Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-06-20
ECLI:NL:RBDHA:2025:17803
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
6,592 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.13743
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J.A. Nijland),
en
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. T. Tichelaar).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn opvolgende asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft de Colombiaanse nationaliteit en is geboren op [1966] . Hij heeft op 9 oktober 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 19 maart 2025 (het bestreden besluit) in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, J.W. Deman als tolk en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de opvolgende asielaanvraag van eiser. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank oordeelt dat het beroep ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Eerdere asielaanvraag
4. Eiser heeft aan zijn eerdere asielaanvraag van 25 mei 2023 ten grondslag gelegd dat hij (doods)bedreigingen heeft ontvangen van Ejército de Liberación Nacional (ELN), vanwege zijn activiteiten voor Centra Democratio. De minister heeft dit niet geloofwaardig geacht en heeft de asielaanvraag met het besluit van 8 juni 2023 afgewezen als kennelijk ongegrond. Dit oordeel staat in rechte vast met de uitspraak van deze rechtbank,
zittingsplaats Amsterdam, van 6 juli 2023¹ en de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 29 augustus 2023².
Huidige asielaanvraag
5. Eiser legt aan zijn huidige asielaanvraag ten grondslag dat op 18 september 2023 gewapende personen een inval hebben gedaan in zijn appartement in Colombia. Volgens eiser toont dit aan dat hij (nog steeds) problemen heeft met ELN. Eiser wijst er verder op dat hij nu actief is voor Foro Internacional de Víctimas. De minister moet zijn politieke overtuiging alsnog beoordelen in overeenstemming met het arrest S en A van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJEU) van 21 september 2023³. Eiser heeft bij zijn asielaanvraag beelden van een bewakingscamera en verschillende documenten overgelegd.
Bestreden besluit
6.1.
Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:
identiteit, nationaliteit en herkomst;
problemen met de ELN vanwege politieke activiteiten;
politieke mening en activiteiten om deze mening te uiten.
6.2.
De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Wat betreft de problemen met ELN vanwege zijn politieke activiteiten stelt de minister dat eiser hierover geen relevante nieuwe elementen en bevindingen naar voren heeft gebracht. Volgens de minister is dit asielmotief daarom nog altijd ongeloofwaardig. De minister merkt hierbij op dat uit de beelden van de bewakingscamera enkel is op te maken dat twee mannen, die niet herkenbaar in beeld zijn, een huis zijn binnengegaan. Uit de beelden blijkt niet dat zij van ELN waren en op zoek waren naar eiser. Volgens de minister blijkt uit de documenten die eiser heeft overgelegd ook niet dat hij te vrezen heeft van ELN vanwege zijn politieke activiteiten.
De minister acht de politieke mening van eiser en zijn activiteiten om deze mening te uiten geloofwaardig. Volgens de minister betekent dit echter niet dat eiser een gegronde vrees heeft voor vervolging. De minister wijst er daartoe op dat in de vorige procedure al is geoordeeld dat eiser slechts marginale activiteiten heeft verricht, en dat de activiteiten van eiser van daarna (op sociale media en voor Foro Internacional de Víctimas) ook marginaal zijn. Volgens de minister blijkt uit het Algemeen ambtsbericht Colombia van juni 2024 dat politiek opposanten eigenlijk geen problemen ondervinden in Colombia. Dat is anders voor overheidsambtenaren en politici, maar eiser is geen politiek kandidaat. Ook zijn de gestelde problemen met ELN ongeloofwaardig geacht. De minister erkent dat er niet veel vragen zijn gesteld over hoe eiser zich bij terugkeer naar Colombia wenst te uiten, maar volgens de minister blijkt dit voldoende uit het dossier en het gehoor van eiser. Volgens de minister kan uit de verklaring van eiser op p. 10 van het gehoor worden afgeleid dat hij dezelfde activiteiten wil ondernemen als hij nu doet. De minister merkt daarbij op dat eiser in de zienswijze ook niet naar voren heeft gebracht dat hij andere activiteiten wil gaan doen. De minister gaat er dus vanuit dat eiser met zijn marginale activiteiten geen risico loopt. Uit eisers verklaringen blijkt dat zijn familie nog in Colombia verblijft en verhuisd is naar [plaats 1] , waar zij geen problemen hebben ondervonden vanwege de activiteiten van eiser in Nederland.
