Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-29
ECLI:NL:RBDHA:2025:20779
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,710 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL24.1789 en NL24.1790
[V-Nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres] , eiseres
(gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en
de minister van Asiel en Migratie
, de minister
(gemachtigde: mr. C.A. van Es).
Samenvatting
1.1.
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij [referent] (referent)’. Eiseres is het niet eens met de afwijzing van de aanvraag. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank/de voorzieningenrechter (de rechtbank) de afwijzing van de aanvraag.
1.2.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep ongegrond is en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2.1.
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor het verblijfsdoel ‘Verblijf als familie- of gezinslid bij referent’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 2 februari 2023 afgewezen. Met het bestreden besluit van
21 december 2023 op het bezwaar van eiseres is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. De minister heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 25 september 2025 samen met het verzoek om een voorlopige voorziening hangende dit beroep, op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.
Beoordeling
Wat ging er aan deze procedure vooraf?
3.1.
Eiseres heeft de Venezolaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1990. Op
8 december 2022 heeft eiseres een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als doel verblijf bij referent. Referent is geboren op 18 augustus 1979 en heeft de Nederlandse nationaliteit. Eiseres heeft referent begin februari 2012 leren kennen op Aruba en op 3 juni 2019 is eiseres met hem getrouwd. Zij hebben samen 10,5 jaar op Aruba gewoond en sinds 16 september 2022 wonen zij samen in Nederland. Eisers wenst het familieleven in Nederland voort te zetten.
3.2.
In het primaire besluit heeft de minister de aanvraag afgewezen, omdat eiseres niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet in aanmerking komt voor vrijstelling van dit vereiste op grond van artikel 8 van het EVRM. Het vasthouden aan het mvv-vereiste is niet onevenredig hard, aldus de minister. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
3.3.
In het bestreden besluit heeft de minister het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. De minister stelt zich op het standpunt dat eiseres en referent weliswaar familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM hebben in Nederland, maar dat de belangenafweging in het nadeel van eisers uitvalt. Om die reden is de weigering van de gevraagde verblijfsvergunning aan eiseres niet in strijd met artikel 8 van het EVRM. Verder stelt de minister dat geen sprake is van privéleven in de zin van artikel 8 van het EVRM. Ook is er geen sprake van vrijstelling van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule. Eiseres heeft volgens de minister namelijk niet aangetoond dat sprake is van bijzondere, persoonlijke feiten en omstandigheden en niet is gebleken dat eiseres aan alle inhoudelijke voorwaarden voor verlening van de verblijfsvergunning voldoet, omdat zij niet heeft aangetoond dat de middelen van bestaan van referent duurzaam zijn.
Evenredigheid
5.1.
Eiseres beroept zich op het evenredigheidsbeginsel. Bij de toetsing aan dit beginsel dient een afweging te worden gemaakt tussen de geschiktheid, de noodzakelijkheid en de proportionaliteit van het bestreden besluit. Volgens eiseres is het mvv-vereiste niet geschikt om het beoogde doel te bereiken, namelijk het handhaven van ordelijke grenscontroles en het uitstellen van de toegang van de betrokken vreemdeling tot het land. Eiseres kan als Venezolaanse staatsburger, vrij zonder visum naar Nederland reizen. Dit heeft zij ook gedaan op 16 september 2022. Bovendien heeft zij op 8 december 2022 haar aanvraag voor verblijf bij haar familie en gezin ingediend, tijdens haar legale verblijf. In dit specifieke geval ontbreekt dus volstrekt de noodzaak van het mvv-vereiste.
