Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-28
ECLI:NL:RBDHA:2025:21136
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
816 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.32232 en NL25.32234
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker] (verzoeker) en [verzoekster] (verzoekster),
en hun zes minderjarige kinderen
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] , [minderjarige 3] , [minderjarige 4] , [minderjarige 5] en [minderjarige 6] .
V- nummers: [V-nummer] (verzoeker) en [V-nummer] (verzoekster)
V-nummers kinderen: [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] , [V-nummer] ,
[V-nummer] , [V-nummer]
(gemachtigde: mr. J. Sinnema), en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister (gemachtigde: mr. R.P.G. van Bel).
Procesverloop
Verzoekers hebben herhaalde aanvragen ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met de bestreden besluiten van 15 juli 2025 deze aanvragen niet-ontvankelijk verklaard. Verzoekers hebben hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de behandeling van het beroep (zaaknummers NL25.32231 en NL25.32233), op 20 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekers, de gemachtigde van verzoekers, O. Ilmi als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL25.32231 en NL25.32233, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Omdat de rechtbank in de beroepen toepassing heeft gegeven aan artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en om die reden de minister heeft veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten in beroep, veroordeelt de voorzieningenrechter de minister tot vergoeding van de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze vergoeding bedraagt € 907,--, omdat de gemachtigde van verzoekers een verzoekschrift heeft ingediend. De voorzieningenrechter beschouwt de verzoeken vanwege de inhoud als samenhangende zaken1. Daarom blijft de hoogte van de vergoeding beperkt tot het bedrag dat in één zaak zou worden toegekend.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af;
veroordeelt de minister tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoekers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.M.A.F.C. Lienaerts, griffier.
1. In de zin van artikel 3 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
28 oktober 2025
Documentcode: [Documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.