Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-06
ECLI:NL:RBDHA:2025:15429
Civiel recht; Personen- en familierecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,667 tokens
Inleiding
Rechtbank den haag
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5484
Zaaknummer: C/09/688779
Vervangende toestemming vakantie, vervangende toestemming inschrijving kinderopvang en nakoming regeling uit ouderschapsplan
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak
gedaan op de zitting van 6 augustus 2025 – met gesloten deuren gehouden – van het op
20 juli 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D. van den Bout-Kuhlmann in Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader] ,
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Lagerwerf in Den Haag.
Zitting heeft mr. M.F. Baaij, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier.
Verschenen zijn:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming.
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er op de zitting is besproken.
Na afloop van de mondelinge behandeling heeft de rechtbank met toepassing van artikel 29a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. Deze luidt als volgt.
De gronden van de beslissing
De moeder verzoekt in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW):
aan haar toestemming te verlenen die de toestemming van de vader vervangt voor een vakantie naar Bulgarije van 13 augustus 2025 tot en met 26 augustus 2025 met de kinderen, dan wel een zodanige beslissing te nemen zoals de rechtbank in het belang van de kinderen juist acht;
(naar de rechtbank begrijpt) aan haar vervangende toestemming te verlenen om de kinderen vanaf het nieuwe schooljaar 2025/2026, dus met ingang van 1 september 2025, te plaatsen op de BSO van ZO Kinderopvang, dan wel op een andere door de moeder te bepalen opvang (BSO, gastouderopvang of een oppas aan huis), althans een zodanige beslissing te nemen zoals de rechtbank in het belang van de kinderen juist acht;
te bepalen dat de vader stipt dient na te komen art. 7.3 van het tussen de ouders overeengekomen ouderschapsplan van 9 januari 2024, te weten 50% van alle daarin vermelde opvangkosten van de kinderen, dus zowel de kosten van de buitenschoolse als de kosten van de tussenschoolse opvang, en wel binnen uiterlijk 14 dagen na de datum van toezending door de moeder aan de vader van elke factuur ter zake deze kosten, zulks op straffe van een dwangsom van € 500,- per keer dat hij zulks nalaat, met een maximum van € 25.000,-, althans te bepalen zoals de rechtbank juist en in het belang van de kinderen acht,
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad en kosten rechtens.
De vader voert daartegen verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
De rechtbank stelt het volgende vast:
De moeder en de vader zijn gehuwd geweest van [datum 1] 2017 tot [datum 2] 2024.
Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] .
De ouders oefenen het gezamenlijk gezag uit over de kinderen.
Bij beschikking van de rechtbank Rotterdam van 30 januari 2024 is de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en is bepaald dat het aangehechte convenant en ouderschapsplan deel uitmaken van de beschikking.
In het ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier van belang – overeengekomen dat:
(artikel 2.1) de kinderen hun hoofdverblijf bij de moeder hebben;
(artikel 3.1) de kinderen gedurende de twee roostervrije weekenden per 5 weken bij de vader verblijven;
(artikel 3.1) de vakanties jaarlijks op een in nader overleg te bepalen moment worden besproken en verdeeld, met het uitgangspunt dat de vakanties gelijkelijk worden verdeeld;
(artikel 3.5) de ouders een keuze voor een (type) school alsmede de keuze voor de opvang van de kinderen gezamenlijk maken;
(artikel 7.3) de ouders in gelijke mate de kosten dragen voortvloeiende uit opvang:
- dit betreft de kosten ter zake van kinderopvang en buitenschoolse opvang, dan wel oppassen wanneer dit noodzakelijk is voor het uitvoeren van betaalde werkzaamheden;
- de oppaskosten worden gelijkelijk gedeeld op werkdagen en bij dienstreizen en niet voor werk in avonduren, tenzij het overwerk voortvloeit uit crisissituaties. De reguliere werktijden worden door de ouders gedefinieerd van 08.00 tot 18.00 uur;
- alvorens een oppas wordt gezocht buiten de reguliere werktijden, overleggen de ouders over de beschikbaarheid van de andere ouder, tenzij ad hoc een oppas nodig is, bijv. in geval van ziekte of uitval van school/opvang.
