Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-21
ECLI:NL:RBDHA:2025:16399
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,999 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.18159 en NL25.18160
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser en
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer] , eiseres
mede namens haar minderjarige kinderen
[minderjarige 1] , V-nummer [V-nummer] ,
[minderjarige 2] , V-nummer [V-nummer] ,
[minderjarige 3] , V-nummer [V-nummer] ,
[minderjarige 4] , V-nummer [V-nummer] en
[minderjarige 5] , V-nummer [V-nummer] , samen: eisers
(gemachtigde: mr. A.G.P. de Boon), en
de Minister van Asiel en Migratie, verweerder (gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eisers als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eisers zijn het hier niet mee eens. Zij voeren daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvragen.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvragen in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eisers hebben op 17 april 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Zij stellen van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op respectievelijk [geboortedatum] 2008, [geboortedatum] 1985, [geboortedatum] 2009, [geboortedatum] 2010, [geboortedatum] 2011, [geboortedatum] 2012 en [geboortedatum] 2014. De minister heeft met de bestreden besluit van 11 april 2025 en 15 april 2025 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
2.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten. Het beroep van eiser is geregistreerd onder zaaknummer NL25.18160 en die van eiseres onder NL25.18159.
2.2.
De rechtbank heeft de beroepen op 13 augustus 2025 gezamenlijk op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers en mevrouw K. Ali als tolk.
Beoordeling
Het asielrelaas van eiser
3. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij op een dag bij de Koranschool samen met andere leerlingen is benaderd door drie gewapende mannen die een papieren lijst met namen bij zich hadden. De mannen overlegden met de leraar en hebben vervolgens namen opgelezen van mensen die met hen mee moesten. Eiser, zijn broer en hun buurjongen [naam] zijn samen met zes andere jongens meegenomen door Al-Shabaab. Zij moesten achter hen aanlopen. Tijdens de tocht gingen twee mannen van Al Shabaab water halen en werd een van de mannen achtergelaten om de negen jongens te bewaken. Deze bewaker is in slaap gevallen en toen zijn eiser, zijn broer en [naam] gevlucht. Bij terugkeer naar huis trof eiser zijn bezorgde moeder aan die vanwege deze gebeurtenis meteen heeft geregeld dat hij weg kon.
Het bestreden besluit van eiser
4. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
de identiteit, nationaliteit en herkomst; en
de problemen met Al-Shabaab.
5. De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Dit leidt niet tot een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië. De minister vindt eisers verklaringen over de problemen met Al-Shabaab niet geloofwaardig. In dit kader werpt de minister aan eiser tegen dat hij zijn verklaringen niet met documenten heeft onderbouwd. Verder vormen zijn verklaringen geen samenhangend geheel, zijn deze op punten tegenstrijdig, onvoldoende concreet en summier. De minister heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond. Daarnaast is een terugkeerbesluit, gericht op vertrek naar Somalië, met een vertrektermijn van vier weken aan eiser opgelegd.
Het asielrelaas van eiseres
6. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat haar zonen, [eiser] en [minderjarige 1] , bij de Koranschool zijn meegenomen door Al-Shabaab. De man van eiseres en haar oudste zoon waren toen al twee jaar vermist na een aanval door Al-Shabaab. [eiser] en [minderjarige 1] hebben weten te ontsnappen en bij hun terugkeer thuis is eiseres met haar kinderen naar een kennis in een dorp verderop vertrokken. Daar heeft eiseres één nacht verbleven en is zij met behulp van de echtgenoot van deze kennis in contact gekomen met een chauffeur. Deze chauffeur heeft eiseres naar [plaats 1] naar een smokkelaar gebracht. Daar heeft zij 7 tot 10 dagen verbleven waarna zij naar [plaats 2] is gebracht waarna zij de Keniaanse grens is overgestoken. Vervolgens is eiseres naar Nederland gevlucht. Bij terugkeer vreest eiseres gedood te worden door Al Shabaab omdat zij haar kinderen die door Al Shabaab geronseld werden heeft meegenomen op de vlucht.
Het bestreden besluit van eiseres
7. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
de identiteit, nationaliteit en herkomst; en
de positie als alleenstaande vrouw in de zin van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
8. De minister acht de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De minister acht niet geloofwaardig dat eiseres moet worden aangemerkt als een alleenstaande vrouw. De minister heeft de geloofwaardige asielmotieven en feiten en omstandigheden verder beoordeeld. De minister concludeert dat uit de verklaringen van eiseres niet blijkt dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft. De minister acht de vrees voor herbesnijdenis van de dochters van eiseres niet aannemelijk. Ook neemt de minister geen reëel risico op ernstige schade aan. De minister heeft de asielaanvraag daarom afgewezen als ongegrond. Daarnaast is een terugkeerbesluit, gericht op vertrek naar Somalië, met een vertrektermijn van vier weken aan eiser opgelegd.
