Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-03-27
ECLI:NL:RBDHA:2025:17667
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,783 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummers: NL25.9563 (beroep)
NL25.9564 (voorlopige voorziening)
V-nummer: [v-nummer]
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[eiseres] ,
geboren op [geboortedag] 1954, Amerikaans burger, eiseres/verzoekster, hierna: eiseres
(gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr G. Erdal).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank/voorziengingenrechter (hierna: rechtbank) het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag en haar verzoek om een voorlopige voorziening.
1.1.
De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 27 februari 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.2.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 24 maart 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, J. Singh als tolk in de Engelse taal en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
3. Naar het oordeel van de rechtbank is het beroep ongegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Achtergrond
4. Eiseres is geboren op [geboortedag] 1954 en is Amerikaans burger. Zij heeft de Verenigde Staten van Amerika (hierna: Verenigde Staten) verlaten en is op 20 februari 2025 met het vliegtuig in Nederland aangekomen. Zij heeft op diezelfde datum asiel aangevraagd in Nederland.
Asielrelaas
5. Eiseres heeft het volgende aan haar asielrelaas ten grondslag gelegd. Eiseres vreest omdat [president] en [naam 1] aan de macht zijn in de Verenigde Staten. Eiseres is altijd tegen [president] geweest en zij vreest dat de mensen die niet loyaal zijn aan hem in de problemen zullen komen. Eiseres is bang dat deze mensen in concentratiekampen zullen eindigen. Ook is eiseres op sociale media X actief geweest tegen [president] en vreest zij voor de gevolgen hiervan.
Besluitvorming
5.1.
Het asielrelaas bevat volgens de minister de volgende relevante asielmotieven:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst; en,
2. Uitingen op sociale media (X).
5.2.
De minister vindt beide asielmotieven geloofwaardig, alleen omdat eiseres uit een veilig land van herkomst komt, krijgt zij geen asielvergunning. In zijn algemeenheid kan namelijk volgens de minister worden aangenomen dat vreemdelingen afkomstig uit de Verenigde Staten daar niet te vrezen hebben voor problemen welke verlening van internationale bescherming rechtvaardigen en eiseres heeft het tegendeel niet aannemelijk gemaakt. Ook heeft eiseres volgens de minister niet aannemelijk gemaakt dat, in afwijking van de algehele situatie in het betreffende land, er aanleiding is om aan te nemen dat de Verenigde Staten ten aanzien van eiseres persoonlijk de verdragsverplichtingen niet nakomen en daarom niet beschouwd kunnen worden als veilig land van herkomst in het geval van eiseres. Tot slot heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat, indien problemen zich voordoen in de Verenigde Staten, er geen mogelijkheid bestaat om tegen deze problemen in de huidige situatie de bescherming van de autoriteiten van de Verenigde Staten in te roepen.
Gehoor niet zorgvuldig
6. Eiseres stelt dat het gehoor op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen en vast is gelegd. Eiseres stelt hiertoe dat zij ten onrechte is afgekapt tijdens het gehoor toen zij vertelde over de auteur van een boek. Eiseres moet alles naar voren kunnen brengen waarvan zij vindt dat het relevant is voor haar asielmotief. Dat dient de gehoormedewerker te noteren en dan kan de beslismedewerker motiveren in hoeverre het relevant is en welke gevolgen daaraan verbonden dienen te worden. Doordat de gehoorambtenaar blijkbaar al een oordeel klaar had over de relevantie betekent dit dat er sprake was van verregaande vooringenomenheid. Ook was er ten onrechte beperkte tijd voor het gehoor. Als de tijd een probleem was, dan lag het voor de hand om de zaak naar de verlengde asielprocedure te verwijzen en de bewaring op te heffen, niet om eiseres af te kappen. Daarnaast is het gehoor geen volledige weergave van de verklaring van eiseres, waardoor de beslisambtenaar bij zijn besluit ook geen volledige verklaring van eiseres heeft kunnen betrekken. Eiseres wijst dan naar de parafrasering in het verslag van het gehoor van de gehoormedewerker dat eiseres uitweidt over theorieën over [president] en [naam 2] .
