Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:19475
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
635 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.29349
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker], V-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. J.J. de Vries),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. A.E. Geçer).
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van verzoeker. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening en voert daartoe een aantal gronden aan. Hij heeft daartegen ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Verzoeker heeft op 28 juli 2024 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft met het bestreden besluit van 27 juni 2025 deze aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep, op 22 september 2025 op zitting behandeld. Omdat eiser niet (tijdig) aanwezig kon zijn is de behandeling van de zaken aangehouden. Op 22 oktober 2025 heeft de voorzieningenrechter de behandelingen van de zaken op zitting voortgezet. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister. Verzoeker was niet aanwezig. Het onderzoek is ter zitting gesloten.
Beoordeling
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.29348, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.D. Overmars, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van O.T. Smit, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Zaak NL25.29348.