Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-30
ECLI:NL:RBDHA:2025:18094
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
874 tokens
=== VOLLEDIG ===
ECLI:NL:RBDHA:2025:18094 text/xml public 2026-03-19T11:57:05 2025-10-02 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2025-09-30 NL25.23960 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Middelburg Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2025:18094 text/html public 2025-10-02T09:15:03 2026-03-19 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2025:18094 Rechtbank Den Haag , 30-09-2025 / NL25.23960 BNT, asiel, beslissing op aanvraag, beroep ingetrokken, pkv toegewezen RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL25.23960 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [verzoekster], verzoekster, V-nummer: [V-nummer] (gemachtigde: mr. A.W. IJland), en de minister van Asiel en Migratie , verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft op 27 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 17 augustus 2024. Bij besluit van 3 juli 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van verzoekster buiten behandeling gesteld. Verzoekster heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Overwegingen 1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb. 2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoekster heeft besloten en hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen alsnog op de aanvraag van verzoekster heeft beslist, is verweerder aan het beroep van verzoekster tegemoetgekomen. 3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit. Beslissing De rechtbank: veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 453,50 (vierhonderddrieënvijftig euro en vijftig cent). Deze uitspraak is gedaan op 30 september 2025 door mr. J.F.I. Sinack, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl . De uitspraak is bekendgemaakt op: Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Algemene wet bestuursrecht. Besluit proceskosten bestuursrecht.