Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-24
ECLI:NL:RBDHA:2025:15357
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
4,414 tokens
Inleiding
uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.29828
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser]
, V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. A.E. Martinez Linnemann),
en
de Minister van Asiel en Migratie1, (gemachtigde: mr. S.H.J. Muylkens).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag. Eiser stelt van Somalische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1994. Hij heeft op 5 juni 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 28 juni 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.1.
De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.2.
De rechtbank heeft beroep op 13 januari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, de gemachtigde van de minister en S. Mahed als tolk.
Beoordeling
2. De rechtbank beoordeelt de afwijzing van de asielaanvraag van eiser door de minister. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Het asielrelaas
4. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser heeft Somalië moeten verlaten omdat hij tegen de bevelen in is gegaan van Al Shabaab. Hij wilde niet voor hen vechten. Om deze reden heeft Al Shabaab hem gevangen genomen en hebben ze hem mishandeld. Nadat het leger Al Shabaab aanviel op 29 april 2022, werd eiser vrijgelaten en kon hij naar zijn oom in [plaats] . Aangekomen in [plaats] heeft Al Shabaab eisers oom, eiser en zijn oom telefonisch bedreigd. Al Shabaab weet waar eiser en zijn oom verblijven en ze willen hen doden.
1. Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Zowel de minister als de staatssecretaris worden voor de leesbaarheid in deze uitspraak aangeduid als de minister.
Het bestreden besluit
5. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst;
2. Problemen met Al Shabaab in woonplaats;
3. Het dreigement van Al Shabaab in [plaats] .
Elementen 1 en 2 worden door de minister geloofwaardig geacht en element 3, het dreigement van Al Shabaab in [plaats] , wordt ongeloofwaardig geacht.
6. De minister concludeert dat eiser niet terug kan naar zijn geboorteplaats. De minister heeft echter overwogen dat, aangezien de bedreiging in [plaats] niet geloofwaardig wordt geacht, eiser zich veilig in [plaats] kan vestigen, zodat hij niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning.
Geschil
7. Niet in geschil is dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging heeft en dus geen vluchteling is zoals bedoeld in het Vluchtelingenverdrag.2 Dit beroep ziet op de vraag of eiser bij terugkeer naar Somalië risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM.
Overwegingen
Het gehoor
8. Eiser voert aan dat de minister tijdens het nader en aanvullend gehoor meer had moeten doorvragen over de plekken waar eiser in [plaats] ondergedoken zat en over het dreigement door Al Shabaab van zijn oom en de reden waarom zijn oom niet zelf is vertrokken.
9. Dit betoog slaagt niet. De minister stelt zich terecht op het standpunt dat eiser voldoende in de gelegenheid is gesteld om zijn asielrelaas gedetailleerd naar voren te brengen en te onderbouwen. Tijdens het aanvullend gehoor van 16 november 2023 zijn verschillende vragen gesteld over de bedreiging en de periode van onderduiken. Gevraagd wordt bijvoorbeeld hoe eiser zijn dagen doorkwam tijdens het onderduiken, waar hij verbleef en of hij bij mensen thuis verbleef. Ook is aan eiser gevraagd wat de reden is dat zijn oom eiser wel wegstuurt na de bedreiging, maar zelf niet weggaat. Tijdens het aanvullend gehoor heeft eiser hierover het volgende verklaard:3
“Werd u steeds naar huizen van gezinnen gestuurd, of naar andere soort plekken, of waar naartoe?
Iedere keer werd ik in de nachtelijke uren verplaatst en ik werd dan in een kamer gestopt. Ik kon zelf niet zien of spreken met de mensen die daar woonden, en ik wist het steeds niet.
2 Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
3 Aanvullend gehoor, p. 20.
Vroeg u dit wel aan uw oom of aan de vriend van uw oom, die dat steeds regelde?
Nee.
Waarom niet, wilde u niet weten waar u was?
