Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-25
ECLI:NL:RBDHA:2025:15976
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
706 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL24.14958 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van
[opposant]
, opposant,
V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen).
Procesverloop
Bij uitspraak van 26 april 2024 (de aangevallen uitspraak) heeft de rechtbank met toepassing van artikel 8:54 van de Awb beslist op het beroep van opposant tegen het door verweerder uitgevaardigde terugkeerbesluit van 21 februari 2024.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
Opposant heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:55, vierde lid, van de Awb.
Beoordeling
1. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak het beroep van opposant niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat de rechtbank tot de conclusie is gekomen dat het beroep niet tijdig is ingediend en geen redenen aanwezig zijn om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten.
2. Artikel 8:54 van de Awb biedt de mogelijkheid tot vereenvoudigde afdoening als het eindoordeel in de zaak buiten redelijke twijfel staat. In het verzet beoordeelt de rechtbank alleen of er redelijke twijfel mogelijk was over het oordeel in de aangevallen uitspraak. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank pas toe als het verzet gegrond is.
3. Opposant heeft in verzet niet alsnog aangetoond dat hij het beroepschrift tijdig heeft ingediend en heeft zijn bezwaren in verzet herhaald. Hiermee heeft hij geen feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan moet worden gezegd dat de rechtbank niet tot haar kennelijke oordeel heeft kunnen komen. Voor zover opposant stelt dat niet is ingegaan op de uitspraak van het College van beroep voor het bedrijfsleven van 30 januari 2024 wordt verwezen naar r.o. 4 van de aangevallen uitspraak.
4. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de aangevallen uitspraak in stand blijft.
Verweerder hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Dictum
De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 25 augustus 2025 door mr. K.M. de Jager, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Mohandes, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Met opposant wordt bedoeld de indiener van het verzetschrift.
ECLI:NL:RBDHA:2024:6613.
Algemene wet bestuursrecht.
ECLI:NL:CBB:2024:31.