Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-05
ECLI:NL:RBDHA:2025:20978
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
504 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.38735 en NL25.6611
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , verzoekster en [verzoeker] , verzoekerV-nummers: [V-nummer 1] en [V-nummer 2]
(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
hierna tezamen: verzoekers
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. J. van Raak).
Procesverloop
Bij afzonderlijke besluiten van 4 december 2023 (het bestreden besluit 1) en 5 februari 2025 (het bestreden besluit 2) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL23.38734 en NL25.6610, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen van verzoekers. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 5 november 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) en artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder g, van de Vw.