Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-09
ECLI:NL:RBDHA:2025:19167
Bestuursrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,831 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/8063
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 mei 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , Duitsland, eiseres
(gemachtigde: F. van der Linde),
en
de korpschef van politie, namens deze de politiechef van eenheid Midden-Nederland, verweerder
(gemachtigde: mr. P.M.L. van der Schot).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het besluit op haar verzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
1.1.
Verweerder heeft dit verzoek met het besluit van 22 maart 2024 toegewezen. Met het bestreden besluit van 15 augustus 2024 heeft verweerder het bezwaar van eiseres deels gegrond verklaard.
1.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft hierop gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 27 maart 2025 op zitting behandeld. De zaak is tegelijkertijd behandeld met de zaak SGR 24/7721. Aan de zitting hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder, vergezeld door [naam] .
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Op 23 september 2023 heeft eiseres verweerder verzocht om een afschrift van haar volledige dossier dan wel alle persoonsgegevens van haar die door verweerder zijn verwerkt vanaf 6 mei 2021 tot aan de datum van het verzoek. Met persoonsgegevens bedoelt zij ook politiegegevens en andere bijzondere persoonsgegevens. Het verzoek is gebaseerd op onder meer de AVG, de Wet politiegegevens (Wpg), de Wet open overheid (Woo) en verschillende internationale verdragen. Daarnaast heeft eiseres verweerder meerdere vragen gesteld met betrekking tot het opslaan en verwerken van haar gegevens.
2.1.
Verweerder heeft het verzoek met toepassing van verschillende wettelijke kaders behandeld. Met een afzonderlijk besluit van 22 maart 2024 heeft verweerder het verzoek van eiseres op grond van de Wpg gedeeltelijk toegewezen. In de zaak SGR 24/7721 beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen dat besluit.
2.2.
Met het besluit van 22 maart 2024 heeft verweerder het verzoek van eiseres op grond van de AVG toegewezen. Verweerder heeft eiseres een overzicht verstrekt waarin is opgenomen welke persoonsgegevens van haar zijn verwerkt. Deze persoonsgegevens zijn door verweerder verwerkt om te (kunnen) voldoen aan zijn wettelijke verplichting. Ook heeft verweerder in het besluit de vragen van eiseres beantwoord. Naar aanleiding van het bezwaar van eiseres heeft verweerder een nadere zoekslag uitgevoerd, maar geen nieuwe informatie gevonden. Het bezwaar is gedeeltelijk gegrond verklaard.
2.3.
Op de zitting is door de gemachtigde van eiseres naar voren gebracht dat eiseres zich grote zorgen maakt over de wijze waarop verweerder persoonsgegevens verzamelt en verwerkt. Het is voor burgers erg moeilijk om het handelen van de overheid te controleren. De gemachtigde van eiseres heeft in dat kader onder meer naar het rapport ‘Blind Vertrouwen?’ van de Nationale Ombudsman verwezen.
2.4.
Hoewel de rechtbank begrijpt dat het verzoek van eiseres is gedaan binnen een bredere context, kan zij binnen deze beroepsprocedure enkel beoordelen of verweerder in dit geval op juiste wijze heeft gehandeld. De uitspraak zal zich daartoe dan ook beperken.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres vindt dat de beschrijving van de zoekslag in het bestreden besluit onvoldoende duidelijk is, waardoor zij niet kan nagaan of de zoekslag op juiste wijze is uitgevoerd en alle relevante informatie is gevonden. Zo heeft verweerder bijvoorbeeld niet aangegeven welk autorisatieniveau degene had die de zoekslag heeft uitgevoerd, terwijl alleen een medewerker met het hoogste autorisatieniveau volledige toegang heeft tot alle informatie. Daarnaast meent eiseres dat zij recht heeft op afschriften van de verwerkte persoonsgegevens. Zij verwijst in dit kader naar het arrest van het Europees Hof van Justitie (hierna: het Hof) van 4 mei 2023. Volgens eiseres is het verstrekken van afschriften voor haar onontbeerlijk om van haar rechten gebruik te kunnen maken en kan niet worden volstaan met een overzicht.
Wat zijn de regels?
4. De voor de beoordeling van het beroep relevante wettelijke regels zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dat oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is de zoekslag voldoende duidelijk beschreven in het bestreden besluit?