Dat eiser uit het gebied [gebied] in Colombia afkomstig is, betekent volgens de minister ook niet dat hij een reëel risico loopt op ernstige schade. In het landgebonden beleid voor
Colombia (paragraaf C7/10 van de Vreemdelingencirculaire 2000) wordt voor dit gebied aangenomen dat sprake is van een relatief lager niveau van willekeurig geweld. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij een verhoogd risico loopt om hiervan slachtoffer te worden. De minister concludeert dat de asielaanvraag wordt afgewezen als kennelijk ongegrond.
Problemen met ELN vanwege politieke activiteiten
7. Eiser stelt dat de minister ten onrechte geen volledige inhoudelijke beoordeling heeft verricht van de gestelde problemen met ELN vanwege zijn politieke activiteiten. De minister stelt immers dat op dit punt geen sprake is van relevante nieuwe elementen. Eiser voert hiertoe primair aan dat de minister zijn asielaanvraag kennelijk ongegrond - en dus ontvankelijk - heeft verklaard, en daarom dit asielmotief inhoudelijk had moeten beoordelen. Subsidiair voert eiser aan dat er wel degelijk sprake is van relevante nieuwe elementen, als bedoeld in het arrest LH⁴ en de uitspraak van de Afdeling van 15 september 2022⁵. Volgens eiser hanteert de minister een te hoge maatstaf. Volgens eiser zijn de nieuwe gebeurtenissen en de overgelegde documenten onder andere relevant omdat in de eerste procedure zijn verklaringen over de aangiften aan hem werden tegengeworpen. Volgens eiser is ook sprake van relevante elementen omdat in deze nieuwe procedure de politieke opinie en activiteiten van eiser wel geloofwaardig worden geacht en deze samenhangen met zijn problemen met ELN. Eiser stelt verder dat de overweging van de minister dat de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas in de eerste asielprocedure “in rechte is komen vast te staan” niet strookt met de algemene bestuursrechtelijke uitgangspunten en uitspraken over (de uitleg van) het beginsel van formele rechtskracht. Eiser heeft in beroep nog een document van Unidad para las Víctimas van 17 april 2024 overgelegd, waaruit blijkt dat zijn zoon is opgenomen in het slachtofferregister.
Toetsingskader
8.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Het besluit van 8 juni 2023, waarbij de eerste asielaanvraag van eiser is afgewezen, staat in rechte vast (heeft formele rechtskracht). Uit de rechtspraak van de Afdeling volgt dat dit betekent dat in beginsel moet worden uitgegaan van de rechtmatigheid van dat besluit.⁶
8.2. .
. Eiser heeft een opvolgende asielaanvraag ingediend. De minister moet dan beoordelen of de aanvraag ontvankelijk is, voordat hij overgaat tot een inhoudelijke behandeling van het asielverzoek. Dat is het geval als aan twee cumulatieve vereisten is voldaan. Ten eerste moeten de aangedragen elementen en bevindingen nieuw zijn ten opzichte van de voorgaande procedure. Ten tweede moeten die elementen en bevindingen relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag.⁷
8.2.1.
De minister zal bij de vraag naar de ontvankelijkheid van een opvolgende aanvraag tot een bepaalde hoogte inhoudelijk moeten ingaan op de opvolgende aanvraag om te beoordelen of nieuwe elementen en bevindingen relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de aanvraag. Tegelijkertijd moet de minister echter voorkomen dat hij de aanvraag in dit stadium al inhoudelijk beoordeelt.
Conclusie
13. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt en de afwijzing van zijn opvolgende asielaanvraag in stand blijft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
1. NL23.17037 (niet gepubliceerd).
2 ECLI:NL:RVS:2023:3273.
3 ECLI:EU:C:2023:688.
4 Arrest van het HvJEU van 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:478.
5 ECLI:NL:RVS:2022:2699.
6 Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 4 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:881, r.o. 4.4 en 10 juli 2024,
ECLI:NL:RVS:2024:2805, r.o. 11.