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat deze beroepsgrond niet kan slagen en overweegt daartoe als volgt. Het asielrelaas van een vreemdeling bestaat uit de gegevens die zien op de persoon van de vreemdeling en één of meerdere asielmotieven. Het gaat dan om gegevens die zien op de persoon van de vreemdeling in kwestie, maar ook de feiten en omstandigheden die voor de vreemdeling reden vormen voor het aanvragen van bescherming. De functie van het gehoor van de vreemdeling is het bevragen over die asielmotieven en de geloofwaardigheid daarvan. De rechtbank is van oordeel dat eiseres voldoende tijd en gelegenheid heeft gehad om hierover te verklaren. Uit het gehoor volgt dat eiseres voldoende is bevraagd over haar persoonlijke gegevens en over de redenen voor het aanvragen van bescherming. Het gehoor heeft geduurd van 9:45 uur tot 15:30 uur. Eiseres heeft zelf aangegeven dat, als zij niet gefocust overkomt of warrig verklaart, de gehoormedewerker dit moet aangeven tijdens het gehoor. Verder heeft eiseres aangegeven soms de draad kwijt te raken en als de gehoormedewerker een vraag zou stellen, dat zij die dan kan beantwoorden. De rechtbank acht het in dit kader niet onzorgvuldig of vooringenomen dat eiseres is onderbroken door de gehoormedewerker toen eiseres begon uit te weiden over een auteur en een boek. De rechtbank acht de gehoormedewerker in staat om te beoordelen of dit, nu het niet gaat over het persoonlijke relaas van eiseres, relevant is voor het asielrelaas van eiseres of niet. Ook acht de rechtbank het niet onzorgvuldig of vooringenomen dat de gehoormedewerker in het verslag van het gehoor heeft geparafraseerd dat eiseres uitweidde over theorieën over [president] en [naam 2] . Zoals duidelijk volgt uit het verslag en zoals de gehoormedewerker ook expliciet heeft aangegeven, lag de focus van de bevraging op dat moment op de persoonlijke situatie van eiseres. Bovendien ziet de rechtbank noch in de verslaglegging, noch in de handelswijze tekenen die wijzen op vooringenomenheid. Het gehoor is ook afgenomen door een andere medewerker dan degene die het voornemen en het bestreden besluit heeft geschreven. Eiseres heeft daarbij niet duidelijk kunnen maken welke elementen in het gehoor gemist zijn die relevant hadden kunnen zijn voor haar asielaanvraag. Op grond van het voorgaande concludeert de rechtbank met betrekking tot het gehoor en de verslaglegging daarvan, dat niet is gebleken van onzorgvuldigheid of vooringenomenheid.
Veilig land van herkomst
7. Vervolgens stelt eiseres dat de minister de Verenigde Staten ten onrechte nog steeds aanmerken als een veilig land van herkomst. Na de herbeoordeling van de Verenigde Staten als veilig land van herkomst op 3 september 2024 is [president] aan de macht gekomen. Daarmee is de beoordeling volgens eiseres niet meer actueel. De gebeurtenissen in de Verenigde Staten kunnen niet worden genegeerd en vereisen een nieuwe beoordeling. Eiseres heeft op de zitting bijvoorbeeld gewezen op de gebeurtenissen dat aan de grens bij binnenkomst in de Verenigde Staten veel mensen worden gedetineerd en dat [president] op grond van een archaïsche wet Venezolanen het land uit heeft gestuurd en daarbij een rechterlijk bevel heeft genegeerd. Dit alles betekent dat de aanvraag van eiseres is behandeld in het verkeerde spoor en het besluit daarmee niet in stand kan blijven. Hiervoor kan worden verwezen naar de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 13 februari 2025. Er dient daarom opnieuw gehoord te worden in een procedure in het juiste spoor.
Conclusie
8. De minister heeft de aanvraag terecht afgewezen als kennelijk ongegrond.
Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
9. Nu met deze uitspraak op het beroep is beslist, bestaat geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek hiertoe wordt daarom afgewezen.
Dictum
De rechtbank, in de zaak NL25.9563:
- verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter, in de zaak NL25.9564:
- wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. I.S. Roefs, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen rechtsmiddel open.
Dit volgt onder andere uit de Werkinstructie WI 2024/6 Geloofwaardigheidsbeoordeling (asiel).
Zie in dit verband ook de Werkinstructie WI 2024/8 Spoor 2.
Zie het verslag gehoor veilig land van herkomst, pagina 8.
Zie het verslag gehoor veilig land van herkomst, pagina 10.
Zie het verslag gehoor veilig land van herkomst, pagina 9.
Zaaknummers: NL24.18264, NL24.18266, NL24.18268 en NL24.18270
Artikel 3.37f van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.
Vergelijk bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2474.