Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-09-18
ECLI:NL:RBDHA:2025:17269
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
590 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.35385
uitspraak van de voorzieningenrechter van 18 september 2025 in de zaak tussen
[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker
(gemachtigde: mr. C. Huy),
en
de minister van Asiel en Migratie,
(gemachtigde: mr. R. de Groot).
Samenvatting
1. Deze uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gaat over het besluit van de minister om eisers asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij verzoekt daarom om een voorlopige voorziening. Hij heeft ook beroep ingesteld.
1.1.
De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Verzoeker heeft een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft deze aanvraag met het bestreden besluit van 24 juli 2025 niet in behandeling genomen omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de aanvraag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met het beroep dat is geregistreerd onder nummer NL25.35384, op 27 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van de minister.
Beoordeling
3. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.35384, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van Harten, rechter, in aanwezigheid van mr.N. Habibi, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.