7 Zie de uitspraak van de Afdeling 26 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:208, over het arrest LH van het HvJEU van 10 juni 2021, ECLI:EU:C:2021:478, en de uitspraken van de Afdeling 15 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2699, 28 september 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2713 en 5 april 2024, ECLI:NL:RVS:2023:1316.
8 Zie de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2024, ECLI:NL:RVS:2023:1316, r.o. 2.1.
9 Zie de uitspraak van de Afdeling van 5 april 2024, ECLI:NL:RVS:2023:1316, r.o. 2.2.
20 juni 2025
Documentcode: [documentcode]
Beoordeling
De ontvankelijkheid van een opvolgende asielaanvraag is namelijk niet afhankelijk van het antwoord op de vraag of de minister ervan overtuigd is dat de nieuwe elementen en bevindingen die aanvraag afdoende staven.⁸
8.2.2.
De minister moet in het kader van de beoordeling van de ontvankelijkheid invulling geven aan zijn samenwerkingsplicht. Dit kan hij bijvoorbeeld doen door de bewijswaarde van overgelegde documenten vast te stellen door deze op authenticiteit te onderzoeken, de objectiviteit van de opstellers ervan te beoordelen, de documenten inhoudelijk te bezien en de documenten te beoordelen aan de hand van zijn standpunt over eerdere verklaringen van de vreemdeling, eerder overgelegde documenten of landeninformatie.⁹
Asielaanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond
8.3.
Uit het voornemen en het bestreden besluit blijkt dat de minister bij het asielmotief “politieke mening en activiteiten” niet aan eiser tegenwerpt dat geen sprake is van nieuwe relevante elementen en bevindingen. Hieruit volgt dat de asielaanvraag niet niet- ontvankelijk kon worden verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank staat dat er niet aan in de weg dat bij een ander asielmotief (problemen met ELN vanwege politieke activiteiten) uiteindelijk wél wordt tegengeworpen dat geen sprake is van relevante nieuwe elementen en bevindingen waarbij wordt verwezen naar het geloofwaardigheidsoordeel dat is gegeven in de vorige procedure. De rechtbank volgt het primaire standpunt van eiser dus niet.
Relevante nieuwe elementen en bevindingen?
8.4.
De rechtbank is verder van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de eigen verklaringen van eiser niet als relevante nieuwe elementen voor de beoordeling van de asielaanvraag kunnen worden aangemerkt en de ingebrachte camerabeelden en documenten – hoewel die nieuw zijn – geen relevante elementen zijn die leiden tot een andere beoordeling dan eerder over de asielaanvraag van eiser is gegeven. De rechtbank volgt eiser niet in zijn standpunt dat de minister hierbij een te hoge maatstaf heeft gehanteerd en onvoldoende de jurisprudentie op dit punt volgt. In het voornemen (p.2) is het toetsingskader uiteengezet, waarbij is verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 15 september 2022. Vervolgens is in het voornemen en het bestreden besluit inhoudelijk ingegaan op de camerabeelden en documenten en is toegelicht waarom deze niet tot een ander oordeel kunnen leiden dan in de eerdere procedure al is gegeven. Wat betreft de camerabeelden heeft eiser niet betwist dat hieruit enkel blijkt dat twee mannen, die niet herkenbaar in beeld zijn, een huis zijn binnengegaan. De minister stelt terecht dat hieruit niet kan worden afgeleid dat mannen van ELN op zoek waren naar eiser. Wat betreft de aangifte van de zoon van eiser van 19 september 2023 heeft de minister terecht opgemerkt dat uit de aangifte enkel volgt dat onbekende, onherkenbare mannen bij het huis van eiser zouden zijn geweest. Uit de aangifte volgt verder dat de zoon van eiser heeft verklaard dat zijn vader leidend politiek actief is en dat hij zeker weet dat ze op zoek waren naar zijn vader om hem van het leven te beroven en dat een vriend van eiser aanwezig was ter ondersteuning van de aangifte. De minister mocht in dat verband echter opmerken dat de zoon en vriend van eiser geen objectieve bron zijn. Over de brief van de (met eiser bevriende) advocate van 21 september 2023 heeft de minister terecht opgemerkt dat hieruit ook niet blijkt dat eiser is bedreigd door ELN. Uit de brief blijkt enkel dat de advocate navraag heeft gedaan naar de zaak van eiser, “die slachtoffer is van bedreigingen, blijkbaar aan de kant van illegale bewapende groeperingen” en dat de advocate van de zoon van eiser heeft gehoord dat gewapende individuen de woning van eiser zijn binnengedrongen.