6. In het bestreden besluit heeft verweerder de zoekslag toegelicht en aangegeven bij welke interne organisatieonderdelen informatie is opgevraagd. Tijdens de bezwaarprocedure bleek dat twee systemen niet waren doorzocht, terwijl dit volgens de vaste werkwijze wel dient te gebeuren. Deze systemen zijn alsnog doorzocht, maar dit leverde geen aanvullende informatie op. Ook heeft verweerder in het bestreden besluit toegelicht welke zoektermen bij de zoekslag zijn gebruikt. Hierbij ging het om zoektermen gerelateerd aan de persoonsgegevens van eiseres, zoals haar naam, telefoonnummer en BSN-nummer. Ook is gezocht met de zogeheten keno-sleutel, een unieke combinatie van letters van de voor- en achternaam en de geboortedatum van eiseres. Op de zitting heeft verweerder toegelicht dat een binnengekomen AVG-verzoek wordt behandeld door medewerkers van de privacydesk, dit zijn veelal juristen. Zij doen vervolgens een uitvraag bij de organisatieonderdelen waar de verzochte informatie zich bevindt. Vervolgens pakt een zogenaamde ‘poortwachter’ het verder op. Degene die de zoekslag uitvoert, hoeft zelf dus niet over de hoogste autorisatie te beschikken, aangezien de informatie wordt uitgevraagd bij medewerkers die wél toegang hebben tot de betreffende informatie.
6.1.
De rechtbank acht de beschrijving van verweerder van de uitgevoerde zoekslag voldoende inzichtelijk. Verweerder heeft uiteengezet welke procedure is gevolgd, bij welke organisatieonderdelen informatie is uitgevraagd en op basis van welke gegevens is gezocht. Van een motiveringsgebrek is derhalve geen sprake.
Was de zoekslag van verweerder volledig?
7. Het is vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) dat degene die stelt dat er meer persoonsgegevens moeten zijn, nadat de verwerkingsverantwoordelijke onderzoek naar die persoonsgegevens heeft gedaan en niet ongeloofwaardig heeft medegedeeld dat er niet meer persoonsgegevens zijn, aannemelijk moet maken dat er wel meer persoonsgegevens moeten zijn.
7.1.
Op de zitting heeft de rechtbank aan de gemachtigde van eiseres gevraagd of eiseres aanwijzingen heeft dat er nog meer persoonsgegevens van haar bij verweerder zijn. Daarop heeft de gemachtigde geantwoord dat eiseres over documenten beschikt waaruit dit zou blijken. De rechtbank stelt vast dat eiseres deze documenten niet heeft overgelegd en zich evenmin bereid heeft verklaard deze alsnog te overleggen. Ook heeft eiseres niet nader toegelicht wat voor documenten dit zouden zijn of de inhoud daarvan medegedeeld. Daarnaast heeft eiseres geen specifieke documenten genoemd die in het overzicht missen, of andere concrete aanknopingspunten genoemd die erop wijzen dat de zoekslag van verweerder onvolledig is geweest. De door eiseres geuite algemene twijfels over de integriteit van verweerder bieden geen aanknopingspunten voor het oordeel dat in dit geval sprake is van onzorgvuldig handelen. De rechtbank is dan ook van oordeel dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat verweerder over meer persoonsgegevens van eiseres zou beschikken dan reeds verstrekt. De rechtbank ziet om die reden ook geen aanleiding om een forensisch deskundige te benoemen. Het verzoek van eiseres daartoe wordt afgewezen.
Heeft verweerder kunnen volstaan met het aan eiseres verstrekte overzicht?
8. Het doel van het inzagerecht als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de AVG is het kennis kunnen nemen van de persoonsgegevens door de betrokkene die over hem worden verwerkt en om deze persoonsgegevens te kunnen controleren op de juistheid en de rechtmatige verwerking ervan. In het arrest waarnaar eiseres verwijst, heeft het Hof nadere uitleg gegeven over het inzagerecht. De Afdeling heeft het arrest van het Hof in haar rechtspraak toegepast.
8.1.
Uit deze rechtspraak volgt dat de kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt en die de verwerkingsverantwoordelijke moet verstrekken, alle noodzakelijke kenmerken moet vertonen om de betrokkene in staat te stellen de rechten die hij aan de verordening ontleent daadwerkelijk uit te oefenen.
