tactisch onderzoek (onderzoek naar verschijningsvormen, bevoegdheden van functionarissen en wet- en regelgeving) naar Turkse documenten. Naar het oordeel van de rechtbank kan TOELT daarom worden aangemerkt als deskundige.
Volledig
Uit het onderzoek van TOELT is gebleken dat de door eiser overgelegde documenten strijdig zijn met de bekende landeninformatie. Verder volgt uit de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 11 september 2025 dat de documenten in opmaak en afgifte afwijken van het beschikbare vergelijkingsmateriaal en dat de documenten (hoogst)waarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. Eiser is in de gelegenheid gesteld om contra-expertise te laten uitvoeren, maar hij heeft hiervan geen gebruik gemaakt. De verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank van 30 juli 2021 leidt niet tot een ander oordeel, nu verweerder in het geval van eiser onderzoek heeft gedaan naar de documenten en voldoende heeft gemotiveerd dat deze documenten afwijken van de beschikbare landeninformatie en (hoogst)waarschijnlijk niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven. 7. De stelling van eiser dat hij geen toegang kan krijgen tot e-Devlet omdat hij geen Turks telefoonnummer heeft, wordt ook niet gevolgd. Uit het bestreden besluit volgt dat eiser de mogelijkheid heeft om via de Turkse ambassade een nieuw wachtwoord aan te maken en daarmee opnieuw toegang kan krijgen tot het systeem. De stelling van eiser dat hij heeft te vrezen voor de autoriteiten, maakt niet dat van eiser niet verwacht kan worden dat hij inspanningen verricht om zijn asielrelaas met originele documenten te onderbouwen. Daarbij komt dat eiser ter zitting zelf heeft verklaard dat hij zijn telefoonnummer heeft weggegooid. Verweerder heeft zich ter zitting terecht op het standpunt gesteld dat dit voor eisers eigen risico komt. Newroz-viering 8. Verweerder stelt zich niet ten onrechte en voldoende gemotiveerd op het standpunt dat eiser vaag en ongerijmd heeft verklaard over de Newroz-viering in 2020. Verweerder heeft terecht betrokken dat uit openbare bronnen is gebleken dat deze viering is afgelast door HDP. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat het ongerijmd is dat eiser desondanks naar deze viering is gegaan en dat hierbij 1,5 miljoen mensen aanwezig zouden zijn geweest. De stelling van eiser dat hij bij het afleggen van zijn verklaring niet begrepen had dat het ging om de viering uit 2020 wordt niet gevolgd. Uit het nader gehoor blijkt dat verweerder specifiek gevraagd heeft naar de viering in 2020 en wat de reden was dat de politie op die dag ingreep. Hierop is niet teruggekomen in de correcties en aanvullingen. Ook blijkt niet uit het gehoor of de correcties en aanvullingen dat eiser problemen heeft ervaren met de tolk of dat hij zich niet kon concentreren vanwege stress. Bovendien heeft eiser zijn verklaringen in het aanvullend gehoor bevestigd. Eiser is hierbij ook geconfronteerd met het feit dat uit de openbare bronnen volgt dat die viering is afgelast. Legale uitreis ten terugkeer naar Turkije 9. Verweerder heeft niet ten onrechte overwogen dat eiser vaag en ongerijmd heeft verklaard over het uitreisverbod en de reden waarom hij is teruggekeerd naar Turkije. Eiser heeft zelf verklaard dat hij niet zeker wist of het uitreisverbod was opgeheven. Verweerder heeft dan ook voldoende gemotiveerd waarom het ongerijmd is dat eiser desondanks heeft besloten op legale wijze Turkije te verlaten. Bovendien heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat niet wordt ingezien waarom eiser zijn hoger beroep niet in Nederland heeft afgewacht, maar is teruggekeerd naar Turkije, terwijl hij stelt het risico te lopen onterecht in de gevangenis te belanden. 10. Gelet op het voorgaande heeft verweerder niet ten onrechte de problemen vanwege eisers betrokkenheid bij HDP niet geloofwaardig geacht. De door eiser overgelegde brieven leiden niet tot een ander oordeel. Niet is onderbouwd op welke informatie deze brieven zijn gebaseerd en waaruit blijkt dat deze informatie betrouwbaar is. Vrees bij terugkeer 11. Verweerder heeft terecht de vrees voor vervolging niet aannemelijk geacht. Hierbij is van belang dat de gestelde problemen niet ten onrechte niet geloofwaardig zijn geacht. Verder heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eiser slechts beperkt zijn politieke mening uit. Eiser heeft bovendien niet onderbouwd dat hij financiële steun biedt of heeft geboden aan politiek activisten. Kennelijk ongegrond 12. Verweerder heeft de asielaanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond. Dat eiser na het vernemen van de uitkomst in hoger beroep tijd nodig had, maakt niet dat van eiser niet verwacht kon worden dat hij zich binnen korte tijd hierna zou wenden tot de autoriteiten om asiel aan te vragen. Inreisverbod 13. Gelet op het voorgaande heeft verweerder aan eiser een vertrektermijn kunnen onthouden op grond van artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw. Verweerder was daarom gehouden om een inreisverbod op te leggen op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw. Eiser heeft zelf verklaard dat de relatie met zijn vriendin is beëindigd. Ter zitting heeft eiser dit bevestigd. Verweerder heeft daarom geen aanleiding hoeven zien om af te zien van het opleggen van het inreisverbod. Conclusie en gevolgen 14. Verweerder heeft de terecht aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond, een vertrektermijn onthouden en een inreisverbod uitgevaardigd. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan op 12 november 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. Deze uitspraak is bekendgemaakt op: Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Team Onderzoek en Expertise Land en Taal. Vreemdelingenwet 2000. ECLI:NL:RBDHA:2021:15917. ECLI:NL:RBDHA:2025:2151. Artikel 66a, achtste lid, van de Vw.