Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-04
ECLI:NL:RBDHA:2025:20580
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
898 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.45037
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Deniz),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij het besluit van 16 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen, omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 6:5, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb bevat het beroepschrift de gronden van beroep. Indien niet is voldaan aan artikel 6:5 van de Awb, kan ingevolge artikel 6:6 van de Awb het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard, mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn.
2. Eiser heeft geen gronden van beroep vermeld in het beroepschrift van 17 september 2025. De rechtbank heeft eiser om deze reden bij bericht van (vrijdag) 19 september 2025 verzocht om de gronden alsnog binnen vijf werkdagen (dus uiterlijk op vrijdag 26 september 2025) in te dienen. Daarbij is aan eiser medegedeeld dat het beroep anders niet-ontvankelijk kan worden verklaard. Er zijn daarop gronden van beroep ingediend door eiser op (zaterdag) 27 september 2025. Vervolgens heeft de rechtbank eiser op 16 oktober 2025 de gelegenheid geboden om toe te lichten waarom de gronden van beroep niet tijdig zijn ingediend. Op 17 oktober 2025 heeft de gemachtigde van eiser gemeld dat uit de onderwerpregel van het verzuimbericht volgt dat de vervaldatum van het herstellen van het verzuim 27 september 2025 is. De gronden van beroep zijn op deze datum ingediend door gemachtigde.
3. De rechtbank is van oordeel dat niet is gebleken dat het verzuim verschoonbaar is. Uit de berichtgeving van 16 oktober 2025 volgt dat de termijn vijf werkdagen is. De laatste dag voor het herstellen van dit verzuim was 26 september 2025. De mogelijkheid tot herstel van verzuim is komen te vervallen op 27 september 2025. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
4. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 4 november 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
Op grond van artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Dit volgt ook uit artikel 8.9, tweede lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken per 1 juli 2025.