Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-06
ECLI:NL:RBDHA:2025:18517
Bestuursrecht; Belastingrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,164 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 24/3877
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2025 in de zaak tussen
wijlen [eiser] , eiser
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Den Haag, verweerder.
Procesverloop
Verweerder heeft aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd, vanwege het op 28 december 2023 om 9:58 uur parkeren van zijn auto op een parkeerplek ter hoogte van [adres 1] te [plaats] , zonder daarvoor verschuldigde parkeerbelasting te voldoen.
Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 15 februari 2024 de naheffingsaanslag gehandhaafd.
Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft met dagtekening 20 juni 2024 een verweerschrift ingediend.
Eiser is op [datum] 2024 overleden. Tot de datum van overlijden stond eiser in de Basisregistratie personen ingeschreven op het adres [adres 2] te [plaats] (het laatst bekende adres).
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 22 april 2025. Alleen verweerder is op de zitting verschenen, vertegenwoordigd door mr. G.A. de Jong. Eventuele erven van eiser zijn door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 19 maart 2025 naar het laatst bekende adres onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De enveloppe waarin die brief is verzonden, is ter griffie terugontvangen. Uit de – kennelijk door medewerkers van PostNL – geplaatste sticker op die enveloppe leidt de rechtbank af dat de postbezorger van PostNL op het genoemde adres geen gehoor heeft gekregen, dat de brief niet is afgehaald van een afhaallocatie en dat PostNL de enveloppe heeft geretourneerd aan de afzender, te weten de griffier. De griffier heeft de uitnodiging om op zitting te verschijnen op 9 april 2025 per reguliere post verstuurd naar het laatst bekende adres.
De griffier heeft op 17 juli 2025 een brief gestuurd naar het laatst bekende adres. Deze brief is gericht aan eventuele erven. In die brief is onder meer gevraagd om de rechtbank te informeren over de wens om het beroep al dan niet voort te zetten. De envelop met deze brief is door de ontvanger op het laatst bekende adres teruggestuurd aan de rechtbank met vermelding ‘retour afzender’.
De rechtbank heeft aan verweerder laten weten geen aanleiding te zien om de zaak nog een keer op zitting te behandelen. Verweerder is, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht, in de gelegenheid gesteld om het te laten weten als hij wél op zitting wenst te worden gehoord.
Verweerder heeft laten weten dat de zaak wat hem betreft niet nogmaals op een zitting hoeft te worden behandeld. Daarop heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. Eiser is overleden. Niet is gebleken van erfgenamen die eiser als partij in dit geding zijn opgevolgd en het geding zouden willen voortzetten. Dit brengt mee dat er geen procesbelang is bij een beoordeling van het beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.H. van den Ende, rechter, in aanwezigheid van
mr. T. Blauw, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 oktober 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan verweerder op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).