Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:15908
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
1,608 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-2574
Zaaknummer: C/09/683096
Datum beschikking: 23 mei 2025
Voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 7 april 2025 ingekomen verzoek van:
[de vrouw] ,
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.B. Peters te Zoetermeer.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de man] ,
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. van Bendegem te Zoetermeer.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift;
het verweerschrift tevens verzoekschrift.
Op 9 mei 2025 is de zaak behandeld op een zitting van deze rechtbank. Hierbij zijn verschenen: partijen met hun advocaten. Namens de vrouw is op de zitting een nader stuk (‘Carrièrepatroon 9 functie’) overgelegd.
Feiten
- Partijen zijn met elkaar gehuwd op [datum] 2022 te [plaats 1] .
De vrouw heeft uit een eerder huwelijk twee inmiddels meerderjarige kinderen: [naam 1] (geboren op [geboortedatum 1] 2002)en [naam 2] (geboren [geboortedatum 2] 1996). [naam 1] woont bij partijen in de echtelijke woning.
Op 23 april 2025 is door de man een echtscheidingsverzoek ingediend, welke zaak bij deze rechtbank is geregistreerd onder zaaknummers C/09/684082, FA RK 25-3038.
Verzoek en verweer
Het verzoek van de vrouw strekt ertoe dat zij gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke huurwoning aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats 1] , en te bepalen dat de man die woonruimte zal hebben te verlaten en daarin niet mag wederkeren, met afgifte van alle sleutels van die woning, een en ander uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.
De man voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Daarnaast verzoekt de man zelfstandig dat hij gerechtigd zal zijn tot het uitsluitend gebruik van de echtelijke huurwoning aan de [adres] ( [postcode] ) te [plaats 1] ,
en te bepalen dat de vrouw de woonruimte zal verlaten en daarin niet mag wederkeren, met
afgifte van alle sleutels van die woning, een en ander uitvoerbaar bij voorraad.
Beoordeling
Volgens de vrouw veroorzaakt het gedrag van de man voortdurende spanningen bij zowel haarzelf als bij [naam 1] . Zo heeft de man langere tijd verontrustende appjes aan de vrouw toegestuurd en briefjes voor haar achtergelaten aan deuren in de woning of in haar tas. [naam 1] heeft een autismestoornis, waardoor hij overgevoelig is voor veranderingen. Volgens de vrouw kan zij (samen met [naam 1] ) nergens anders tijdelijk terecht. Volgens de vrouw kan de man terecht bij ooms of bij zijn broer in [plaats 2] .
De man voert aan dat de vrouw [naam 1] onterecht als excuus gebruikt om in de woning te kunnen blijven wonen. Volgens de man functioneert [naam 1] prima in de maatschappij en gaat hij binnenkort een eigen huurwoning betrekken. Volgens de man heeft hij in de buurt geen netwerk waarop hij kan terugvallen. Toen partijen een relatie kregen woonde hij in [plaats 3] , maar de man is voor de vrouw naar [plaats 1] verhuisd. Volgens de man heeft de vrouw wél een groot sociaal netwerk in de buurt (waaronder haar dochter en een vriendin in [plaats 1] en familie/vrienden in de buurt van [plaats 4] ) waar ze tijdelijk terecht kan.
Op de zitting is duidelijk naar voren gekomen dat de onderlinge verstandhouding tussen partijen slecht is en veel spanning met zich meebrengt. Beide partijen geven aan dat het geen optie is om samen in de woning te blijven. Daarom staat het voor de rechtbank vast dat partijen niet meer gezamenlijk in de echtelijke woning kunnen verblijven. Bij partijen is ook geen draagvlak om ‘om en om’ gebruik te blijven maken van de woning. Dat laatste acht de rechtbank ook niet wenselijk, omdat er ook een oplossing moet komen voor de langere termijn. De rechtbank zal daarom bepalen dat één van de partijen het uitsluitend gebruik van de woning krijgt en zal daarbij de belangen van partijen afwegen.
Op de zitting hebben de man en de vrouw beiden hun kant van het verhaal toegelicht en aangegeven waarom zij een gerechtvaardigd belang hebben bij het uitsluitend gebruik van de echtelijke woning. De rechtbank heeft beide belangen zorgvuldig tegen elkaar afgewogen en is van oordeel hun eigen belangen dat van de ander niet overstijgen. Beide partijen hebben een woning nodig en lijken nergens anders terecht te kunnen. De rechtbank weegt het belang van de zoon van de vrouw echter ook mee. Los van de vraag of hij een zelfstandige woning zou kunnen betrekken, is daar nu namelijk geen sprake van. Daarmee is het belang van de vrouw (en indirect haar zoon) om de woning te blijven gebruiken groter dan dat van de man.
Door de man is nog aangevoerd dat vrouw de huur van de echtelijke woning niet zou kunnen betalen, maar voor een dergelijke financiële beoordeling is in deze procedure geen plaats. Het gaat om het voorlopig uitsluitend gebruik van de huurwoning hangende de echtscheidingsprocedure.
Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank het uitsluitend gebruik van de woning aan de vrouw toekennen. Het verzoek van de man wordt afgewezen.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.
Dictum
De rechtbank:
bepaalt dat de vrouw bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning te [adres] ( [postcode] ) [plaats 1] en beveelt dat de man die woning moet verlaten en verder niet mag betreden;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, rechter, bijgestaan doormr. M.G.J. Konings als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 mei 2025.