Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-22
ECLI:NL:RBDHA:2025:17548
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,168 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.9752
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseresV-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. H.C.Ch. Kneuvels),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. J. Sànchez Rhemrev).
Procesverloop
Bij besluit van 6 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 28 augustus 2025 op zitting behandeld. Partijen hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Eiseres is zonder voorafgaand bericht niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.
Overwegingen
Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 2009 en de Somalische nationaliteit te hebben. Zij heeft op 27 mei 2023 asiel aangevraagd. Hieraan heeft zij ten grondslag gelegd dat zij problemen heeft gehad met een man die lid was van Al Shabaab. Bovendien is eiseres bang dat ze, ondanks dat daar niet met haar over is gesproken, opnieuw besneden zal gaan worden.Het bestreden besluit
Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond. Daarbij zijn de identiteit en nationaliteit van eiseres en de vrouwenbesnijdenis die zij heeft moeten ondergaan geloofwaardig geacht. Haar herkomst en de gestelde problemen met de man van Al Shabaab worden ongeloofwaardig geacht. Zo verklaart eiseres tegenstrijdig over haar geboorteplaats en heeft zij de herkomstvragen over haar woonplaats vaag, tegenstrijdig en niet eenduidig beantwoord, zonder dit te corrigeren in de correcties en aanvullingen. Ook is haar algemene kennis over het land beperkt. Omdat de herkomst van eiseres ongeloofwaardig is, kan niet worden herleid of de gestelde problemen met de man van Al Shabaab wel geloofwaardig zijn, noch dat sprake is van systematische blootstelling aan willekeurig geweld in haar land van herkomst. Het is immers niet na te gaan of Al Shabaab aanwezig is in haar woonplaats. Verder verklaart eiseres tegenstrijdig over het verloop van de gebeurtenissen nadat zij door de man van Al Shabaab op straat is benaderd, zonder dit in de correcties en aanvullingen te corrigeren. Bovendien kan eiseres de causale verbanden niet aannemelijk maken. Zo maakt zij niet inzichtelijk waarom ze denkt dat deze man lid is van Al Shabaab, alleen omdat hij zou voldoen aan de zeer algemene beschrijving van buurtbewoners. Ook heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat ze geen familielid of sociaal netwerk heeft in Somalië waar ze voor opvang of bescherming op kan terugvallen. Daarom is het alleenstaande vrouwenbeleid niet op eiseres van toepassing. Tot slot wordt de vrees voor herbesnijdenis niet gevolgd onder verwijzing naar het Algemene Ambtsbericht Somalië van 2010, waaruit blijkt dat herbesnijdenis in Somalië niet gebruikelijk is. Omdat verweerder nog onderzoekt of eiseres bij terugkeer kan rekenen op adequate opvang, heeft hij nog geen terugkeerplicht aan eiseres opgelegd en ook geen reguliere verblijfsvergunning verleend op grond van het buitenschuldbeleid voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen.Beroepsgronden
Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert het volgende aan. Allereerst dient de term causaal verband niet verward te worden met het verschaffen van inzicht. De woonplaats van eiseres is eenvoudig geografisch te benoemen en vast te stellen. Het is niet reëel om van eiseres te verwachten dat zij een tijdsbepaling kan geven van de gebeurtenissen gelet op haar puberale leeftijd en het blijvende karakter van de gebeurtenissen die zij heeft meegemaakt. Dat is in lijn met het advies van Medifirst. Verder is het verwarrend dat de taalanalyse als indicatie kan dienen van het gebied van afkomst, maar dat dit geen rol speelt bij het bepalen van haar specifieke woonplaats. Verweerder gaat ten aanzien van de psychische problematiek van eiseres ten onrechte uit van het Medifirst-rapport, terwijl dit geen psychologisch onderzoek betreft. Dat zij bij dit onderzoek heeft aangegeven dat alles in orde is, maakt niet dat haar geheugen niet is beïnvloed door emoties. Bovendien is in de procedure niet duidelijk geworden dat eiseres stukken dient te overleggen ter staving van haar psychische problematiek. Eiseres wordt onderzocht, waarna een diagnostisch INARA-rapport volgt. Tot slot is niet gebleken dat verweerder onderzoek heeft gedaan naar adequate opvang. Verweerder handelt daarmee onvoldoende voortvarend.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Herkomst van eiseres
4. Verweerder heeft de herkomst van eiseres niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft daartoe kunnen overwegen dat eiseres tegenstrijdig heeft verklaard. Zo heeft zij aan de ene kant verklaard dat [plaats], haar woonplaats, niet groot noch klein is terwijl ze later verklaart dat [plaats] een dorp is en klein en nog later dat het een stad is. Ook heeft eiseres eerst verklaard dat er geen rivier is in de omgeving van [plaats], terwijl zij ook heeft verklaard dat er wel een rivier is. Verder heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat eiseres vaag en summier heeft verklaard. Zo heeft ze geen uiterlijke omschrijving kunnen geven van de moskee en geen beschrijving van het landschap, anders dan dat het “gewoon” is. Verder heeft eiseres geen namen van wijken, omliggende dorpen en steden en van de provincie kunnen geven. Ook heeft eiseres niet eenduidig verklaard over de afstand van haar woonplaats naar Mogadishu, kent ze alleen haar eigen stam, maar niet de naam van de eigen substam noch de namen van andere stammen in haar woonplaats.
