Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-11-04
ECLI:NL:RBDHA:2025:20465
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
529 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.27025
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam] , verzoeker,
geboren op [geboortedatum]
van Britse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer] ,
(gemachtigde: mr. F.A. Broersma),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. G. Dreijer).
Inleiding
1. Verzoek heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier met als verblijfsdoel ‘arbeid als zelfstandige’. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 24 maart 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 3 juni 2025 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 22 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van de minister. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Beoordeling
2. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak NL25.27024, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het beroep is daarbij ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Vegter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.