Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-31
ECLI:NL:RBDHA:2025:18597
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,427 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-2418
Zaaknummer: C/09/664125
Datum beschikking: 31 juli 2025
Beschikking op het op 3 april 2024 ingekomen verzoek van:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.A.Th. Klaver te Hoorn.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. C. Elsinga te Leiden.
Procedure
Bij beschikking van 9 december 2024 van deze rechtbank, voor zover hier van belang:
is bepaald dat voorlopig de minderjarige [minderjarige 1] ( [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] , in de oneven weken van woensdag uit school tot en met zaterdag 12 uur bij de moeder zal verblijven en de overige tijd bij de vader;
is bepaald dat voorlopig de minderjarigen:
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 3] ( [minderjarige 3] ), geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats] ,
in de even weken bij de vader en in de oneven weken bij de moeder zullen verblijven met als wisselmoment vrijdag uit school, waarbij [minderjarige 3] in de even weken dat zij bij de vader verblijft van maandag uit school tot woensdag naar school bij de moeder zal zijn;
is de (gewijzigde) vakantieregeling vastgelegd;
is de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) verzocht een onderzoek te verrichten en daarover aan de rechtbank te rapporteren en advies uit te brengen;
is bepaald dat ná ontvangst van het raadsrapport en advies de advocaten van de ouders zich uiterlijk binnen veertien dagen dienen uit te laten over het raadsrapport met advies;
is iedere verdere beslissing ten aanzien van de wijziging van de hoofdverblijfplaats, de zorgregeling waaronder het bij de wissel meegeven van kledingsets en de aan de zorgregeling verbonden dwangsom, de informatieregeling, de kinderalimentatie, de overige financiële verzoeken (waaronder de verzoeken ten aanzien van de verblijfsoverstijgende kosten, de kinderbijslag, het kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag), de inschrijving in de Basisregistratie personen en de vervangende toestemming voor aanvraag van paspoorten aangehouden.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
de brief van de Raad van 17 december 2024;
het rapport en advies van de Raad van 1 april 2025, kenmerk SK-1-61R21GZ;
de brief van 9 april 2025 met bijlagen, tevens houdende wijziging verzoeken en intrekking verzoeken, van de zijde van de vader;
de brief van 15 april 2025 van de zijde van de moeder;
het verweerschrift tegen de gewijzigde verzoeken van 2 juni 2025 van de zijde van de moeder.
Op 24 juni 2025 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: partijen met hun advocaten en [naam] namens de Raad. Van de zijde van de vader zijn pleitnotities overgelegd.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt nu:
naar de rechtbank begrijpt te bepalen dat de vader de verblijfsoverstijgende kosten voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dient te voldoen;
voorwaardelijk, naar de rechtbank begrijpt ingeval de rechtbank het verzoek sub 1 niet toewijst:
- het hoofdverblijf van de twee oudste kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij de vader te bepalen;
- te bepalen dat de twee oudste kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] worden ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres van de vader;
3. een zorgregeling te bepalen voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] conform het advies van de Raad;
4. een zorgregeling te bepalen voor [minderjarige 1] conform het advies van de Raad;
6. de bij beschikking van de rechtbank van 17 april 2024 vastgestelde door de vader te betalen bijdrage (bekend onder nummer C/09/661388 / FA RK 24-1096) te wijzigen op grond van gewijzigde omstandigheden, te weten de zorgregeling, waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] gemiddeld 1,5 dagen per week bij de moeder zijn en 5,5 dagen bij de vader en wel voor alle drie de kinderen met ingang van de datum van genoemde wijziging van de zorgregeling, te weten 1 februari 2025, althans met ingang van een datum die de rechtbank juist acht:
primair: op een bedrag van € 133,80 per maand voor de drie kinderen samen, met bepaling dat de vader de verblijfsoverstijgende kosten betaalt en
subsidiair: op € 375,- per maand voor de drie kinderen samen, waarbij de moeder de verblijfsoverstijgende kosten voor alle drie kinderen betaalt en voor vader een zorgkorting van 55% voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] en voor [minderjarige 3] van 35% wordt gehanteerd, althans een bedrag dat de rechtbank juist acht;
7. voorwaardelijk, indien de rechtbank het verzoek tot wijziging van het hoofdverblijf van de kinderen bij de vader afwijst en, eveneens voorwaardelijk, indien de rechtbank het verzoek om de verblijfsoverstijgende kosten voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te betalen, afwijst, te bepalen in de door de rechtbank te nemen beschikking dat de moeder de verblijfsoverstijgende kosten dient te voldoen en voor zover zij dat niet doet, de door de vader betaalde verblijfsoverstijgende kosten waaronder meer, maar niet beperkt tot de kosten van het telefoonabonnement voor [minderjarige 1] door de vader verrekend mogen worden met de door hem te betalen bijdrage voor de kinderen;
8. te bepalen dat de moeder aan de vader alle medische informatie schriftelijk toestuurt, zodra de gezondheid van de kinderen daartoe aanleiding geeft, zoals wanneer zij ziek zijn of thuisblijven van school, bezoeken aan de huisarts, de adviezen en voorgeschreven medicatie van de huisarts, kortom alle medische informatie over de kinderen die betrekking heeft op de kinderen dan wel een zodanige wijze van verstrekken van informatie te bepalen als de rechtbank juist oordeelt;
9.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al wat bij de beschikking van 9 december 2024 is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Raadsonderzoek
De rechtbank voelde zich genoodzaakt om een raadsonderzoek te gelasten, omdat de ouders niet meer op constructieve wijze met elkaar communiceerden, zij elkaar bleven diskwalificeren en geen of onvoldoende vertrouwen hadden in elkaar als ouders. De kinderen – waaronder vooral [minderjarige 1] werden voortdurend geconfronteerd met grote spanningen en conflicten tussen de ouders met ernstige incidenten, zoals hoopoplopende ruzies met verbaal en soms zelfs fysiek geweld waarbij allerlei mensen (onder meer diverse familieleden en vrienden) waren betrokken.