5. Verder blijkt dat deskundige landenspecialisten van TOELT en medewerkers van het Regionaal Informatiecentrum de woonplaats van eisers niet hebben kunnen verifiëren via het door hun gebruikte systeem of kaartmateriaal. Verweerder heeft daarom uit mogen gaan van dit deskundigenoordeel. Bovendien heeft eiseres haar stelling dat haar woonplaats geografisch wel eenvoudig is vast te stellen en te benoemen niet onderbouwd.
6. Verweerder heeft in het bestreden besluit voldoende duidelijk uiteengezet dat naar aanleiding van de taalindicatie die bij eiseres is afgenomen, haar nationaliteit geloofwaardig is geacht, maar dat dit niets zegt over de exacte woonplaats van eiseres. De stelling dat dit verwarring schept bij eiseres leidt niet tot een ander oordeel. Referentiekader
7. Verweerder heeft in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd wat hij gelet op het referentiekader van eiseres redelijkerwijs van haar verklaringen en tijdsbepalingen heeft mogen verwachten. Het is vervolgens aan eiseres om aannemelijk te maken dat deze verwachting gelet op haar puberale leeftijd en het blijvende karakter van de gebeurtenissen die zij heeft meegemaakt niet reëel zijn. Dit is door eiseres echter onvoldoende onderbouwd. Verweerder heeft tijdens de gehoren voldoende rekening met het referentiekader van eiseres gehouden. Eiseres heeft nagelaten om stukken in te dienen waaruit blijkt dat zij klachten of medische complicaties heeft waar meer rekening mee gehouden had moeten worden ten aanzien van haar verklaringen of de weging daarvan. Dat eiseres onvoldoende bekend zou zijn dat ze met behulp van medische stukken haar psychische problematiek dient te onderbouwen laat onverlet dat haar gemachtigde hiermee wel bekend verondersteld mag worden. Verweerder heeft hierbij tevens kunnen overwegen dat uit het Medifirst-rapport geen psychische problematiek volgt.
Medische problematiek en Medifirst
8. Verweerder is niet ten onrechte uitgegaan van het Medifirst-rapport. Ondanks dat de rechtbank onderkent dat dit geen psychologisch onderzoek is, volgen hieruit wel de eventuele complicaties die het horen zouden kunnen belemmeren c.q. beperken. Zoals hiervoor is overwogen heeft verweerder daarmee voldoende rekening gehouden, zowel tijdens het horen als in de besluitvorming. Door eiseres zijn ook geen medische stukken overgelegd die de gestelde psychische problematiek onderbouwen en ook de Nidos-voogd die tijdens de gehoren aanwezig was heeft verweerder hier niet op gewezen. Het aangekondigde INARA-rapport is niet door de rechtbank ontvangen. Het is aan eiseres om de psychische problematiek aannemelijk te maken. Dit heeft eiseres nagelaten, wat voor haar rekening en risico komt.
Problemen met Al Shabaab
9. Eiseres heeft geen gronden gericht tegen de stelling van verweerder dat zij tegenstrijdig heeft verklaard over de gestelde problemen met Al Shabaab. De enkele stelling van gemachtigde dat er een verschil is tussen een causaal verband en iets inzichtelijk maken, maakt dit niet anders. Gelet hierop heeft verweerder de problemen met Al Shabaab niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht.
Conclusie
14. Het beroep van eiseres is gegrond voor zover dit ziet op het onderzoek naar adequate opvang en het bestreden besluit moet daarom worden vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsvereiste. Eiseres krijgt niet volledig gelijk. Zij krijgt geen gelijk in haar stellingen over de geloofwaardigheidsbeoordeling, haar referentiekader en de medische problematiek. Wel krijgt zij gelijk in haar stelling over het AMV-buitenschuldbeleid. De rechtbank ziet geen mogelijkheid om de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit geheel in stand te laten, of om zelf in de zaak te voorzien. Het ligt namelijk op de weg van verweerder om alsnog met een goede onderbouwing en motivering te komen op het onderdeel waarin eiseres gelijk krijgt. Verweerder zal hiertoe ook het nodige onderzoek moeten doen maar dient zo spoedig mogelijk, uiterlijk vóór 25 mei 2026, het onderzoek naar adequate opvang af te ronden en tot een besluit over te gaan.
14. In de gegrondverklaring van het beroep ziet de rechtbank aanleiding om verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.814 bestaande uit een punt voor het indienen van het beroepschrift en een punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 907 en vermenigvuldigd met wegingsfactor 1 (gemiddeld).
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op de asielaanvraag van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;
veroordeelt verweerder tot betaling van €1.814 (achttienhonderdveertien euro) aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan op 22 september 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
Zie hiervoor bijvoorbeeld pagina 13 van het nader gehoor.
Met de kenmerken: ECLI:NL:RVS:2022:1530; ECLI:NL:RVS:2022:1531; ECLI:NL:RVS:2022:1532.
Met het kenmerk: ECLI:EU:C:2021:9.
Op grond van artikel 3.48, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 en onderdeel B8/6 van de Vreemdelingencirculaire 2000.
Dienst Terugkeer en Vertrek.
Dit volgt uit rechtsoverweging 19.2 van de uitspraak met het kenmerk ECLI:NL:RVS:2022:1530.
Richtlijn 2008/115/EG.
Zie de uitspraak van de Afdeling van 8 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1530.