Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:21173
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
935 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.11788
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , [v-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. J. de Jong),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: P. Ozturk).
Procesverloop
Bij besluit van 13 maart 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiseres tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) afgewezen.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij bericht van 22 oktober 2025 heeft verweerder gemeld dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken.
Desgevraagd hebben partijen verklaard dat zij geen gebruik willen maken van het recht om ter zitting gehoord te worden. De rechtbank heeft vervolgens bepaald dat de geplande behandeling van het beroep op de zitting van 18 december 2025 achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten op 3 november 2025.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres nog procesbelang heeft bij haar beroep.
2. Bij bericht van 22 oktober 2025 heeft verweerder aangegeven dat eiseres op 10 oktober 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Ter onderbouwing hiervan heeft verweerder een screenshot van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) overgelegd. Niet is gebleken dat zij zich inmiddels weer heeft gemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, het COA, de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel of de Dienst Terugkeer en Vertrek. De gemachtigde van eiseres heeft bij bericht van 30 oktober 2025 aangegeven dat zij geen contact meer heeft met eiseres.
3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662, volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit moet worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt. In dat geval wordt in beginsel aangenomen dat hij nog wel prijs stelt op bescherming in Nederland.
4. Nu eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en geen contact meer onderhoudt met haar gemachtigde, moet ervan uit worden gegaan dat zij geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Gelet hierop heeft zij geen rechtens te beschermen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar beroep.
5. Het beroep zal wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.E.M. Wilbers-Taselaar, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B.C. Hoeksel, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.