8.5
Eiser heeft ook nog documenten in het Spaans overgelegd die niet zijn vertaald. De minister is desondanks op deze documenten ingegaan. Eiser heeft de weergave van de minister van wat in deze documenten staat, niet betwist. De rechtbank kan de minister
volgen dat in de brieven die afkomstig zouden zijn van autoriteiten, niet wordt bevestigd dat eiser te vrezen heeft voor ELN. Wat betreft de documenten die zien op de lopende zaken van eiser en zijn zoon, heeft de minister terecht overwogen dat in de vorige procedure ook is aangegeven dat er een zaak loopt en de bedreiging door ELN desondanks ongeloofwaardig is geacht. Dit is onder andere ongeloofwaardig geacht omdat eiser vaag heeft verklaard over waarom ELN bedreigingen jegens hem heeft gedaan en niet valt in te zien dat eiser pas op 12/13 mei 2023 aangifte heeft gedaan terwijl hij stelt dat hij de laatste dreigbrief op 13 april 2023 heeft ontvangen. Nu in de overgelegde documenten niet door een objectieve partij is bevestigd dat de aangifte / zaak van eiser verband houdt met problemen met ELN, heeft de minister de lopende zaken van eiser terecht niet als nieuw, relevant element gezien.
8.6
Ook heeft de minister terecht opgemerkt dat uit het document van Unidad para las Víctimas van 4 september 2024 (waarin is bevestigd dat eiser staat ingeschreven in het slachtofferregister) niet blijkt waarom eiser als slachtoffer wordt gezien en dat hij te vrezen heeft voor ELN. Eiser heeft in beroep nog een document van Unidad para las Víctimas van 17 april 2024, met een vertaling daarvan, overgelegd. Daaruit blijkt dat de zoon van eiser met zijn familie is ingeschreven in het slachtofferregister, vanwege “gedwongen verplaatsing/ontheemding en bedreigingen”. In het document is de verklaring van de zoon van eiser weergegeven, is beschreven op welke wijze onderzoek is gedaan, en is geconcludeerd dat er “Geen informatie is geregistreerd die de in deze beslissing geanalyseerde victimiserende feiten ontkracht.” De minister heeft hierover op de zitting het standpunt ingenomen dat eiser, net als zijn zoon, op zijn eigen verklaring is geregistreerd als slachtoffer, dat uit de verklaringen van eiser (gehoor opvolgende aanvraag p. 6 en 7) blijkt dat Unidad para las Víctimas beoordeelt of het “plausibel” is wat je verteld hebt, wat een lagere lat is dan “geloofwaardig” en dat de minister de conclusie dat het plausibel is ook niet hoeft te volgen. De rechtbank kan deze toelichting van de minister volgen. De rechtbank acht ook van belang dat Unidad para las Víctimas in het document van 17 april 2024 ELN weliswaar één keer noemt, maar met name verwijst naar informatie over geweld door gewapende groeperingen in het algemeen. Ook wordt op de laatste pagina een voorbehoud gemaakt dat er personen zijn geweest die geregistreerd zijn door het moedwillig wijzigen of simuleren van omstandigheden of die omstandigheden hebben verborgen gehouden, en dat in dergelijke gevallen direct zal worden overgegaan tot intrekking van de registratie. De inschrijving van eiser en zijn zoon en familie in het slachtofferregister is dus ook terecht niet als een relevant nieuw element of bevinding aangemerkt.
