Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-09
ECLI:NL:RBDHA:2025:1755
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
661 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.50882, NL24.50885, NL24.50887 en NL24.50890
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker 1]
, V-nummer: [V-nummer 1] ,
[verzoeker 2] , V-nummer: [V-nummer 2] , mede namens haar minderjarige kinderen
[verzoeker 3]
, V-nummer: [V-nummer 3] , en
[verzoeker 4]
, V-nummer: [V-nummer 4] ,
[verzoeker 5] , V-nummer: [V-nummer 5] ,
en
[verzoeker 6]
, V-nummer: [V-nummer 6] , samen te noemen: verzoekers
(gemachtigde: mr. S. Selbach),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister
(gemachtigde: mr. A. Hadfy-Kovacs).
Procesverloop
Bij besluiten van 11 december 2024 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaken NL24.50881, NL24.50884, NL24.50886 en NL24.50889, op 7 januari 2025 op zitting behandeld. Verzoekers zijn niet verschenen. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummers NL24.50881, NL24.50884, NL24.50886 en NL24.50889, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de beroepen. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Valk, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
09 januari 2025
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.