Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:16230
Civiel recht; Arbeidsrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,522 tokens
Inleiding
RECHTBANK
DEN HAAG
Kantonrechter, zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer / rekestnummer: 11579860 / RP VERZ 25-50156
CB/c
Beschikking van 23 mei 2025
in de zaak van:
[verzoekster]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: werknemer,
gemachtigde: mr. G.P. Geelkerken (Geelkerken & Geelkerken Advocaten),
tegen
Euro Werk Aanneembedrijf B.V., handelend onder de naam Euro Start Uitzendbureau,
gevestigd te Den Haag,
verwerende partij,
hierna te noemen: Euro Start,
gemachtigde: mr. R.M. van der Zwan (Van der Zwan Litigation).
Procesverloop
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, binnengekomen bij de griffie op 6 maart 2025 met elf producties (nrs. 1 tot en met 11);
- het verweerschrift, binnengekomen bij de griffie op 28 april 2025 met zeven producties (nrs. 1 tot en met 7);
- de e-mail van de gemachtigde van werknemer van 2 mei 2025 met een aanvullende productie (nr. 12).
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek is gehouden op 9 mei 2025. Daarbij is werknemer in persoon verschenen, samen met haar gemachtigde en zijn namens Euro Start de heer [naam] alsmede de gemachtigde van Euro Start verschenen. Tijdens de mondelinge behandeling geeft de gemachtigde van werknemer pleitnotities overgelegd. Van hetgeen verder tijdens de mondelinge behandeling is besproken heeft de griffier zakelijke aantekeningen gemaakt, die zich in het griffie dossier bevinden.
1.3.
De uitspraak op het verzoek is bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
Werknemer, geboren [geboortedatum] 1988, is sinds 7 maart 2016 in dienst bij Euro Start, of een rechtsvoorganger daarvan. Werknemer heeft in dienst gewerkt als uitzendkracht bij verschillende opdrachtgevers van Euro Start.
2.2.
Werknemer heeft/had met Euro Start een Uitzendovereenkomst Fase C voor 32 uur per week.
2.3.
Vanaf 2 januari 2025 was werknemer tewerkgesteld bij Inca Orchids, een opdrachtgever van Euro Start.
2.4.
Bij brief van 17 januari 2025 is werknemer door Euro Start op staande voet ontslagen. De reden van het ontslag was werkweigering, omdat zij zonder overleg van het werk is weggegaan.
3Het verzoek en het verweer
3.1.
Werknemer verzoekt om, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Euro Start te veroordelen: (a.) tot betaling aan werknemer van de transitievergoeding van€ 5.497,22; (b.) tot betaling aan werknemer van een billijke vergoeding van€ 20.000, althans op een in goede justitie te bepalen bedrag; (c.) tot betaling aan werknemer [van het] loon cq een bedrag voor de onregelmatige opzegging– neerkomend [op] de maanden februari en maart 2025, plus de helft van de maand januari – zijnde in totaal € 4.722,70; (d.) tot betaling van de eindafrekening bestaande uit vakantietoeslag en openstaande vakantiedagen; (e.) om aan werknemer schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificaties te verstrekken, waarin de bedragen en betalingen van het gevorderde zijn verwerkt, op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag, althans een [in] goede justitie te bepalen bedrag, tot een maximum van € 10.000,00 voor elke dag na zeven dagen na de datum van de beschikking dat Euro Start daar niet aan voldoet; (f.) tot betaling van de wettelijke rente over de ten aanzien van [de] onder a, b, c, d en e genoemde bedragen, vanaf het moment van opeisbaar worden tot de dag der algehele voldoening, met (k.) veroordeling van Euro Start in de kosten van de procedure, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van [de] in deze te wijzen beschikking.
3.2.
Het inleidende verzoekschrift bevatte ook een subsidiair verzoek, strekkende tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst met wedertewerkstelling. Omdat een dergelijk verzoek subsidiair gedaan kan worden ten opzichte van een primair verzoek, als hiervoor verwoord, dat uitgaat van de situatie dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd, heeft werknemer ter zitting verklaard te berusten in het ontslag en heeft het subsidiaire verzoek ingetrokken.
3.3.
Als gevolg van het berusten in het ontslag komt de kantonrechter ook niet toe aan de behandeling van het afzonderlijke verzoek (bekend onder zaaknummer 11688212 RP VERZ 25-50354) van Euro Start tot (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst met weknemer, dat hierdoor als ingetrokken moet worden beschouwd.
3.4.