5.2.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat het mvv-vereiste zoals neergelegd in de nationale regelgeving op zichzelf genomen niet in strijd is met het doel en het nuttig effect van de Gezinsherenigingsrichtlijn. Ook uit het arrest [naam] volgt dat het mvv-vereiste op zichzelf genomen niet in strijd is met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel. Daarnaast heeft eiseres niet toegelicht waarom het mvv-vereiste in haar geval onevenredig zou zijn. Eiseres heeft namelijk geen feiten en omstandigheden aangevoerd die maken dat het onevenredig bezwarend zou zijn om vast te houden aan het mvv-vereiste. Het feit dat eiseres, gelet op haar Venezolaanse nationaliteit, visumvrij Nederland in en uit kan reizen, maakt niet dat zij niet mvv-plichting is. Eiseres moet namelijk, op basis daarvan, na 90 dagen vertrekken. Het is niet mogelijk om een aanvraag in te dienen voor een verblijfsvergunning op basis van het feit dat eiseres visumvrij Nederland is ingereisd. De grond dat in het geval van eiseres het stellen van het mvv-vereiste in strijd is met het Unierechtelijk evenredigheidsbeginsel, slaagt daarom niet.
Artikel 8 van het EVRM
6.1.
Eiseres stelt dat het vasthouden aan het mvv-vereiste door de minister haar recht op familie- en gezinsleven in de zin van artikel 8 van het EVRM voor een onaanvaardbaar lange periode zal schenden. Eiseres wordt namelijk gedwongen om voor een aanzienlijke periode, mogelijk zelfs jarenlang, gescheiden te zijn van haar echtgenoot, wat in strijd is met artikel 8 van het EVRM. Het is onrechtvaardig dat eiseres wordt gedwongen terug te keren naar Venezuela in afwachting van de toewijzing van een mvv, terwijl zij als Venezolaanse staatsburger vrij is om naar Nederland te reizen zonder visum. Dit handelen van de minister is niet alleen onredelijk, maar getuigt tevens van onevenredige hardheid door in de belangenafweging geen rekening te houden met het feit dat eiseres en referent elkaar al kennen sinds 2012 en dat zij hun relatie in 2019 hebben bezegeld door in het huwelijk te treden.
6.2.
De rechtbank volgt eiseres niet in dit standpunt en is van oordeel dat de minister wel voldoende heeft meegewogen dat eiseres gehuwd is met referent en dat zij elkaar al kennen sinds 2012. De minister heeft verder in de belangenafweging mogen betrekken dat eiseres familie- en gezinsleven is gaan uitoefenen met referent zonder verblijfsvergunning en dat de gevolgen van deze keuze voor haar eigen rekening komen. Ook heeft de minister in het nadeel van eiseres mogen wegen dat zij vrijwel haar hele leven in Venezuela heeft gewoond, daar naar school is gegaan en heeft gewerkt. Daarnaast heeft de minister niet ten onrechte overwogen dat geen sprake is van een objectieve belemmering om naar Venezuela terug te keren. Eiseres heeft haar stelling dat zij en referent gevaar lopen bij terugkeer naar Venezuela, gelet op haar politieke overtuigingen, namelijk geenszins onderbouwd door middel van objectieve en verifieerbare bewijsstukken. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat haar familieleden in het bezit zijn gesteld van een politieke asielvergunning in de Verenigde Staten, maar eiseres heeft dit evenmin aangetoond. Verder is niet gebleken dat eiseres geen sociaal netwerk heeft in Venezuela, dan wel dat niet meer zou kunnen opbouwen. Gelet op het voorgaande heeft de minister naar het oordeel van de rechtbank in het bestreden besluit een evenwichtige belangenafweging gemaakt. Dit betekent dat er geen strijd is met artikel 8 van het EVRM.
7. De rechtbank is verder van oordeel dat de minister eiseres niet heeft hoeven vrijstellen van het mvv-vereiste op grond van de hardheidsclausule, omdat eiseres niet heeft onderbouwd dat sprake is van voldoende bijzondere omstandigheden.
Conclusie
8. Het beroep is daarom ongegrond. De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N. Boonstra, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.C.M. Schilder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Zaak NL24.1790.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de Afdeling van 8 april 2013, ECLI:NL:RVS:2013:BZ7683 en van 29 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1001.
Arrest van het Hof van Justitie van 7 augustus 2018, ECLI:EU:C:2018:632.