Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-17
ECLI:NL:RBDHA:2025:17759
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Mondelinge uitspraak
928 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL24.41162 (beroep)
NL24.41164 (voorlopige voorziening)
[V-Nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter van 17 februari 2025 in de zaken tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedatum] 1965, met de Peruaanse nationaliteit,
eiseres en verzoekster (hierna: eiseres)
(gemachtigde mr. T. Mustafazade)
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. F.E. Mahler).
Procesverloop
Met het besluit van 30 januari 2023 heeft verweerder de aanvraag van eiseres voor uitstel van vertrek op medische gronden afgewezen. Met het bestreden besluit van 11 oktober 2024 is verweerder bij dit besluit gebleven.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Ook heeft zij een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend, ertoe strekkende dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit worden opgeschort tot zes weken nadat op het beroep is beslist.
De rechtbank/voorzieningenrechter (hierna: rechtbank) heeft het beroep van eiseres op 17 februari 2025 op zitting behandeld. De gemachtigde van verweerder heeft aan deze zitting deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn niet verschenen.
De rechtbank heeft het onderzoek na de zitting gesloten en onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Eiseres heeft zich op het standpunt gesteld dat verweerder het bestreden besluit niet mocht baseren op het BMA-advies van 21 oktober 2022, omdat dit BMA-advies onvolledig is.
2. De rechtbank overweegt dat eiseres haar standpunt dat het BMA-advies onvolledig is niet met objectieve stukken heeft onderbouwd. Eiseres heeft, ondanks eerdere toezeggingen, geen nieuwe medische informatie aangeleverd waaruit dit blijkt. De rechtbank volgt eiseres dan ook niet in haar standpunt. Deze beroepsgrond slaagt niet.
3. De rechtbank is ook niet anderszins gebleken dat het BMA-advies onvolledig is of onzorgvuldig tot stand is gekomen. De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder het bestreden besluit mocht baseren op dit BMA-advies.
4. Nu op het beroep van eiseres is beslist bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van de gevraagde voorlopige voorziening. Het verzoek hiertoe wordt daarom afgewezen.
Dictum
De rechtbank,
in de zaak NL24.41162:
- verklaart het beroep ongegrond;
in de zaak NL24.41164:
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2025 door mr. L.H. Waller, rechter, in aanwezigheid van mr. M.A. Hollander, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bureau Medische Advisering.