Aan haar verzoek legt werknemer ten grondslag dat er geen geldige reden voor ontslag op staande voet was. Zij berust weliswaar in het ontslag, maar maakt wel aanspraak op de transitievergoeding, vergoeding voor onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding.
3.5.
Euro Start voert verweer tegen het verzoek van werknemer. Euro Start stelt dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven en dat er dus geen verdere vergoedingen meer aan werknemer toekomen.
Beoordeling
4.1.
De kantonrechter heeft allereerst te beoordelen of werknemer terecht op staande voet is ontslagen. Pas indien die vraag ontkennend wordt beantwoord komt de kantonrechter toe aan de vraag of werknemer de vergoedingen toekomen, waarom zij verzocht heeft.
4.2.
Maar zelfs voordat de kantonrechter aan de vraag toekomt of werknemer terecht of ten onrechte op staande voet is ontslagen, heeft hij te beoordelen of de kantonrechter wel bevoegd is van het geschil kennis te nemen. Euro Start heeft er namelijk op gewezen dat in de arbeidsovereenkomst een bepaling (artikel 14.b.) waarin is bepaald dat geschillen naar aanleiding van de arbeidsovereenkomst moeten worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Uitzendbranche.
4.3.
Nog los van het gegeven dat de Geschillencommissie Uitzendbranche alleen kennis neemt van geschillen met betrekking tot de CAO, is de kantonrechter naar zijn oordeel desondanks bevoegd kennis te nemen van het geschil tussen werknemer en Euro Start, omdat hoe dan ook voor een geschil als het onderhavige werknemer toegang moet hebben tot de kantonrechter.
4.4.
Voor de beantwoording van de vraag of een ontslag op staande voet terecht is of niet, tellen in ieder geval voorvallen, die in het verleden tussen werkgever en werknemer zijn gebeurd niet mee. De ontslaggrond moet op zichzelf genomen van zodanig ernstige aard zijn dat niet gevergd kan worden om de arbeidsovereenkomst nog langer te laten voortduren. In dat licht zullen alle voorvallen, die zich eerder tussen werknemer en Euro Start hebben voorgedaan en die partijen wederzijds in hun verzoek- en verweerschrift hebben benoemd, buiten beschouwing blijven.
4.5.
Aldus resteert nog de beoordeling of hetgeen zich op 15 januari 2025 bij Inca Orchids zou hebben voorgedaan, namelijk dat werknemer zonder overleg van het werk is weggegaan, kwalificeert als een voldoende ernstige reden, dat ontslag op staande voet gerechtvaardigd was.
4.6.
Uitgangspunt daarbij is dat vaststaat dat de arbeidsovereenkomst van werknemer een omvang had van 32 uur per week. Over de vraag hoe de 32 uur per week werden ingevuld, lopen de lezingen van werknemer en Euro Start uiteen. Werknemer stelt dat zij telkens op woensdag- en vrijdagmiddag vrij was in verband met de zorg voor haar zoon, terwijl Euro Start stelt dat zij alleen uitzendkrachten inzet voor diensten van 8 uur per dag, in verband met het vervoer naar en van de opdrachtgever. Daar stelt werknemer weer tegenover dat zij altijd met eigen vervoer naar het werk gaat.
4.7.
Ook ten aanzien van de wijze van communiceren over het vroegtijdig vertrekken van het werk lopen de lezingen uiteen. Werknemer stelt een en ander met zowel de opdrachtgever van Euro Start als met de coördinator van Euro Start besproken te hebben, maar Euro Start ontkent dat.
4.8.
En tenslotte komt niet duidelijk uit de verf in hoeverre werknemer na de betreffende 15 januari 2025 nog een of meerdere dagen heeft doorgewerkt, voordat zij werd ontslagen. Werknemer stelt dat en Euro Start weerlegt die stelling in feite niet.
4.9.
Alles tegen elkaar afwegende komt de kantonrechter tot het oordeel dat Euro Start in onvoldoende mate heeft aangetoond dat ontslag op staande voet op 17 januari 2025 onvermijdelijk was, met name omdat, zoals eerder overwogen, alle eerdere voorvallen tussen partijen buiten beschouwing moeten blijven. In dat licht was het aan Euro Start om te onderbouwen in haar verweerschrift en/of tijdens de mondelinge behandeling dat ontslag op staande voet geboden was, maar dat heeft zij onvoldoende gedaan.
4.10.
