Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-28
ECLI:NL:RBDHA:2025:16137
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
654 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.2142
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseres
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Eiseres heeft op 15 januari 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op de door [referent] (referent) ingediende aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van eiseres in het kader van nareis (art. 8 EVRM).
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank stelt vast dat eiseres op 21 januari 2025 ook beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de door referent ingediende aanvraag om een mvv. Deze rechtbank en zittingsplaats heeft bij uitspraak van 19 maart 2025 dit beroep gegrond verklaard en bepaald dat verweerder binnen acht weken respectievelijk (in geval van nader onderzoek) twintig weken na de dag van verzending van de uitspraak alsnog een besluit bekend moest maken op de aanvraag. Ook heeft de rechtbank verweerder in de proceskosten veroordeeld voor het niet tijdig nemen van een besluit.
2. Nu eiseres tweemaal beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om een mvv en hierop in één zaak reeds uitspraak is gedaan door de rechtbank is het door eiseres ingestelde beroep in deze zaak kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 28 augustus 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.
ECLI:NL:RBDHA:2025:4445.