Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-09
ECLI:NL:RBDHA:2025:18652
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening+bodemzaak
627 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.731
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker 1]
geboren op [geboortedatum verzoeker 1]
V-nummer: [V-nummer verzoeker 1]
en
[verzoeker 2]
geboren op [geboortedatum verzoeker 2]
V-nummer: [V-nummer verzoeker 2]
beide van [nationaliteit verzoekers]
hierna te noemen: verzoekers,
(gemachtigde: mr. J.S. Visser),
en
de Minister van Asiel en Migratie, de minister
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekers tegen de afwijzing van de aanvraag van verzoekers.
1.1.
Omdat het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk is.
1.2.
De minister heeft op 6 mei 2025 beslist op het bezwaarschrift.
1.3.
Verzoekers hebben aangegeven geen beroep in te stellen tegen de beslissing op het bezwaarschrift.
Beoordeling
2. Het verzoek om voorlopige voorziening gaat over het primaire besluit en het besluit op het bezwaar tegen dat besluit. Tegen dat laatste besluit loopt geen beroepsprocedure. Alleen als dat wel het geval is, kan iemand een verzoek om voorlopige voorziening doen.
Conclusie
3. Het verzoek is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk beoordeelt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Sijens, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van M.E.M. Bruining, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.