Uit het voorgaande vloeit voort dat het ontslag op staande voet onterecht was. Uit het stelsel van de wet vloeit dan voort dat aan de arbeidsovereenkomst niettemin een einde is gekomen, omdat werknemer in de beëindiging daarvan berust en als gevolg daarvan heeft werknemer recht op betaling van de transitievergoeding en doorbetaling van het loon over de opzegperiode. Omdat Euro Start de hoogte van de door werknemer verzochte transitievergoeding en gefixeerde schadevergoeding niet heeft betwist, zullen deze bedragen als verzocht worden toegewezen. Dat geldt evenzeer voor het verzoek tot betaling van de eindafrekening en het verstrekken van specificaties van de betreffende betalingen. De kantonrechter zal echter aan het verstrekken van de specificaties geen dwangsom verbinden, omdat Euro Start geen aanleiding heeft gegeven te twijfelen dat zij een rechterlijke beslissing niet zal nakomen.
4.11.
Het laatste beslispunt is dan nog de vraag of werknemer recht heeft op een billijke vergoeding. Het feit dat het oordeel in deze procedure luidt dat het ontslag op staande voet niet terecht was, leidt (bijna) automatisch tot het oordeel dat de gang van zaken ernstig aan Euro Start te wijten is en dat werknemer recht heeft op een billijke vergoeding. Euro Start zal daarom ook tot betaling van een billijke vergoeding veroordeeld worden.
4.12.
Werknemer verzoekt een billijke vergoeding ter hoogte van € 20.000, maar daarin gaat de kantonrechter niet mee. Waar eerdere voorvallen tussen partijen niet meetellen voor de vraag of sprake was van een ontslag op staande voet (zie ook rechtsoverweging 4.4.) kunnen dergelijke voorvallen wel een rol spelen bij de bepaling van de hoogte van de billijke vergoeding, meer specifiek op het punt van de vraag hoe lang de arbeidsovereenkomst nog zou hebben voortgeduurd. In het voorliggende geval is zichtbaar dat zich over tijd langzaam een situatie heeft opgebouwd dat sprake is van rimpelingen in de relatie over en weer. In dat licht is het niet onrealistisch te veronderstellen dat op een voorzienbaar moment in de toekomst partijen afscheid van elkaar zouden hebben willen nemen. Ook het feit dat tijdens de mondelinge behandeling naar voren kwam dat werknemer inmiddels weer ander werk had gevonden is een mee te wegen factor. Bij de huidige schaarste aan (met name) arbeidskrachten in de tuinbouw hoeft een werknemer niet lang werkloos te blijven. Die omstandigheid maakt dat het verwijtbaar handelen van Euro Start minder schadelijke effecten voor werknemer heeft dan in een ruime arbeidsmarkt.
4.13.
Het voorgaande in ogenschouw nemend komt de kantonrechter tot het oordeel dat een billijke vergoeding ter hoogte van € 2.500,- passend is en Euro Start zal tot betaling van dat bedrag veroordeeld worden.
4.14.
Juist doordat werknemer niet specifiek is in haar verzoek dat alle toe te wijzen bedragen bruto bedragen zijn, zal de kantonrechter, ter voorkoming van misverstanden op dat punt, in de beslissing bepalen dat de toe te wijzen bedragen bruto bedragen zijn.
4.15.
De verzochte wettelijke rente over de toe te wijzen bedragen wordt toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van deze beschikking, voor het geval Euro Start dan nog niet aan haar betalingsverplichtingen zou hebben voldaan.
4.16.
De kantonrechter zal bepalen dat partijen ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat beide partijen op punten ongelijk krijgen.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt Euro Start tot betaling aan werknemer:
a. van de transitievergoeding van € 5.497,22 bruto;
b. van een billijke vergoeding van € 2.500,- bruto;
c. van een bedrag voor de onregelmatige opzegging van in totaal € 4.722,70 bruto;
d. van de eindafrekening bestaande uit vakantietoeslag en openstaande vakantiedagen;
5.2.
veroordeelt Euro Start om aan werknemer schriftelijke en deugdelijke netto/bruto specificaties te verstrekken, waarin de bedragen en betalingen van het verzochte zijn verwerkt;
5.3.
veroordeelt Euro Start tot betaling van de wettelijke rente over de onder 5.1., a, b, c en d genoemde bedragen, vanaf veertien dagen na de datum van deze beschikking tot de dag der algehele voldoening;
5.4.
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
compenseert de proceskosten zodanig tussen partijen dat elke partij de eigen proceskosten draagt;
5.6.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en in het openbaar uitgesproken op 23 mei 2025 on aanwezigheid van de griffier.