Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-04-22
ECLI:NL:RBDHA:2025:18457
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
5,325 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL23.29118 [V-Nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken in de zaak tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedatum] 1995, van Ethiopische nationaliteit, eiseres
(gemachtigde: mr. S.N. Ali),
en
de minister van Asiel en Migratie
, de minister
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep op 1 april 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van eiseres. De minister heeft zich voor de zitting afgemeld.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag aan de hand van de beroepsgronden die eiseres heeft aangevoerd.
3. De rechtbank verklaart het beroep gegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Asielrelaas
4. Eiseres heeft het volgende aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiseres heeft verklaard vanwege haar afkomst uit Tigray problemen te ondervinden met de Ethiopische autoriteiten. Zij heeft verklaard dat soldaten haar ouderlijk huis binnen zijn gekomen en alle waardevolle bezittingen hebben meegenomen. De soldaten zijn meerdere keren teruggekomen en hebben ook de elektronicawinkel van de vader van eiseres geplunderd. Omdat soldaten huiszoekingen hielden naar jonge mannen, zijn twee broers van eiseres gevlucht. Bij een huiszoeking is de vader van eiseres meegenomen. Eiseres is zelf vanwege haar etniciteit ook opgepakt en gevangen gehouden. Zij heeft verklaard anderhalve maand in een gevangenis te hebben verbleven waar zij geen bezoek mocht ontvangen, alleen brood te eten kreeg, in het donker op een cel verbleef en haar sanitaire behoeften in dezelfde kamer moest doen.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiseres bestaat uit de volgende elementen:
- haar identiteit, nationaliteit en herkomst;
- haar problemen met de Ethiopische autoriteiten vanwege haar etnische afkomst uit Tigray.
5.1
Beide elementen heeft de minister geloofwaardig geacht. Volgens de minister is echter niet aannemelijk dat eiseres als gevolg van deze problemen een gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag heeft of dat zij bij uitzetting een reëel risico loopt op ernstige schade. Daarom heeft de minister de asielaanvraag van eiseres afgewezen.
5.2
Volgens de minister loopt eiseres geen persoonlijk risico bij terugkeer naar Ethiopië vanwege haar etniciteit. De vrees van eiseres om bij terugkeer naar Ethiopië gevangengezet, verkracht of vermoord te worden wordt door de minister niet gevolgd, omdat deze vrees niet is gebaseerd op onderbouwde aannames. Ook beschouwt de minister Tigreeërs niet langer als risicogroep aangezien de toestand in Ethiopië voor Tigreeërs is gestabiliseerd. Daarnaast werpt de minister tegen dat er een aanzienlijk tijdsverloop was tussen de gebeurtenissen en het daadwerkelijke vertrek van eiseres uit Ethiopië.
Heeft eiseres bij terugkeer te vrezen voor vervolging dan wel ernstige schade?
6. Eiseres voert aan dat de veiligheidssituatie in Tigray na de ondertekening van het vredesakkoord in 2022 niet is verbeterd. Eiseres verwijst in de gronden van beroep onder andere naar het algemeen ambtsbericht over Ethiopië van november 2022, een rapport van de UN Human Rights Council, een mondeling statement van Amnesty International van
21 maart 2023 en verschillende nieuwsartikelen. Door de algehele veiligheidssituatie in Ethiopië stelt eiseres te vrezen voor willekeurige verkrachting, marteling en de dood. Daarom stelt de minister zich volgens eiseres ten onrechte op het standpunt gesteld dat zij geen risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Ethiopië.
7. Volgens de minister is na de ondertekening van het vredesakkoord in 2022 de veiligheidssituatie in Tigray wel verbeterd. De Amhaarse troepen zijn wel aanwezig gebleven in West-Tigray, maar de Eritrese troepen hebben zich voor het grootste deel uit Tigray teruggetrokken. De Eritrese troepen zijn wel aanwezig gebleven in het grensgebied tussen Ethiopië en Eritrea. Dit blijkt volgens de minister uit het algemene ambtsbericht over Ethiopië van januari 2024 en uit het rapport van de UK Home Office. De minister stelt zich op het standpunt dat de algehele veiligheidssituatie in Mek’ele, de stad waar eiseres uit afkomstig is, is verbeterd. Mek’ele ligt volgens de minister in het midden van Tigray en niet in het grensgebied met Eritrea. Ook blijkt volgens de minister uit het ambtsbericht van 2024 en een Deens rapport dat de negatieve aandacht van de Ethiopische autoriteiten in het algemeen van Tigreeërs naar andere groeperingen zoals de Oromo en Amhara zijn verschoven. Daarom is de minister van mening dat voor eiseres geen risico op ernstige schade bestaat bij terugkeer naar Ethiopië.
