Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-10-22
ECLI:NL:RBDHA:2025:19840
Rechtbank DEN HAAG Team belastingrecht zaaknummer: SGR 24/9384 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 22 oktober 2025 in de zaak tussen [eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser (gemachtigde: I.N.D.J. Rissema, LLB), en de heffingsambtenaar van gemeente Den Haag, verweerder. Procesverloop Verweerder heeft in 2023 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 23 oktober 2024 de naheffingsaanslag gehandhaafd. Gemachtigde heeft daartegen beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Gemachtigde heeft voor de zitting nadere stukken ingediend. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 september 2025. De onderhavige zaak is gelijktijdig met 109 andere zaken van gemachtigde behandeld. Namens eiser is verschenen zijn gemachtigde en diens kantoorgenoot, [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.S. Veenstra, mr. F.M.A. van der Zwaag en [naam 2] . Gemachtigde heeft voorafgaand aan de zitting de rechtbank verzocht om de behandeling van de zaken aan te houden. Als reden hiervoor heeft gemachtigde, kort gezegd, aangevoerd dat binnen afzienbare tijd een arrest van de Hoge Raad wordt verwacht over de kosten per naheffingsaanslag van gemeente Den Haag van een eerder jaar. Volgens de door de rechtbank ingewonnen informatie bij de Hoge Raad wordt dit arrest op zijn vroegst in februari 2026 gewezen. De rechtbank heeft het uitstelverzoek afgewezen, omdat zij een langere behandeltijd van de beroepen bij de rechtbank, gelet ook op het belang dat de wederpartij heeft bij een voortgang van de procedure, in strijd met een goede procesorde en derhalve niet wenselijk acht. Na sluiting van het onderzoek heeft gemachtigde in de zaken met nummers SGR 24/6455 en SGR 24/9323 nadere stukken ingediend. De rechtbank heeft hierin geen aanleiding gezien om het onderzoek te heropenen. Bij de beoordeling van het geschil zijn deze stukken dan ook buiten beschouwing gelaten. Overwegingen Feiten 1. Bij de naheffingsaanslag parkeerbelasting is € 72,90 aan kosten in rekening gebracht ter zake van het opleggen van de naheffingsaanslag. 2. De kostenraming van gemeente Den Haag voor het jaar 2023 ter zake van de bij de naheffingsaanslagen in rekening te brengen kosten is onderverdeeld conform de componenten genoemd in artikel 2, eerste lid, van het Besluit gemeentelijke parkeerbelastingen (het Besluit), namelijk als volgt: a. vaste informatieverwerkingskosten (€ 3.191.218); b. variabele informatieverwerkingskosten (€ 1.816.174); c/d. kosten van afschrijving en interest (€ 526.468); e. personeelskosten (€ 9.383.821); f. overheadkosten, ten hoogste 50% van de personeelskosten (€ 4.691.910). In de kostenraming is per component een omschrijving opgenomen. De geraamde kosten bedragen in totaal € 19.609.591 en het aantal naheffingsaanslagen is geraamd op 258.300, wat neerkomt op € 75,92 kosten per naheffingsaanslag. 3. In artikel 5:10 van de Verordening parkeerregulering en parkeerbelasting Den Haag 2022 (geldend in 2023) zijn de kosten per naheffingsaanslag vastgesteld op € 72,90. Dit is overeenkomstig het in artikel 3, eerste lid, van het Besluit gestelde maximum voor 2023. Geschil 4. In geschil is of: - de bij de onderhavige naheffingsaanslag in rekening gebrachte kosten (€ 72,90) te hoog zijn; - de bijlage bij de Regeling parkeerregulering en parkeerbelastingen Den Haag 2022 (de Regeling) op de juiste wijze is bekendgemaakt. Beoordeling van het geschil Zijn de kosten van € 72,90 per naheffingsaanslag te hoog? 5. Eiser beantwoordt deze vraag bevestigend. Eiser stelt dat bij het vaststellen van de hoogte van de kosten van de naheffingsaanslag de kosten van parkeerautomaten integraal zijn meegerekend, terwijl daar op grond van artikel 2 van het Besluit geen grondslag voor bestaat. Verder stelt eiser dat in de kostenraming ten onrechte uitsluitend met het aantal inbare naheffingsaanslagen is gerekend. Tot slot stelt eiser dat ten onrechte is uitgegaan van een overhea Hiermee wordt de digitale infrastructuur bedoeld die ervoor zorgt dat de informatie daadwerkelijk via internet beschikbaar komt en blijft, waaronder een website waarmee de informatie wordt ontsloten. Door deze standaardisatie is het voor burgers mogelijk om op één website (officielebekendmakingen.nl) alle algemene bekendmakingen, mededelingen en kennisgevingen van de overheid te raadplegen, hetgeen de toegankelijkheid en kenbaarheid ervan ten goede komt. 16. In uitzondering op artikel 6 van de Bekendmakingswet kunnen bijlagen bij algemeen verbindende voorschriften onder bepaalde voorwaarden via een ander algemeen toegankelijk elektronisch medium worden bekendgemaakt. Dit is bepaald in artikel 7, tweede lid, van de Bekendmakingswet, luidende: “In afwijking van artikel 4, artikel 5 of artikel 6, kan een wet, een algemene maatregel van bestuur of een ander in die artikelen genoemd besluit na voorafgaande instemming van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bepalen dat een bij die wet, die algemene maatregel van bestuur of dat besluit behorende bijlage wegens aard of omvang wordt bekendgemaakt door middel van een in die wet, die algemene maatregel van bestuur of dat besluit aangewezen ander algemeen toegankelijk elektronisch medium dan het in die artikelen bedoelde publicatieblad.” 17. De rechtbank stelt vast dat de bijlage via de website officielebekendmakingen.nl via een link raadpleegbaar is en opgenomen is in de bekendmaking van de Regeling in het gemeenteblad van gemeente Den Haag. Hetzelfde geldt voor latere versies van de Regeling en de bijlage. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de vereisten voor rechtsgeldige publicatie zoals bepaald in artikel 6 van de Bekendmakingswet. De toegankelijkheid en kenbaarheid van de Regeling en de bijlage zijn op deze wijze ook optimaal gewaarborgd. Deze beroepsgrond slaagt niet. Conclusie 18. Gelet op wat hiervoor is overwogen, dient het beroep ongegrond te worden verklaard. Proceskosten 19. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. K.G. Scholten, rechter, in aanwezigheid van mr. G.E. Brummel, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025. De griffier is verhinderd te ondertekenen griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht). Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen: 1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd; 2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend. Verder vermeldt u ten minste het volgende: a. de naam en het adres van de indiener; b. de datum van verzending; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep). Raadpleegbaar via https://woo.denhaag.nl/wp-content/uploads/2023/03/2023-213345-Bijlage-3-van-3.pdf. Zie bijvoorbeeld Gerechtshof Den Haag 20 september 2023,ECLI:NL:GHDHA:2023:2043, r.o. 5.10 tot en met 5.12, en Gerechtshof Den Haag 9 januari 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:218, r.o. 5.5.1 t/m 5.6.2. Gemeenteblad 2021, nr. 471695 (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-471695.html). De bijlage is direct raadpleegbaar via https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2021-75079/1/bijlage/exb-2021-75079.pdf. Zie bijvoorbeeld Gemeenteblad 2024, nr. 101816 (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-101816.html): bijlage 1 is in te zien via de hyp