Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-05
ECLI:NL:RBDHA:2025:1613
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
489 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummers: NL24.47831
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaken tussen
[verzoeker 1]
V-nummer: [V-nummer 1]
[verzoeker 2]
V-nummer: [V-nummer 2]
samen: verzoekers
mede ingediend namens hun minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] en [minderjarige 2]
V-nummers: [V-nummer 3] en [V-nummer 4]
(gemachtigde: mr. N. Vollebergh),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 26 november 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvragen van verzoekers afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoekers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Overwegingen
1. Bij mondelinge uitspraak van 17 januari 2025, zaaknummer NL24.47830, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 4 februari 2025 door mr. A.C.J. van Dooijeweert, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr.R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.