Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-10-02
ECLI:NL:RBDHA:2025:18281
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,069 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.21264
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [nummer], eiser
(gemachtigde: mr. D.S. Harhangi-Asarfi),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. M. Ruijzendaal).
Procesverloop
Bij besluit van 30 april 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw), in samenhang gelezen met artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder h, van de Vw, als kennelijk ongegrond afgewezen.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
Bij bericht van 30 september 2025 heeft verweerder gemeld dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken.
Bij bericht van 30 september 2025 heeft de gemachtigde van eiser gemeld dat zij geen contact meer heeft met eiser. Zij zal niet ter zitting verschijnen en geeft de rechtbank toestemming om de zaak op de stukken af te doen.
Verweerder heeft desgevraagd eveneens toestemming gegeven om zonder zitting uitspraak te doen.
De rechtbank heeft op 1 oktober 2025 bepaald dat de geplande behandeling van het beroep op de zitting van 8 oktober 2025 geen doorgang vindt en het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiser nog procesbelang heeft bij zijn beroep.
2. Bij bericht van 30 september 2025 heeft verweerder aangegeven dat eiser op 9 april 2025 met onbekende bestemming is vertrokken. Ter onderbouwing hiervan heeft verweerder een screenshot van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) overgelegd. Niet is gebleken dat hij zich inmiddels weer heeft gemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, het COA, de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel of de Dienst Terugkeer en Vertrek. De gemachtigde van eiser heeft bij bericht van 30 september 2025 aangegeven dat zij geen contact meer heeft met eiser sinds het indienen van de gronden van beroep, op 15 mei 2025.
3. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662) volgt dat, indien een vreemdeling die in Nederland bescherming heeft gevraagd met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel vanuit moet worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit impliceert dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
4. Nu eiser met onbekende bestemming is vertrokken en al geruime tijd geen contact meer onderhoudt met zijn gemachtigde, stelt hij kennelijk geen prijs meer op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming hier te lande. Gelet hierop heeft hij geen rechtens te beschermen belang bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
5. Het beroep zal wegens ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk worden verklaard.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E. Bos, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B.C. Hoeksel, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.