8. Anders dan de minister is de rechtbank van oordeel dat de algemene landeninformatie over Tigray geen eenduidig beeld geeft van de veiligheidssituatie in Tigray en meer specifiek in Mek’ele. De rechtbank licht dit hierna toe.
9. De minister heeft ter onderbouwing van het standpunt dat die situatie is verbeterd in het verweerschrift gewezen op de volgende informatie:
Een Deens rapport (EUAA, Country of Origin Information Report, Ethiopia, Security situation in Amhara, Oromia and Tigray regions and return, oktober 2024, pagina’s 14 en 15:
“Experts from the International Commission of Human Rights have identified ‘…grave and systematic violations of international law and crimes‘, which had been committed in Tigray, Amhara, Afar and Oromia. During 2023, the expert group has documented 594 incidences of human rights violations and abuses. Compared to 2022, this represents an increase of 55.9 %; state actors estimated to be responsible for 70 % of these documented incidences (ENDF, federal police, regional police and special forces combined). These incidences affected 8 253 individuals and included killings of 1 351 persons; most of the killings occurred in Amhara (740) followed by Oromia (366). (…) OHCHR states that the human rights situation in Tigray has improved ‘significantly’ and the level of human rights abuses and violence has been reduced after the signing of the cessation of Hostilities Agreement (CoHA) on 2 November 2022, however, serious challenges remain because of limited demobilisation and reintegration of combatants. There are reports of several cases of abductions and enforced disappearances committed by the Eritrean troops in Central Tigray zone after the CoHA as well as several extrajudicial killings of civilians by Amhara troops in Western Tigray Zone. The CoHA in Tigray did install hope for a durable peace but the government then failed to live up to promises of ‘transitional justice and territorial integrity’. In spite of this, in terms of conflicts and violent clashes, the worst affected regions are now Amhara and Oromia, these two regions had the highest number of documented killings in 2023.”
Een rapport van de UK Home Office, Country Policy and Information Note, Ethiopia: Tigrayans and the Tigrayan People’s Liberation Front, version 1.0, December 2024:
“3.1.1 Tigrayans in areas under the control of the Tigrayan Interim Regional Administration (TIRA) in Tigray and in Addis Ababa are unlikely to face treatment from state actors because of their ethnicity that amounts to persecution or serious harm. However, factors such as a person’s gender, age, social and educational background, whether they are a long-term resident of Addis Ababa, their ID documentation and support network, are likely to affect the risk they face. The onus is on the person to demonstrate otherwise.”
“3.2.1 Since November 2022 there has been a significant improvement in the security situation in Tigray. Armed Conflict & Location Event Data Project (ACLED) indicative data shows a 92% fall in organised violence events (battles, explosive/remote violence, and violence against civilians) from 1,002 between November 2020 and 4 November 2022 to 78
between 5 November 2022 and 16 August 2024. ACLED also documented a 98% fall in fatalities resulting from political violence events from 5,168 to 105 between the same periods. Attacks on civilians also fell.
Conclusie
13. De minister heeft de aanvraag ten onrechte afgewezen als ongegrond. Het beroep is gegrond omdat het bestreden besluit in strijd is met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb. Dit betekent dat de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres niet in stand kan blijven. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit.
14.1
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moet nemen en daarbij rekening houdt met deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken.
14.2
Omdat het beroep gegrond is krijgt eiseres een vergoeding van haar proceskosten.
De minister moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eiseres een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Omdat aan eiseres een toevoeging is verleend, moet de minister deze vergoeding betalen aan de gemachtigde.
Dictum
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 17 augustus 2023;
- draagt de minister op binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag, waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan de gemachtigde van eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J.M. Baldinger, rechter, in aanwezigheid van mr. R. Hol, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
Pagina’s 11 en 46-48.
International Commission of Human Rights Experts on Ethiopia van 14 september 2023, pagina 9-11 en 22.
‘’Member States must ensure justice and accountability for grave human rights violations in Ethiopia’’.