8.7
De rechtbank volgt eiser ook niet in zijn standpunt dat in deze procedure de politieke opinie en activiteiten wel geloofwaardig worden geacht en in de vorige niet, en dat alleen daarom al sprake is van nieuwe relevante elementen. In de vorige procedure zijn de politieke activiteiten van eiser in Colombia namelijk wel gevolgd, en is geoordeeld dat deze marginaal zijn. Eiser heeft daarover geen nieuwe informatie aangedragen. De beroepsgrond slaagt niet.
Risico bij terugkeer vanwege politieke mening en activiteiten
9. Eiser voert aan dat de minister miskent dat de vraag of zijn politieke activiteiten wel of niet marginaal zijn, niet relevant / doorslaggevend is voor de beoordeling van de noodzaak tot vluchtelingenrechtelijke bescherming. De minister moet immers een toekomstgerichte beoordeling maken.
Beoordeling
Volgens eiser is dit niet gebeurd, nu de minister in het bestreden besluit zelf erkent dat te weinig is doorgevraagd over hoe eiser zijn politieke
opinie in de toekomst zou willen uiten. Daarmee is sprake van een zorgvuldigheidsgebrek. Eiser heeft in beroep ook een verklaring van de coördinator van Foro Internacional de Víctimas van 9 mei 2025 overgelegd, waaruit volgens hem volgt dat hij vanwege zijn politieke activiteiten als sociaal leider een risico loopt bij terugkeer naar Colombia. Eiser heeft ook foto’s van 15 mei 2025, screenshots van Facebook en landeninformatie over de situatie in [plaats 2] van april en mei 2025 overgelegd.
10.1.
De rechtbank overweegt als volgt. Uit het verslag van het gehoor opvolgende aanvraag blijkt dat er vragen zijn gesteld over de politieke activiteiten van eiser en het risico dat dit zou opleveren bij terugkeer. Op p. 9 staat wat betreft Foro Internacional de Víctimas bijvoorbeeld het volgende:
V: “Wat is uw rol bij die vergaderingen?
A: De leider, directeur van de afdeling in Nederland heet Eliecer Osorio. De bedoeling is dat er in elk AZC een vertegenwoordiger aanwezig is. In Harderwijk is [B] de vertegenwoordiger. Ik help haar. Om een voorbeeld te geven, in april komt de dag van de asielzoeker eraan. Dan heeft de leider gezegd dan gaan we contact opnemen met de consul, een afspraak regelen om te kijken wat hij of zij kan betekenen. We gaan een oproep doen en informatie geven over artikel 1448, het bereik daarvan en welke voordelen dat dan heeft. Ik heb bewijs van deze activiteiten die ik gedaan heb, video opnames, foto’s.
V: Is deze organisatie verboden in Colombia?
A: Nee. Er worden ook vergaderingen gehouden zodat het ook daar meer zichtbaarheid krijgt, wat dus de asielzoekers ondervinden in elk land. We kijken dan naar alternatieven voor vrede en een betere omgang met elkaar.
V: Wat is dan het probleem ten aanzien van uw deelname aan deze organisatie? A: Ik heb geen problemen met de autoriteiten. Ik heb een probleem met de ELN. Dat is een terroristische groepering die zichzelf boven de wet stelt. En iedereen weet wel dat de regering onder de tafel hen helpt. Omdat zij zelf ook linkse tendensen hebben.”
Op p. 10 is ook gevraagd naar het posten op Facebook:
“V: U post op facebook zegt u. Wat post u zoal?
A: Alles wat tegen de regering van Pietro is. Bijvoorbeeld, nu zitten we met een oproep tot een referendum. Pietro wil graag bepaalde wetswijzigingen erdoorheen krijgen, met betrekking tot hervorming van de gezondheidszorg. Die wetten zijn niet door het congres gekomen en nu wil hij een volksstemming houden om op die manier toch zijn zin te krijgen. Ik ben het er niet mee eens, en ik zal wat dat betreft mijn mening blijven uiten. Ik zal het blijven doen.”
