Rechtspraak Rechtbank Den Haag 2025-06-11
ECLI:NL:RBDHA:2025:18971
uitspraak RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Amsterdam Bestuursrecht Zaaknummers: NL25.4821 (beroep) en NL25.4822 (voorlopige voorziening) V-nummer: [v-nummer] uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen [eiser] , van Soedanese nationaliteit, eiser en verzoeker, hierna: eiser (gemachtigde: mr. A.W. IJland), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder (gemachtigde: mr. R.R. Scholtens). Inleiding 1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het besluit van 10 januari 2025 (het bestreden besluit). Met dat besluit heeft verweerder de asielaanvraag voor bepaalde tijd van eiser ingewilligd en daarbij [geboortedag 2] 2002 als geboortedatum vermeld. Het beroep richt zich in de kern tegen de leeftijdsbepaling; verweerder gaat volgens eiser uit van een onjuiste geboortedatum. 1.1. Daarnaast beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek dat – kort gezegd – ertoe strekt de geboortedatum van eiser tijdens het beroep vast te stellen op [geboortedag 1] 2007. 1.2. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 1.3. De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) heeft het beroep op 29 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Ifzaren als tolk in de taal Arabisch/Soedanees, [voogd] als voogd van eiser bij Nidos (hierna: Nidos-voogd), en de gemachtigde van verweerder. Beoordeling door de rechtbank 2. De rechtbank beoordeelt of verweerder de geboortedatum van eiser terecht heeft vastgesteld op [geboortedag 2] 2002. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiser heeft aangevoerd, de beroepsgronden. 3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Waar gaat deze zaak over? 4. Eiser heeft op 25 september 2023 een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarbij heeft eiser vermeld dat zijn geboortedatum 22 januari 2007 is. 4.1. Drie medewerkers van de AVIM1 hebben op 25 september 2023 een leeftijdsschouw verricht en geconcludeerd dat er twijfel bestaat over eisers gestelde minderjarigheid en dat verder onderzoek naar de leeftijd zal plaatsvinden. 4.2. Tijdens het aanmeldgehoor op 13 april 2024 heeft één medewerker van de IND2 een leeftijdsschouw verricht en geconcludeerd dat eiser evident minderjarig is. 4.3. Verweerder heeft vervolgens een nader onderzoek opgestart en informatie opgevraagd bij de autoriteiten in Italië.3 De Italiaanse autoriteiten hebben informatie gestuurd waaruit blijkt dat eiser staat geregistreerd onder de volgende alias: [familienaam] (familienaam), [naam] (voornaam), [geboortedag 1] 2002 (geboortedatum) en Soedan (nationaliteit). Verder blijkt uit die informatie (onder meer) dat eiser niet heeft verzocht om internationale bescherming, er geen leeftijdsonderzoek heeft plaatsgevonden en er geen documenten beschikbaar zijn. 4.4. Verweerder heeft met het bestreden besluit de asielaanvraag van eiser ingewilligd. Daarbij heeft verweerder de door eiser opgegeven geboortedatum van [geboortedag 2] 2007 niet geloofwaardig geacht. In plaats daarvan heeft verweerder de in Italië geregistreerde geboortedatum van [geboortedag 2] 2002 overgenomen. Daarmee gaat verweerder ervan uit dat eiser ten tijde van de asielaanvraag meerderjarig was. Waarom is eiser het niet eens met het bestreden besluit? 5. Eiser is het niet eens met de vermelding van de geboortedatum van [geboortedag 2] 2002 en wil dat verweerder zijn geboortedatum aanpast naar [geboortedag 2] 2007. Daartoe voert eiser het volgende aan. 5.1. Verweerder heeft de geboortedatum van eiser onzorgvuldig vastgesteld. Verweerder heeft geen onderzoek verricht naar de omstandigheden waaronder de leeftijdsregistratie in Italië tot stand is gekomen. Er ontbreekt verder een weging van de relevante feiten en omstandigheden, waaronder de verklaringen van eiser over zijn leeftijd en de leeftijdsregistratie in Italië. Ook Verweerder heeft geen inzichtelijke weging gemaakt van alle relevante feiten en omstandigheden bij de beoordeling van eisers leeftijd. Gezien de Afdelingsuitspraak heeft verweerder dit ten onrechte nagelaten en dat is onzorgvuldig. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom hij meer waarde hecht aan de Italiaanse leeftijdsregistratie en eisers wisselende verklaringen over zijn leeftijd7 dan aan eisers eigen verklaringen over de gang van zaken rond de Italiaanse leeftijdsregistratie, de IND-schouw, de AVIM-schouw en de verklaringen van eiser zelf. 8.1. Tijdens de zitting heeft verweerder nog verklaard dat Bureau Documenten de scan van het identificatiebewijs van eiser er opmerkelijk vindt uitzien, en dat vermoed wordt dat het originele document negatief beoordeeld zal worden.8 Verder heeft verweerder opgemerkt dat aan de verklaring van de Nidos-voogd beperkte waarde kan worden gehecht, omdat dit volgens hem geen objectief bewijsstuk is waaruit eisers leeftijd blijkt. Deze toelichtingen maken echter nog steeds niet duidelijk hoe verweerder alle relevante feiten en omstandigheden tegen elkaar heeft afgewogen. Een zorgvuldige weging vereist namelijk dat inzichtelijk wordt gemaakt waarom aan bepaalde feiten en omstandigheden meer of minder gewicht wordt toegekend en wat de gevolgen daarvan zijn voor de uiteindelijke beoordeling van de leeftijd van eiser. 8.2. Verweerder heeft het bestreden besluit niet alleen onvoldoende gemotiveerd omdat hij de Italiaanse autoriteiten niet heeft geraadpleegd (zie onder 7.2), maar heeft ook geen inzichtelijke afweging gemaakt van alle relevante feiten en omstandigheden bij de beoordeling van eisers leeftijd (zie onder 8). Verweerder moet daarom alsnog deze weging maken. 8.3. De beroepsgrond slaagt. Had verweerder een medisch leeftijdsonderzoek moeten aanbieden? 9. Verweerder heeft in het verweerschrift aangevoerd dat hij geen medisch leeftijdsonderzoek hoefde aan te bieden aan eiser, omdat bij raadpleging van Eurodac9 een Italiaanse leeftijdsregistratie van eiser is aangetroffen. Daarbij verwijst verweerder naar paragraaf 3.7 van WI10 2025/1. 9.1. De rechtbank merkt op dat verweerders beleid over het aanbieden van een leeftijdsonderzoek bij een alleenstaande minderjarige vreemdeling is vastgelegd in paragraaf C1/2.2 van de Vc 200011. Dit beleid is nader uitgewerkt in paragraaf 3.7 van WI 2025/1. In 7 De inconsistente verklaringen van eiser over zijn leeftijd zowel ten tijde van de leeftijdsregistratie in Italië als tijdens de schoolgang zoals afgelegd bij de aanvraag bij de AVIM op 25 september 2023 en het aanmeldgehoor bij de IND op 13 april 2024, aldus verweerder in het bestreden besluit. 8 Zo volgt eveneens uit de e-mail van Bureau Documenten van 24 april 2025. 9 De vingerafdrukdatabank van de Europese Unie. 10 Werkinstructie (WI). 11 Vreemdelingencirculaire (Vc) 2000. deze paragraaf staat als voorwaarde dat een medisch leeftijdsonderzoek pas wordt aangeboden als een bevraging van de vingerafdrukken in Eurodac geen hit oplevert. Deze voorwaarde ontbreekt in paragraaf C1/2.2 van de Vc 2000. Aan de orde is of de voorwaarde in paragraaf 3.7 van WI 2025/1 in overeenstemming is met paragraaf C1/2.2 van de Vc 2000.. 9.2. Verweerder heeft desgevraagd op de zitting verklaard dat het leeftijdsonderzoek in paragraaf C1/2.2 van de Vc 2000 breder is dan het medisch leeftijdsonderzoek in paragraaf 3.7 van de WI 2025/1. Volgens hem omvat het leeftijdsonderzoek in de Vc 2000 ook onderzoek naar gegevens uit andere lidstaten, zoals de Italiaanse leeftijdsregistratie. 10. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder niet en overweegt daartoe als volgt. 10.1. Allereerst verwijst paragraaf C1/2.2 van de Vc 2000 – net als paragraaf 3.7 van de WI 2025/1 – naar een leeftijdsonderzoek als bedoeld in artikel 3.109d, tweede lid, van het Vb 200012. Dat artikel verwijst uitdrukkelijk naar een medisch leeftijdsonderzoek. Verweerders stelling dat het in de Vc 2000 om een breder leeftijdsonderzoek zou gaan, is dus niet juist