Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-08-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:20123
RECHTBANK DEN HAAG Bestuursrecht zaaknummer: SGR 24/6413 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 augustus 2025 in de zaak tussen [eiser] , uit [woonplaats] , eiser en het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder (gemachtigde: [naam] ). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag voor de individuele inkomenstoeslag (hierna: de toeslag) op grond van de Participatiewet (Pw). 1.1. Verweerder heeft de aanvraag met het primaire besluit van 28 februari 2024 afgewezen. 1.2. Met het bestreden besluit van 3 juni 2024 op het bezwaar van eiser is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. 1.3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 1.4. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.5. De rechtbank heeft het beroep op 10 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van verweerder. Totstandkoming van het besluit 2. Eiser heeft op 29 januari 2024 de toeslag aangevraagd. Bij primair besluit heeft verweerder de aanvraag afgewezen omdat eiser niet aan alle voorwaarden voldoet. Met het bestreden besluit heeft verweerder het primaire besluit gehandhaafd. Eiser volgt een opleiding en/of heeft in de afgelopen 36 maanden een opleiding gevolgd. Het doel van de toeslag is volgens verweerder om een financiële ondersteuning te leveren aan mensen met een langdurig laag inkomen zonder uitzicht op inkomensverbetering. Mensen die in de referteperiode een opleiding hebben gevolgd zijn uitgesloten van de toeslag. De wetgever gaat er van uit dat mensen die een studie hebben gevolgd perspectief hebben op verbetering van hun inkomen en horen daarom niet tot de doelgroep. De referteperiode van drie jaar loopt van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2023 en verweerder heeft uit het dossier van eiser opgemaakt dat hij toen de WO-bacheloropleiding Bouwkunde volgde. Ook heeft eiser een Wajong-uitkering. Volgens verweerder betekent dit laatste niet zonder meer dat eiser zijn inkomenspositie niet kan verbeteren. Voor aanvulling van het sociaal minimum is de toeslag niet bedoeld, en eiser heeft de mogelijkheid om gebruik te maken van andere regelingen. Verweerder heeft voorts in het licht van het evenredigheidsbeginsel overwogen dat de afwijzing niet resulteert in een acute noodsituatie. Eiser heeft niet onderbouwd met objectieve, verifieerbare stukken dat hij onder het sociaal minimum leeft. Ook heeft eiser de afgelopen anderhalf jaar € 2.700,- aan energietoeslagen ontvangen. De afwijzing vindt verweerder in overeenstemming met het doel van de toeslag en is derhalve proportioneel. Beoordeling door de rechtbank 3. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de aanvraag voor de toeslag. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. Wat vindt eiser? 4. Volgens eiser hanteert verweerder niet de maatstaven die vermeld staan op de website, eiser heeft daar onder de voorwaarden niet teruggelezen dat het volgen van een studie een afwijzingsgrond is. Ook toont verweerder geen sympathie voor de afgewezen aanvraag noodfonds energie. Eiser meent dat dit niet aan hem te wijten is, maar aan een websitestoring. Verweerder houdt zich evenmin aan het eigen beleid met betrekking tot wonen. Bovendien vraagt verweerder herhaaldelijk om dezelfde documenten die reeds aangeleverd zijn. Eiser ervaart dit als pestgedrag. Eiser stelt dat er sprake is van een persoonlijk faillissement. Twee jaar geleden heeft eiser een nieuwe start gemaakt in Den Haag nadat hij in Eindhoven verwikkeld was geraakt in procedures over achterstallig onderhoud aan zijn woning. Eiser heeft geprobeerd een eigen onderneming te starten, wat niet is gelukt. Eiser heeft chronische rugklachten en het is volgens hem onmogelijk mee te doen in het traditionele systeem. Volgens eiser wordt hij gediscrimineerd op leeftijd en handicap; enkele buren hebben wel de toeslag ontvangen, maar zij betalen minder huur terwijl hun woning qua vierka