De rechtbank kan de minister volgen dat de verklaring van eiser “ik zal wat dat betreft mijn mening blijven uiten” erop wijst dat eiser dezelfde activiteiten wil voortzetten. De overige verklaringen van eiser bieden ook geen aanknopingspunten dat hij zijn activiteiten bij terugkeer wil uitbreiden. Op p. 11 van het gehoor wordt bijvoorbeeld gevraagd waarom eiser bij terugkeer nog problemen zou ondervinden, nu hij niet meer actief is voor Centro Democratio. Eiser antwoordt dan: “Omdat het een terroristische beweging is. Ze zijn links socialistisch, ze willen het land eigenlijk overnemen. Iedereen die tegen hen is moet uit de weg geruimd.” Eiser bevestigt daarna dat hij bedoelt dat als je eenmaal gezocht wordt, je er niet vanaf komt, of je nu stopt of niet. Daaruit blijkt niet dat eiser zijn politieke activiteiten wil hervatten, laat staan uitbreiden. Eiser heeft ook in de zienswijze niet naar voren gebracht dat hij andere activiteiten wil gaan doen. Gelet op het voorgaande volgt de rechtbank eiser niet in zijn standpunt dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid. De rechtbank
acht daarbij van belang dat het een opvolgende aanvraag betreft, waarbij het op de weg van eiser ligt om nieuwe elementen en bevindingen naar voren te brengen.
10.2.
De minister mocht er daarom vanuit gaan dat eiser bij terugkeer dezelfde activiteiten wenst te verrichten als voorheen. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat deze activiteiten marginaal zijn, en dat – gelet op de landeninformatie en verklaringen van eiser – niet aannemelijk is dat eiser hierdoor een reëel risico loopt op ernstige schade. De door eiser overgelegde documenten leiden niet tot een ander oordeel. Wat betreft de foto’s van de aanwezigheid van eiser bij een herdenkingsbijeenkomst van Foro Internacional de Víctimas heeft de minister op de zitting terecht opgemerkt dat het enkel aanwezig zijn bij een bijeenkomst niet wil zeggen dat je daarmee in de negatieve belangstelling staat. Verder hoefde de minister niet te volgen dat eiser een sociaal leider is, zoals wordt gesteld in de verklaring van de coördinator van Foro Internacional de Víctimas. De minister mocht daartoe verwijzen naar de verklaringen van eiser zelf (gehoor opvolgende aanvraag, p. 9). Daaruit blijkt enkel dat eiser helpt met de logistiek, en de vertegenwoordiger in zijn AZC en af en toe de leider (coördinator) helpt. Over de screenshots van Facebook heeft de minister verder terecht opgemerkt dat hieruit enkel blijkt dat eiser beelden en berichten van anderen deelt, geen likes te zien zijn en niet is gebleken dat eiser hiermee in de negatieve aandacht staat. Wat betreft de landeninformatie over de situatie in [plaats 2] , heeft de minister terecht opgemerkt dat dit niet relevant is, omdat uit de verklaringen van eiser (gehoor opvolgende aanvraag, p. 6) blijkt dat zijn familie uit dit gebied is vertrokken. De beroepsgrond slaagt niet.
Geen vertrektermijn
11. Eiser voert nog aan dat de minister niet deugdelijk heeft gemotiveerd waarom er, gelet op de overschrijding van de beslistermijn, geen extra vertrektermijn aan hem is gegeven. Eiser heeft op de zitting toegelicht dat hij in Nederland zijn werk en contacten wil afronden.
12. De beroepsgrond slaagt niet. In het bestreden besluit (p. 6 en 7) heeft de minister deugdelijk gemotiveerd waarom eiser geen vertrektermijn wordt gegund. De minister heeft er daarbij onder andere terecht op gewezen dat eiser al eerder een afwijzend besluit heeft gekregen, waarin stond dat hij Nederland onmiddellijk moet verlaten.