Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-19
ECLI:NL:RBDHA:2025:17591
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
539 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.40233
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[verzoeker] , V-nummer: [V-nummer] , verzoeker (gemachtigde: mr. D. van Elp),
en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van zijn vader. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van
19 september 2024 afgewezen. Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
Met het bestreden besluit van 12 december 2024 op het bezwaar van verzoeker is de minister bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld (NL24.50566), zodat het verzoek om een voorlopige voorziening geldt als een verzoek gedaan hangende het beroep bij de rechtbank.
Beoordeling
2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Bij uitspraak van vandaag, in de zaak NL24.50566, heeft de meervoudige kamer van de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en het beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig.
Conclusie
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Fijnheer, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
19 september 2025
Documentcode: [Documentcode]
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.