De rechtbank stelt voorop dat volgens artikel 1:253a lid 1 BW in geval van gezamenlijke gezagsuitoefening geschillen tussen de ouders op verzoek van beiden of één van hen aan de rechtbank kunnen worden voorgelegd.
De rechtbank heeft ter zitting een vergelijk tussen de ouders beproefd. De ouders zijn niet tot overeenstemming gekomen. De rechtbank zal dus op de verzoeken beslissen.
Vervangende toestemming vakantie
De rechtbank zal de moeder vervangende toestemming verlenen om met de kinderen op vakantie te gaan naar Bulgarije van 13 augustus tot en met 26 augustus 2025. De rechtbank ziet, anders dan de vader, geen grond om deze toestemming te weigeren. De moeder heeft hier in Nederland een koophuis en haar werk, de kinderen gaan hier naar school en de hulpverlening voor de kinderen is hier. Daarnaast vraagt de moeder in deze procedure ook om vervangende toestemming voor een kinderopvang voor na de zomervakantie. De rechtbank ziet daarom, anders dan de vader, geen reëel risico op kinderontvoering. Dat geldt temeer nu sinds april van dit jaar weer uitvoering wordt gegeven aan de zorgregeling zoals overeengekomen in het ouderschapsplan. De rechtbank ziet daarom ook geen aanleiding om te veronderstellen dat het op dit moment de intentie van de moeder is om de vader contact met de kinderen te onthouden.
Vervangende toestemming inschrijving kinderopvang
De rechtbank zal de moeder vervangende toestemming verlenen voor inschrijving van de kinderen bij de BSO’s ZO Kinderopvang en DAK Kindercentra. Op dit moment zijn de kinderen volgens de zorgregeling doordeweeks altijd bij de moeder. De vader wil deze zorgregeling wijzigen en de kinderen vaker na school opvangen, maar de wijziging van deze zorgregeling wordt pas op een zitting in oktober 2025 in een aparte procedure besproken. In oktober kunnen de ouders verder praten over de zorgregeling en benodigde opvang. De rechtbank ziet aanleiding om in ieder geval voor de tussenliggende periode vervangende toestemming te verlenen voor kinderopvang, omdat de moeder dat in de huidige zorgregeling nodig heeft. Het aanbod van de vader om de kinderen zelf op te vangen acht de rechtbank niet passend in het kader van de huidige zorgregeling, waarin de kinderen twee weekenden per vijf weken bij de vader zijn.
Dictum
De rechtbank:
*
verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, voor een vakantie naar Bulgarije in de periode van 13 augustus tot en met 26 augustus 2025 met de minderjarigen:
[minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2018 in [geboorteplaats 1] ;
[minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] , [geboorteland] ;
*
verleent toestemming aan de moeder, die de toestemming van de vader vervangt, voor inschrijving van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] op de BSO’s ZO Kinderopvang en DAK Kindercentra vanaf het nieuwe schooljaar 2025/2026;
*
bepaalt dat de vader stipt dient na te komen art. 7.3 van het tussen de ouders overeengekomen ouderschapsplan van 9 januari 2024, te weten 50% van alle daarin vermelde opvangkosten van de kinderen, dus zowel de kosten van de buitenschoolse als de kosten van de tussenschoolse opvang, en wel binnen uiterlijk 14 dagen na de datum van toezending door de moeder aan de vader van elke factuur ter zake deze kosten;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de moeder] (de moeder),
wonende aan de [adres 1] , [postcode] in [woonplaats 1] , gemeente [gemeente] ,
en
[de vader] (de vader),
wonende aan de [adres 2] , [postcode] in [woonplaats 2] ;
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van dit proces-verbaal te zenden naar:
Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad;
*
compenseert de proceskosten tussen de ouders, aldus dat iedere ouder de eigen kosten draagt;
*
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze mondelinge uitspraak is gedaan door mr. M.F. Baaij, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken in de aanwezigheid van de griffier, waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal dat is verzonden op 7 augustus 2025.
Waarvan proces-verbaal.