Het raadsonderzoek en het gemotiveerde raadsadvies zagen in ieder geval op de volgende concrete vragen van de rechtbank:
is wijziging van de hoofdverblijfplaats van de moeder naar de vader in het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ?
hoe dient de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken van [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] eruit te zien? Behoort een co-ouderschapsregeling tot de mogelijkheden?
is voor [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] en/of de ouders (nadere) hulpverlening noodzakelijk? En zo ja, welke hulpverlening?
De Raad heeft in het rapport van 2 april 2025 antwoord gegeven op deze vragen. Hiermee zal de rechtbank in het hierna volgende rekening houden.
Verblijfsoverstijgende kosten
Het primaire verzoek van de vader om te bepalen dat hij de verblijfsoverstijgende kosten voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] dient te voldoen, zal de rechtbank afwijzen. De ouder bij wie het betreffende kind de hoofdverblijfplaats heeft, betaalt de verblijfsoverstijgende kosten voor dit kind. Tussen ouders zijn er al zoveel discussies, dat de rechtbank het van belang acht dat er ten aanzien van de kosten van de kinderen geen enkel overleg meer noodzakelijk is tussen partijen en er op grond van de regels een kinderalimentatie over en weer wordt vastgesteld. In dat verband heeft de rechtbank op de zitting ook toegelicht dat daarbij de regels van de Sociale Verzekeringsbank worden nageleefd. Zo was de achtergrond van het verzoek van de man dat beide kinderen bij de moeder ingeschreven zouden blijven, zodat zij het kindgebonden budget nog zou ontvangen. Een ouder komt echter niet in aanmerking voor het kindgebonden budget als niet voldoet aan is de norm (dat het kind vier nachten per week of meer bij de ouder is) om ook voor het kind een kinderbijslag te ontvangen.
Omdat het primaire verzoek van de vader wordt afgewezen, komt de rechtbank toe aan de beoordeling van het subsidiaire verzoek van de vader om het hoofdverblijf van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij hem te bepalen.
Hoofdverblijfplaats (waaronder begrepen inschrijving Basisregistratie personen)
De moeder is het eens met het advies van de Raad om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] niet te wijzigen. De vader kan zich niet vinden in dit advies. De vader hecht er aan dat rekening gehouden wordt met de wens van [minderjarige 1] . [minderjarige 1] wil graag haar hoofdverblijf bij de vader hebben zodat de vader haar kleding regelt en hij gaat al mee naar afspraken bij de orthodontist en het ziekenhuis. Daarnaast vindt de vader dat het in lijn ligt met de door de Raad geadviseerde zorgregeling, waarbij [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hoofdzakelijk bij de vader verblijven, om hun hoofdverblijfplaats te wijzigen naar de vader.
De rechtbank overweegt dat op de zitting is gebleken dat [minderjarige 1] al langere tijd feitelijk van de twee weken drie dagen, te weten van dinsdag uit school tot vrijdag naar school, bij de moeder is. De rest van de tijd is zij bij de vader. Voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] geldt dat zij van de twee weken de oneven week bij de moeder zijn en de even week bij de vader. In de week dat zij bij de vader zijn, gaan zij van woensdag op donderdag ook naar de moeder. Dit betekent dat [minderjarige 2] en [minderjarige 3] feitelijk het grootste deel van de tijd bij de moeder verblijven.
