Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:21343
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,158 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.52916
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R.C. van den Berg),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. G.T. Cambier).
Procesverloop
Verweerder heeft op 18 september 2025 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld. Daarbij heeft hij verzocht om schadevergoeding.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek op 5 november 2025 gesloten.
Overwegingen
1. Eiser stelt de Algerijnse nationaliteit te hebben en te zijn geboren op [datum] 1994.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 24 september 2025 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom staat nu alleen ter beoordeling of de maatregel van bewaring rechtmatig is vanaf het moment van het sluiten van het onderzoek in dat beroep op 24 september 2025.
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Verweerder heeft pas op 14 oktober 2025 een verzoek om een lp bij DIA ingediend, terwijl de maatregel van bewaring al op 18 september 2025 is omgezet vanwege de intrekking van zijn asielaanvraag. Eiser verwijst naar een uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 7 maart 2022.
5. Op verweerder rust een inspanningsverplichting om voortvarend te blijven werken aan de uitzetting van eiser. Of daarvan sprake is, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval en wordt beoordeeld aan de hand van het geheel aan uitzettingshandelingen die verweerder heeft verricht. Indien verweerder zonder goede reden langere tijd stilzit, is hoe dan ook geen sprake van voldoende voortvarendheid. Uit het verweerschrift blijkt dat op 18 september 2025 een lp-aanvraag is verzonden naar DIA. Dit is echter niet goed door DIA ontvangen, vanwege een systeemfout. Op 14 oktober 2025 is deze systeemfout ontdekt en hierna is de lp-aanvraag alsnog zo snel mogelijk ingediend bij DIA. De rechtbank acht de door verweerder opgegeven reden van de opgetreden vertraging in het versturen van de lp-aanvraag afdoende en volgt niet de stelling van eiser dat verweerder daarom onvoldoende voortvarend heeft gehandeld. Verder heeft verweerder in de tussenliggende periode twee vertrekgesprekken met eiser gevoerd, namelijk op 18 september 2025 en 14 oktober 2025. Gelet op deze omstandigheden heeft verweerder niet onvoldoende voortvarend gehandeld.
6. De rechtbank is van oordeel dat, ook ambtshalve, niet is gebleken dat het voortduren van de maatregel tot het moment van het sluiten van het onderzoek op enig moment onrechtmatig was.
7. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 november 2025 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. E.C. Jacobs, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
ECLI:NL:RBDHA:2025:17519.
Laissez-passer.
ECLI:NL:RBDHA:2022:2040.