Een artikel van The New Humanitarian van 31 januari 2023 over de staakt-het-vurenovereenkomst en The Financial Times van 15 januari 2023.
Pagina 24.
UK Home Office, Country Policy and Information Note, Ethiopia: Tigrayans and the Tigrayan People’s Liberation Front, version 1.0, december 2024, pagina 7-10.
Ethiopia, Security situation in Amhara, Oromia and Tigray regions and return, Center for Dokumentation og Indsats mid Ekstremisme, oktober 2024, pagina 14-15 en 81-82.
Algemeen ambtsbericht Ethiopië, januari 2024, pagina 24 en 26.
Pagina 33-34.
Pagina 35.
Pagina 35.
Ethiopië – Situatie in Tigray na vredesakkoord.
Pagina 3.
Landgebonden beleid Ethiopië, C7 14.5.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc 2000).
Pagina 10 en 11 van het nader gehoor.
Artikel 4, vierde lid, van de Kwalificatierichtlijn luidt: het feit dat de verzoeker in het verleden reeds is blootgesteld aan vervolging of aan ernstige schade, of dat hij rechtstreeks is bedreigd met dergelijke vervolging of dergelijke schade, is een duidelijke aanwijzing dat de vrees van de verzoeker voor vervolging gegrond is en het risico op het lijden van ernstige schade reëel is, tenzij er goede redenen zijn om aan te nemen dat die vervolging of ernstige schade zich niet opnieuw zal voordoen.
Algemene wet bestuursrecht.
Beoordeling
ACLED recorded a 76% fall in civilian targeting events [where civilians are the main or only target] from 178 between 4 November 2020 and 4 November 2022 to 78 between 4 November 2022 and 16 August 2024. ACLED also recorded a 98% fall in fatalities from civilian targeting from 3,077 to 55 between the same periods (see Political violence and Fatalities from violent attacks).”
“3.2.2 Living conditions in TIRA-controlled areas of Tigray have improved since the end of the conflict, although these remain difficult for many. Humanitarian access to assist people has also improved although it remains insufficient to meet all needs. (…)”
“3.2.3 The end of conflict allowed over 900,000 internally displaced people (IDPs) to return to Tigray (see IDPs returns) however there are still between 600,000 and over a million IDPs as of mid-2024. These are mainly people from the disputed territories where ongoing tensions and violence mean it is not safe to return (see Numbers of internally displaced persons (IDPs).”
“3.2.4 The human rights situation has also improved in TIRA-controlled areas, with a decline in violations including extra-judicial killings and sexual and genderbased violence. The country evidence does not indicate that there is targeting of specific groups by the TIRA or other state or non-state agents. However, criminality has increased and is widespread, includes trafficking, illegal mining and kidnapping (mostly of women and children). The TIRA lacks capacity to manage crime effectively (see Human rights situation
since CoHA and Criminality).”
De minister wijst verder op de volgende passage uit hetzelfde rapport van de UK Home Office rapport (p. 9) ter toelichting dat de ‘disputed areas’, dat wil zeggen gebieden die niet onder controle van de TIRA staan, de volgende zijn:
“3.1.11 Although the EDF and Amhara forces withdrew from major towns they have remained in some areas in Western, North Western, Central, Eastern, Southern zones of Tigray. At the time of writing, around 20% of Tigray remains contested. These ‘disputed’ territories include: the entire Western zone (known to the Amhara as Welkait), including Welkait, Tsegede, and Humera woredas, under the control of Amhara regional militias (Fano).”
Volgens de minister ligt Mek’ele niet in deze disputed areas. Mek’ele ligt in het gebied dat onder controle is van de TIRA. De rechtbank volgt de minister hierin.
10.1
De rechtbank constateert dat de hierboven vermelde informatie op zichzelf al niet eenduidig is over de veiligheidssituatie in Tigray en meer specifiek Mek’ele nu in paragraaf 3.2.4 van het rapport van de UK Home Office enerzijds staat dat de mensenrechtensituatie verbeterd is in de gebieden onder controle van de TIRA, met een daling van het aantal moorden en seksueel geweld, maar anderzijds ook staat dat criminaliteit is gestegen en wijdverbreid is, waaronder ontvoeringen van vrouwen en kinderen. De TIRA heeft niet genoeg capaciteit om dergelijke criminaliteit effectief aan te pakken.
