Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:19374
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
2,123 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.30132
V-nummer: [V nummer]
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker]
, geboren op [geboortedatum] 1950, met de Afghaanse nationaliteit,
verzoeker
(gemachtigde: mr. Š. Petković),
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder.
Procesverloop
Met het besluit van 19 juni 2025, uitgereikt op 30 juni 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van verzoeker van 14 april 2025 tot het verlenen van een visum voor kort verblijf, voor de periode van 2 juli 2025 tot 15 oktober 2025, afgewezen.
Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Hij heeft op 9 juli 2025 de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, die ertoe strekt verweerder op te dragen om een visum voor kort verblijf aan verzoeker te verlenen, dan wel hem te behandelen als ware hij in het bezit van het visum is.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Overwegingen
1. Op grond van artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
2. Op grond van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter als onverwijlde spoed dat vereist en partijen daardoor niet in hun belangen worden geschaad, uitspraak doen zonder dat partijen worden uitgenodigd om op een zitting te verschijnen.
3. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in dit geval sprake van onverwijlde spoed omdat verzoeker de bruiloft van zijn nicht in Nederland wenst bij te wonen op 25 juli 2025. De voorzieningenrechter oordeelt verder dat partijen door het achterwege laten van een zitting niet in hun belangen zijn geschaad. Daarbij is van belang dat partijen voldoende gelegenheid hebben gehad om hun standpunten schriftelijk naar voren te brengen. De voorzieningenrechter zal dan ook met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van de Awb uitspraak doen zonder zitting.
4. Verweerder heeft de aanvraag van verzoeker in het bestreden besluit afgewezen, omdat verzoeker het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf onvoldoende heeft aangetoond en omdat volgens verweerder bij verzoeker het voornemen om het grondgebied van de lidstaat vóór het verstrijken van het visum te verlaten niet kon worden vastgesteld.
5. Verzoeker stelt dat hij het doel en de omstandigheden van het voorgenomen verblijf wel degelijk voldoende heeft aangetoond, nu uit de overgelegde stukken blijkt dat het reisdoel van verzoeker familiebezoek is en het bijwonen van de bruiloft van zijn nichtje en de feestelijkheden daarna. Verzoeker stelt verder dat uit de overgelegde stukken blijkt dat hij voldoende economische en sociale binding heeft met zijn land van herkomst, zodat zijn tijdige terugkeer als voldoende gewaarborgd kan worden beschouwd. Verzoeker stelt dat zijn broer, [naam] (referent en tevens garantsteller) zelfs in de bezwaarprocedure heeft aangeboden om een borgsom van € 30.000,- te betalen aan verweerder, als garantie dat verzoeker Nederland tijdig zal verlaten.
6. Verweerder stelt zich in zijn verweerschrift op het standpunt dat verzoeker nog immer de economische en sociale binding onvoldoende heeft aangetoond. Daarbij heeft verweerder, wat betreft de economische binding, betrokken dat verzoeker geen arbeid verricht in zijn land van herkomst en onvoldoende heeft aangetoond een duurzame inkomstenbron te hebben. Verweerder heeft wat betreft de sociale binding betrokken dat verzoeker niet heeft aangetoond dat andere(n) in meer dan normale mate van zijn tijdige terugkeer afhankelijk zijn.
7. De voorzieningenrechter stelt allereerst vast dat de gevraagde voorlopige voorziening geen voorlopig karakter heeft, omdat deze ertoe strekt de komst van verzoeker naar Nederland mogelijk te maken, hetgeen in het kader van de visumprocedure ter beoordeling van verweerder is. Toewijzing van de gevraagde voorziening betekent dat verweerder voor een voldongen feit wordt gesteld. Een dergelijk verzoek om een voorlopige voorziening zal daarom slechts in uitzonderlijke gevallen voor toewijzing in aanmerking komen, namelijk in die gevallen waarin de nadelige gevolgen van de afwijzing van het verzoek van verzoeker in verhouding tot het belang van verweerder bij de handhaving van die afwijzingen zo onevenredig zijn dat het besluit op bezwaar niet kan worden afgewacht. Volgens vaste jurisprudentie is voor een dergelijke vergaande beslissing in beginsel slechts plaats indien een zwaarwegend spoedeisend belang daartoe noopt of sterk getwijfeld moet worden aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
8. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan, gelet op hetgeen eiser heeft aangevoerd en mede in het licht van het niet nader gemotiveerde bestreden besluit, sterk getwijfeld worden aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit en heeft het bezwaar van verzoeker een meer dan redelijke kans van slagen. Verzoeker heeft het doel en de omstandigheden van zijn voorgenomen verblijf immers met voldoende bescheiden aangetoond en heeft daarnaast aangedragen, en op een aantal punten van een nadere onderbouwing voorzien, dat hij economisch en sociaal is gebonden aan Afghanistan. Zo heeft verzoeker meerdere documenten overgelegd waaruit blijkt dat hij een vermogend man is die meerdere huizen in Afghanistan bezit en een eigenaar is van een staalbedrijf. Verzoeker heeft ook aangegeven dat hij 75 jaar oud is, zijn hele leven in Afghanistan heeft gewoond, getrouwd is, drie inwonende kinderen heeft en veel aanzien geniet in de stad [plaats] als dorpsoudste, de stad waar hij vandaan komt en zijn hele leven heeft gewoond. Voorts heeft referent, huisarts hier te lande, een aanbod gedaan om een borgsom van € 30.000,- te betalen aan verweerder, als garantie dat verzoeker Nederland tijdig zal verlaten.
9. De voorzieningenrechter realiseert zich dat verweerder met deze uitspraak de kans wordt ontnomen om zelf een besluit te nemen, gezien de onomkeerbaarheid van de voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter neemt daarbij wel in ogenschouw dat de aanvraag reeds op 14 april 2025 is ingediend en het bestreden besluit pas is uitgereikt aan verzoeker op 30 juni 2025, terwijl de bruiloft op 25 juli 2025 gepland staat. Door het niet snelle handelen van verweerder staat de voorzieningenrechter geen andere weg dan de onderhavige open om verzoeker effectieve rechtsbescherming tegen het bestreden besluit te kunnen bieden.
10. De voorzieningenrechter zal de gevraagde voorziening toewijzen voor de periode van 24 juli 2025 tot 15 oktober 2025. Dat houdt in dat verweerder verzoeker voornoemde periode moet behandelen als ware hij in het bezit is van een visum voor kort verblijf.
11. De voorzieningenrechter veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Tevens bestaat aanleiding te bepalen dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- aan hem vergoedt.
Dictum
De voorzieningenrechter:
wijst de gevraagde voorziening toe voor de periode van 24 juli 2025 tot 15 oktober 2025. Dat houdt in dat verweerder verzoeker in deze periode moet behandelen als ware hij in het bezit is van een visum voor kort verblijf;
bepaalt dat verweerder het door verzoeker betaalde griffierecht van € 194,- aan hem vergoedt;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 907,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.H.G. Odink, voorzieningenrechter, in aanwezigheid
van mr. A.S. Hayas, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.