Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-08
ECLI:NL:RBDHA:2025:18828
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,222 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-4393
Zaaknummer: C/09/686756
Datum beschikking: 8 oktober 2025
Gezag
Beschikking op het op 12 juni 2025 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. G. Koyak te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
volgens de Basisregistratie Personen sinds [dag] 2021 wonende in België op een bij de rechtbank bekend adres.
Procedure
Bij beschikking van deze rechtbank van 27 augustus 2025 is het verzoek van de vader ten aanzien van het gezag aangehouden tot de zitting van 3 september 2025 om 16.15 uur.
De rechtbank heeft opnieuw kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
het F9-formulier van 31 juli 2025 van de zijde van de vader;
het F9-formulier van 1 september 2025 van de zijde van de vader, met bijlage.
Op 3 september 2025 is de behandeling van de zaak op de zitting van deze rechtbank voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
de vader met zijn advocaat;
[naam 1] en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (Raad).
De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet ander wordt overwogen of beslist.
Gezag
Ingevolge artikel 1:253c Burgerlijk Wetboek kan de tot het gezag bevoegde ouder van een minderjarige, die nimmer het gezag gezamenlijk met de moeder heeft uitgeoefend, de rechtbank verzoeken de ouders met het gezamenlijk gezag, dan wel hem alleen met het gezag over de minderjarige te belasten. Als de andere ouder het gezag over de minderjarige uitoefent, wordt het verzoek om de tot het gezag bevoegde ouder alleen met het gezag te belasten slechts ingewilligd, indien de rechtbank dit in het belang van de minderjarige wenselijk oordeelt.
De vader heeft ter onderbouwing van zijn verzoek naar voren gebracht dat de moeder sinds [minderjarige] anderhalf jaar oud was niet meer in haar leven is geweest. Er is geen fysieke omgang of contact op een andere wijze. De moeder woont in België, terwijl [minderjarige] bij de ouders van de vader in Den Haag woont. De vader woont in Rotterdam en ziet [minderjarige] elk weekend en doordeweeks indien mogelijk. Omdat de vader geen gezag heeft, loopt hij er tegenaan dat hij geen beslissingen kan nemen. Hierdoor heeft [minderjarige] een tijd geen paspoort of ID-kaart gehad. Daarnaast ervaart de vader problemen met bijvoorbeeld vakanties. De vader heeft geen contact met de moeder en kan dus niet gezamenlijk met haar het gezag uitoefenen. Hij vindt het daarom in het belang van [minderjarige] dat hij eenhoofdig gezag met het gezag over haar belast wordt.
De moeder is niet ter zitting verschenen en heeft met een schriftelijke verklaring aangegeven in te stemmen met het verzoek van de vader.
De rechtbank overweegt als volgt. Over het algemeen acht de rechtbank het in het belang van een kind als beide ouders met het gezag over hem of haar belast zijn. In dit geval is er echter, zoals de Raad ter zitting ook al aangaf, al jaren geen sprake meer van family life of enige betrokkenheid van de moeder in het leven van [minderjarige] , terwijl de vader ook geen gezag heeft over haar. De rechtbank acht het daarom niet in het belang van [minderjarige] dat de ouders gezamenlijk het gezag over haar krijgen. Omdat het belangrijk is dat de vader alle beslissingen voor [minderjarige] zonder problemen kan nemen, is het wenselijk dat alleen de vader het gezag over [minderjarige] krijgt. De rechtbank neemt hierbij mee in overweging dat de moeder schriftelijk heeft ingestemd met een wijziging van het gezag in die zin dat alleen de vader het gezag zal hebben en dat de moeder – ondanks oproep daartoe – niet op de mondelinge behandeling is verschenen. De rechtbank zal het verzoek van de vader daarom als niet weersproken en op de wet gegrond toewijzen.
Dictum
bepaalt dat voortaan alleen aan de vader, [de vader] , geboren op [geboortedatum 1] 1987 te
[geboorteplaats 1] , het gezag zal toekomen over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2] ;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 8 oktober 2025.