10.2
Daar komt bij dat het laatste ambtsbericht over Ethiopië uit januari 2024 - naast de informatie waar verweerder naar verwijst - ook vermeldt dat het seksueel geweld en de mensenrechtenschendingen ook na de staakt-het-vurenovereenkomst onverminderd doorgingen:
“Ook na het ondertekenen van de staakt-het-vurenovereenkomst in november 2022 bleven Eritrese troepen aanwezig in Tigray en mensenrechtenschendingen begaan. Volgens de Internationale Commissie van Mensenrechtenexperts voor Ethiopië vonden deze schendingen soms op kleine afstand van de Ethiopische strijdkrachten plaats, zonder dat deze ingrepen.160 De Eritrese troepen maakten zich schuldig aan plunderingen, ontvoeringen,162 arbitraire arrestaties en detentie van jonge mannen, beschietingen van hulpverleners in Oost-Tigray, moorden en seksueel geweld, waaronder groepsverkrachtingen en transactionele verkrachtingen (zie ook paragraaf 1.3.2.1).”
10.3
Dat de veiligheidssituatie in Tigray en meer specifiek in Mek’ele is verbeterd, komt evenmin eenduidig naar voren in het Deense rapport waar de minister in het verweerschrift naar verwijst. Naast de passages waar de minister naar verwijst, vermeldt dit rapport namelijk ook nog het volgende:
“The ceasefire agreement between the TPLF and the Ethiopian federal authorities has been upheld by the signatories. However, the Eritrean and Amhara forces have yet to withdraw their troops from Tigray, and there have been reports of pockets of violent clashes in Tigray since November 2022. Both Eritrea and Amhara have historically laid claim to parts of Tigray, and there is evidence of serious security incidents between Amhara and Tigray forces and EDF and Tigray forces.”
“Furthermore, there have been different instances of looting and mass detentions by Eritrean forces, particularly noted in the looting of shops and vehicles towards the end of November 2022. Adding to the violence are sexual assaults, which have continued unabated despite the peace agreements. Reports from February 2023 indicate ongoing sexual violence, with survivors having to flee significant distances to avoid Eritrean roadblocks and seek medical assistance.”
“As stated above, sexual and gender based violence has remained pervasive in Tigray even after the signing of the CoHA. The ICHREE documented numerous instances of rape and sexual violence by both EDF and Amhara forces after November 2022. Amnesty International highlighted severe cases of sexual violence, including gang rapes and sexual slavery committed by Eritrean forces. One medical center in Eastern Tigray reported 76 new cases of sexual and gender based violence within a single week in June 2023. Additionally, the Organization for Justice and Accountability in the Horn of Africa found that out of 305 medical records reviewed, 128 incidents of sexual and gender based violence occurred after November 2022, primarily in areas with EDF presence, indicating that the pattern of sexual violence in Tigray had not abated.”
10.4
Het diffuse beeld over de actuele veiligheidssituatie in Tigray volgt ook uit het bericht van VluchtelingenWerk Nederland van 6 maart 2025 waar eiseres in de gronden van beroep en op zitting naar heeft verwezen:
“Volgens een artikel van de Deutsche Welle (Bijlage 4 , 1 november 2024) is het geweld en lijden nog niet over voor velen in Tigray. Volgens een docent van de Universiteit van Me’kele is het vredesakkoord niet volledig geïmplementeerd, maar “eerder een mislukking” omdat het de gebieden van Tigray niet heeft hersteld. Hij zegt dat de inwoners of ontheemden van West-Tigray, Gulomekeda en Irob hierdoor niet terug naar huis keren. Er zijn wel enkele terugkeerders in het zuidelijke deel van Tigray, maar zij worden niet beschermd.
De Deense Immigratiedienst (Bijlage 7 , oktober 2024) meldt dat er sinds november 2022 meldingen zijn van sporadische gevechten tussen Amhara- en Tigray-troepen in de zuidelijke, westelijke en noordwestelijke zones van Tigray - twee zones die Amhara als hun grondgebied beschouwt. Seksueel en gendergerelateerd geweld is in Tigray alomtegenwoordig gebleven, zelfs na de ondertekening van de vredesovereenkomst.”
11. Het standpunt van de minister dat eiseres bij terugkeer naar Tigray geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade vindt niet eenduidig steun in de hierboven vermelde landeninformatie.