Problemen van eiser met Al-Shabaab
9. Eiser voert aan dat er onvoldoende rekening is gehouden met zijn referentiekader. Eiser is een minderjarige jongen die zijn hele leven op het platteland heeft gewoond en, behalve zes maanden Koranschool, geen scholing heeft gehad.
10. Deze grond slaagt niet. Uit het nader gehoor noch uit het bestreden besluit volgt dat onvoldoende rekening is gehouden met eisers referentiekader. Er is meermaals gevraagd of eiser de vragen van de hoormedewerker heeft begrepen, vragen zijn herhaald als eiser ze niet goed begreep en uit het gehoor is niet af te leiden dat er moeilijke vragen zijn gesteld. Ook is tijdens het gehoor waar nodig extra uitleg aan eiser gegeven over wat er met de vraag werd bedoeld en wat er van eiser werd verwacht. Verder heeft eiser de mogelijkheid gekregen om een schatting te maken als hij geen exacte tijden, data of aantallen wist te noemen. In het voornemen staat ook dat er rekening mee is gehouden met de jonge leeftijd van eiser ten tijde van de problemen en zijn opleidingsniveau.
11. De minister heeft aan eiser, ondanks zijn minderjarige leeftijd en opleidingsniveau, kunnen tegenwerpen dat hij summier heeft verklaard over de Koranschool en over het incident met Al-Shabaab. Zo kan eiser geen schatting maken van de grootte van de groep jongens met wie hij les kreeg en kan hij geen namen noemen van zijn klasgenoten, anders dan zijn broer en buurjongen. Volgens de verklaringen van eiseres heeft eiser gedurende zes maanden lang vijf dagen per week lessen aan de Koranschool gevolgd, zodat van hem verwacht mag worden dat hij meer informatie kan verschaffen. Verder heeft de minister aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over of hij persoonlijk is benaderd door Al-Shabaab. Tijdens het verhoor op 1 april 2023 is aan eiser gevraagd of hij is benaderd door groeperingen. Eiser heeft daarop verklaard dat hij niet persoonlijk door Al-Shabaab is benaderd, maar dat zij wel bij zijn ouders zijn geweest. Vervolgens heeft eiser tijdens het nader gehoor verklaard dat hij door Al-Shabaab is ontvoerd, waarmee sprake is van een persoonlijke benadering. De stelling van eiser dat hij niet begreep wat ‘persoonlijk benaderen’ inhield heeft de minister onvoldoende kunnen achten. Deze term is namelijk door eiser zelf gebruikt en komt niet van de minister af. De rechtbank is van oordeel dat de minister hiermee deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de door eiser gestelde problemen met Al-Shabaab ongeloofwaardig zijn.
12. De rechtbank stelt vast dat de door eiseres gestelde vrees voor Al-Shabaab gebaseerd is op de problemen die eiser heeft ondervonden. Omdat de minister de door eiser gestelde vrees voor met Al-Shabaab ongeloofwaardig heeft kunnen achten, heeft de minister ook de door eiseres gestelde vrees voor Al-Shabaab ongeloofwaardig kunnen achten.
Alleenstaande vrouw
13. Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte ongeloofwaardig vindt dat zij moet worden aangemerkt als een alleenstaande vrouw. Eiseres heeft geen netwerk in Somalië. Zij woonde bij haar schoonmoeder en die zorgde voor haar en de kinderen. Dat eiseres groenten en/of fruit op de markt verkocht was geen keuze, zij moest dit doen om geld te verdienen en zo te kunnen overleven. Zij kon alleen werken, omdat haar schoonmoeder thuis voor de kinderen zorgde. Verder vroeg Al-Shabaab haar om zakawat te betalen.
14. De rechtbank stelt vast dat in paragraaf C7/30.3.2.2 van de Vc voor Zuid- en Centraal-Somalië alleenstaande vrouwen als risicoprofiel worden aangemerkt. Bij de vraag of een vrouw in Somalië als alleenstaand wordt gezien en daarom bescherming behoeft wordt onder andere meegewogen of, en hoe, zij zich in het verleden zelfstandig heeft kunnen handhaven in het dagelijks leven in Somalië.
15. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres haar vrees voor terugkeer omdat zij als alleenstaande vrouw moet worden aangemerkt, niet aannemelijk heeft gemaakt.
Conclusie
22. De minister heeft de aanvragen terecht afgewezen als ongegrond. Tegen de terugkeerbesluiten hebben eisers geen gemotiveerde beroepsgronden ingediend. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen ook geen vergoeding van hun proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. L.S. Lodder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
21 augustus 2025
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.