Nu de situatie voor [minderjarige 1] al langere tijd zo is, ziet de rechtbank aanleiding om voor haar de juridische situatie in overeenstemming te brengen de feitelijke situatie. Ook omdat er veel discussie tussen de ouders is over de financiën is dit wenselijk. De vader zal dan de verblijfsoverstijgende kosten voor [minderjarige 1] (blijven) betalen. De inschrijving van de kinderen in de Basisregistratie personen vat de rechtbank onder het verzoek over van het hoofdverblijf van de kinderen. Daar waar de kinderen het hoofdverblijf hebben, zullen zij ook ingeschreven worden in de Basisregistratie personen.
De rechtbank zal daarom het verzoek van de vader om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij hem te bepalen toewijzen. Het meer of anders verzochte door de ouders ten aanzien van de hoofdverblijfplaats van de kinderen zal de rechtbank afwijzen.
Verwijzing naar Ouderschapsbemiddeling
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject ouderschapsbemiddeling / parallel (solo) ouderschap. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per email verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.
Omdat de rechtbank in deze beschikking op de verzoeken over het hoofdverblijf en, zoals hierna zal blijken, de zorgregeling voor de kinderen, een eindbeslissing geeft, zal de rechtbank de uitvoerende hulpverleningsinstantie niet verzoeken om de eindrapportage over het verloop van het traject ouderschapsbemiddeling/ parallel (solo) ouderschap in te dienen.
Zorgregeling (waaronder begrepen het meegeven van kledingsets bij de wissel) en dwangsom
[minderjarige 2] en [minderjarige 3]
Op de zitting is gebleken dat er overeenstemming tussen de ouders is over de zorgregeling zoals deze op dit moment voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] wordt uitgevoerd. De rechtbank zal daarom de zorgregeling voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] bepalen zoals deze nu loopt, omdat zij dit in het belang van [minderjarige 2] en [minderjarige 3] acht.
De rechtbank beschouwt gelet op deze overeenstemming tussen de ouders het meer of anders verzochte met betrekking tot de zorgregeling voor [minderjarige 2] en [minderjarige 3] als ingetrokken.
[minderjarige 1]
Tussen de ouders is de zorgregeling voor [minderjarige 1] in geschil. De moeder wenst voor [minderjarige 1] dat zij de helft van de tijd bij de moeder doorbrengt. De moeder wil heel graag dat de band tussen haar en [minderjarige 1] hersteld wordt. De vader kan zich vinden in de zorgregeling zoals die nu wordt uitgevoerd, waarbij [minderjarige 1] eens in de twee weken van dinsdag uit school tot vrijdag naar school bij de moeder is en de rest van de tijd bij de vader.
De Raad heeft een regeling geadviseerd waarbij [minderjarige 1] in de oneven weken van dinsdag uit school tot vrijdag naar school bij de moeder is en de overige tijd bij de vader.
De rechtbank stelt voorop dat zij het van belang acht dat er contact is tussen [minderjarige 1] en de moeder. De wens van de moeder om voor [minderjarige 1] weer een week op week af regeling in te voeren, is vanuit het standpunt van de moeder begrijpelijk.
Dictum
De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 9 december 2024 –:
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige 1] ( [minderjarige 1] ) geboren op [geboortedatum 1] 2012 te [geboorteplaats] de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;
*
bepaalt dat [minderjarige 1] in de oneven weken van dinsdag uit school tot vrijdag naar school bij de moeder zal verblijven en de overige tijd bij de vader;
*
bepaalt dat de minderjarigen:
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2014 te [geboorteplaats] ;
[minderjarige 3] ( [minderjarige 3] ), geboren op [geboortedatum 3] 2019 te [geboorteplaats] ;
in de even weken bij de vader en in de oneven weken bij de moeder zullen verblijven met als wisselmoment vrijdag uit school, waarbij [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de even weken die zij bij de vader verblijven van woensdag uit school tot donderdag naar school bij de moeder zullen zijn;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader] , (vader)
wonende te [postcode 1] [woonplaats] , [adres 1] ,
en
[de moeder] , (moeder)
wonende te [postcode 2] [woonplaats] , [adres 2] ;
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
Jeugdteams Leidse Regio, [adres 3] ;
*
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte ten aanzien van de verblijfsoverstijgende kosten, het hoofdverblijf (waaronder begrepen de inschrijving van de kinderen in de Basisregistratie personen), de zorgregeling (waaronder begrepen het meegeven van kledingsets bij de wissel), de dwangsom, de informatieregeling en de vervangende toestemming aanvraag paspoorten;
*
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van de kinderalimentatie en de overige financiële verzoeken (waaronder verzoeken ten aanzien van de kinderbijslag, het kindgebonden budget en de kinderopvangtoeslag) aan tot 15 september 2025 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.S.F. de Nijs, kinderrechter, bijgestaan door
mr. I.E. Moerkerk-van Kersbergen als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting
van 31 juli 2025.