Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-07-08
ECLI:NL:RBDHA:2025:17746
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,801 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Jeugd- en Zorgrecht
Zaaknummer: C/09/687250 / JE RK 25-1106
Datum uitspraak: 8 juli 2025
Beschikking van de kinderrechter tot verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden, gevestigd te Den Haag,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [de minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] .
1Het verloop van de procedure
1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 23 juni 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 8 juli 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
- [naam 1] namens de gecertificeerde instelling.
1.3.
De kinderrechter heeft [de minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening te geven. [de minderjarige] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt.
Feiten
2.1.
[de minderjarige] is erkend door [naam 2] .
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] woont bij haar moeder.
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 juli 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 17 juli 2025.
3Het verzoek
3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot aan haar meerderjarigheid en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek, samengevat en zakelijk weergegeven, als volgt gemotiveerd en ter zitting nader toegelicht. [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig in haar ontwikkeling bedreigd. Zij heeft zich teruggetrokken uit het gezinsleven. Zij vertoont zelfbepalend, en verbaal en fysiek agressief gedrag. [de minderjarige] heeft haar dag- en nachtritme omgedraaid en het is onbekend met wie zij buitenshuis is. Zij komt laat of niet thuis en heeft geld waarvan de herkomst onbekend is. Bovendien verzuimt zij veel van school. [de minderjarige] heeft bij de huisarts aangegeven hulp van een psycholoog te willen. Gedurende de ondertoezichtstelling heeft [de minderjarige] hulpverlening en contact met de jeugdbeschermer afgehouden. De moeder is ambivalent in het accepteren van hulpverlening. Een verlenging van de ondertoezichtstelling is noodzakelijk. De nieuwe jeugdbeschermer wil met [de minderjarige] en de moeder een nieuw plan maken en denkt aan de inzet van een coach om [de minderjarige] te ondersteunen met het krijgen van een normaal dag-nachtritme en met het verbeteren van de schoolgang.
4De standpunten
4.1.
De moeder stemt in met het verzochte. De laatste twee weken is de situatie wel iets verbeterd. [de minderjarige] is thuis, ze heeft gekookt, er wordt aan tafel gegeten, en er wordt fijn met elkaar gepraat. De moeder denkt dat deze omslag is gekomen doordat [de minderjarige] is gestopt met werken. Op werk had zij veel foute vrienden. [de minderjarige] heeft nog steeds een omgekeerd dag-nachtritme en gaat niet naar school. De moeder hoopt dat er hulpverlening komt die in contact kan raken met [de minderjarige] en ervoor zorgt dat zij haar schoolgang hervat.
Beoordeling
5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. De kinderrechter legt hieronder uit waarom.
5.2.
Uit het verzoekschrift en de behandeling ter zitting leidt de kinderrechter af dat de ontwikkeling van [de minderjarige] nog steeds ernstig wordt bedreigd. [de minderjarige] vertoont zelfbepalend gedrag, heeft een omgekeerd dag-nachtritme en de moeder heeft geen zicht op waar en met wie zij is. Er zijn zorgen dat zij zich buitenshuis in gevaarlijke situaties begeeft waarvan zij de risico’s niet inziet. De door de moeder beschreven positieve ontwikkeling van de laatste twee weken is nog zeer pril en biedt nog geen grond voor het vertrouwen dat [de minderjarige] in vrijwillig kader structureel de hulp en sturing zal aanvaarden die nodig zijn. Voor de komende tijd is het van groot belang dat [de minderjarige] weer een normaal dag- en nachtritme krijgt en haar schoolgang hervat. De moeder is bereid, maar onvoldoende in staat om zelfstandig de bedreigingen in de ontwikkeling van [de minderjarige] weg te nemen. [de minderjarige] is inmiddels 17 jaar en heeft ook en juist nu ondersteuning en begeleiding nodig in haar ontwikkeling naar volwassenheid. Recent is een nieuwe jeugdbeschermer aangetreden die ter zitting heeft toegelicht dat zij een nieuw plan met doelen gaat maken, in samenwerking met [de minderjarige] en de moeder, voor de periode tot aan haar meerderjarigheid. Er zal veel geregeld moeten worden voor [de minderjarige] en het is belangrijk dat de jeugdbeschermer haar voorbereidt op wat er verandert als zij meerderjarig wordt.
5.3.
De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot de dag waarop zij meerderjarig wordt, [geboortedatum] 2026.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.
Dictum
De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [geboortedatum] 2026;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2025 door mr. M.H. Rochat, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Klijn als griffier. De schriftelijke uitwerking is vastgesteld op 24 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.
Artikel 1:260 BW.