Conclusie
10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Ook krijgt zij geen vergoeding van haar proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.L.D. Timmermans, rechter, in aanwezigheid van mr. E.H. Maas, griffier. Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar op 9 mei 2025.
De griffier is buiten staat de uitspraak te ondertekenen.
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijlage: wettelijke regels
Algemene Verordening Gegevensbescherming
Artikel 1 Onderwerp en doelstellingen
1. Bij deze verordening worden regels vastgesteld betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van persoonsgegevens.
[…].
Artikel 4 Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
1) „persoonsgegevens”: alle informatie over een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon („de betrokkene”); als identificeerbaar wordt beschouwd een natuurlijke persoon die direct of indirect kan worden geïdentificeerd, met name aan de hand van een identificator zoals een naam, een identificatienummer, locatiegegevens, een online identificator of van een of meer elementen die kenmerkend zijn voor de fysieke, fysiologische, genetische, psychische, economische, culturele of sociale identiteit van die natuurlijke persoon;
[…].
Artikel 15 Recht van inzage van de betrokkene
1. De betrokkene heeft het recht om van de verwerkingsverantwoordelijke uitsluitsel te verkrijgen over het al dan niet verwerken van hem betreffende persoonsgegevens en, wanneer dat het geval is, om inzage te verkrijgen van die persoonsgegevens en van de volgende informatie:
a. a) de verwerkingsdoeleinden;
b) de betrokken categorieën van persoonsgegevens;
c) de ontvangers of categorieën van ontvangers aan wie de persoonsgegevens zijn of zullen worden verstrekt, met name ontvangers in derde landen of internationale organisaties;
d) indien mogelijk, de periode gedurende welke de persoonsgegevens naar verwachting zullen worden opgeslagen, of indien dat niet mogelijk is, de criteria om die termijn te bepalen;
e) dat de betrokkene het recht heeft de verwerkingsverantwoordelijke te verzoeken dat persoonsgegevens worden gerectificeerd of gewist, of dat de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens wordt beperkt, alsmede het recht tegen die verwerking bezwaar te maken;
f) dat de betrokkene het recht heeft klacht in te dienen bij een toezichthoudende autoriteit;
g) wanneer de persoonsgegevens niet bij de betrokkene worden verzameld, alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens;
h) het bestaan van geautomatiseerde besluitvorming, met inbegrip van de in artikel 22, leden 1 en 4, bedoelde profilering, en, ten minste in die gevallen, nuttige informatie over de onderliggende logica, alsmede het belang en de verwachte gevolgen van die verwerking voor de betrokkene.
[…]
3. De verwerkingsverantwoordelijke verstrekt de betrokkene een kopie van de persoonsgegevens die worden verwerkt. Indien de betrokkene om bijkomende kopieën verzoekt, kan de verwerkingsverantwoordelijke op basis van de administratieve kosten een redelijke vergoeding aanrekenen. Wanneer de betrokkene zijn verzoek elektronisch indient, en niet om een andere regeling verzoekt, wordt de informatie in een gangbare elektronische vorm verstrekt.
4. Het in lid 3 bedoelde recht om een kopie te verkrijgen, doet geen afbreuk aan de rechten en vrijheden van anderen.
Artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).
Artikel 25 van de Wet politiegegevens (Wpg).
Artikel 5.5 van de Wet open overheid (Woo).
Deze uitspraak is gedaan op 9 mei 2025.
Artikel 6, eerste lid, aanheeft en onder c, van de AVG.
Nationale Ombudsman, Blind vertrouwen? Een onderzoek naar CTER-registraties en de impact ervan op het leven van burgers, 2024/098, 12 november 2024.
Zie de uitspraak van het Europees Hof van Justitie (het Hof) van 4 mei 2023, C-487/21,
ECLI:EU:C:2023:369.
Zoals vastgelegd in de Handleiding Rechten van Betrokkene – Versie 22 mei 2019.
Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:148.
Zie bijvoorbeeld uitspraak van de Afdeling van 9 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3067.
Arrest van het Hof van 4 mei 2023, ECLI:EU:C:2023:369, overwegingen 35-45 en uitspraak van de Afdeling van 9 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3067, overweging 6.4.