Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-26
ECLI:NL:RBDHA:2025:16089
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
613 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL22.13635
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. B.D. Lit),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.
Procesverloop
Eiser heeft op 15 juli 2022 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
Bij besluit van 13 maart 2025 heeft verweerder de asielaanvraag afgewezen.
Eiser heeft niet gereageerd op berichten van de rechtbank of hij zijn beroep handhaaft.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Overwegingen
1. De rechtbank stelt vast dat eiser op 20 november 2023 nogmaals beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag (kenmerk: NL23.33375). Deze rechtbank en zittingsplaats heeft bij uitspraak van 19 januari 2024 dat beroep kennelijk gegrond verklaard (ECLI:NL:RBDHA:2024:775).
2. Nu eiser twee keer een beroep heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit en de rechtbank op één van de beroepen reeds uitspraak heeft gedaan – en omdat verweerder inmiddels een besluit op de asielaanvraag heeft genomen – is het op 15 juli 2022 ingestelde beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 26 augustus 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. R. de Mul, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.