Ik was heel angstig, ik kon niemand vertrouwen. Maar omdat mijn oom zei dat ik die man moest vertrouwde, deed ik dat maar en hoopte ik dat ik niet in de problemen zou komen.
Uw oom is door Al Shabaab bedreigd en loopt nu ook zelf gevaar. Waarom stuurt hij u weg, en gaat hij zelf niet weg?
Hij heeft ontkent dat hij mij gezien heeft. Ze hebben geprobeerd hem aan te vallen en te bedreigen?”
10. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat er voldoende doorgevraagd is tijdens het gehoor. Hierbij heeft de minister aan eiser mogen tegenwerpen dat hij summier heeft verklaard over de bedreiging van zijn oom en over de periode waarin hij ondergedoken zat. De minister heeft deugdelijk gemotiveerd dat de verklaringen van eiser ten aanzien van de periode van onderduiken te summier zijn, nu het aan eiser is om zijn asielrelaas aannemelijk te maken. Dat eiser summier heeft verklaard, betekent niet dat er onvoldoende is doorgevraagd. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om te oordelen dat er opnieuw gehoord moet worden of om te oordelen dat het gehoor onzorgvuldig zou hebben plaatsgevonden, alleen maar omdat eiser summier heeft verklaard.
Geloofwaardigheid telefonische bedreigingen
11. Eiser voert aan dat hij en zijn oom telefonisch bedreigd zijn door Al Shabaab, toen eiser bij zijn oom in [plaats] ondergedoken zat. Al Shabaab heeft tegen zijn oom gezegd dat hij eiser moest overleveren. Daarnaast stuurden ze een foto van een lijkwagen die bedoeld was voor eiser en zijn oom. Eiser stelt zich op het standpunt dat verweerder ten onrechte van eiser verwacht te weten hoe Al Shabaab aan de contactgegevens van zijn oom is gekomen, eiser kent de werkwijze van Al Shabaab immers niet. Van eiser kan niet in redelijkheid verwacht worden dat hij weet hoe deze groepering aan hun informatie komt. Uit openbare bronnen blijkt dat Al Shabaab een groot netwerk heeft, dat ook in [plaats] aanwezig is, ondanks dat Al Shabaab daar niet aan de macht is.4 Aangezien Al Shabaab als netwerk functioneert, acht eiser het aannemelijk dat ze in staat zijn te achterhalen wie de familie van eiser is en wat hun contactgegevens zijn. De minister stelt dat de oom van eiser geen problemen meer zou hebben ondervonden met Al Shabaab sinds het vertrek van eiser. Eiser betoogt dat dit een aanname is aangezien eiser met de contactgegevens die hij van zijn oom heeft, geen contact meer met hem heeft kunnen krijgen sinds zijn vertrek.
12. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt kunnen stellen dat het aan eiser is om zijn verklaringen, problemen en vrees aannemelijk te maken. De minister heeft voldoende gemotiveerd dat eisers verklaringen over de telefonische bedreigingen niet overeenkomen met algemene informatie en dat de telefonische bedreigingen niet geloofwaardig zijn. Zo heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat, en op welke manier, Al Shabaab te weten is gekomen dat eiser in [plaats] verbleef. Daarnaast heeft de minister zich op het standpunt mogen stellen dat niet valt in te zien hoe Al Shabaab binnen een tijdsbestek van een paar dagen achter de contactgegevens is gekomen van de persoon bij wie eiser verbleef. Uit het Algemeen Ambtsbericht Somalië van juni 2023 (ambtsbericht) blijkt namelijk dat Al Shabaab in [plaats] niet aan de macht is.5 Niet goed valt in te zien dat Al Shabaab in een gebied waar ze niet aan de macht zijn, actief achter een gewone burger aangaan. Daarnaast wijst de minister terecht erop dat uit het ambtsbericht volgt dat in de regel voornamelijk overheidsfunctionarissen, politici en veiligheidspersoneel van AMISOM/ATMIS en SNL het doelwit zijn van aanvallen van Al Shabaab.6 Eiser valt hier niet onder, waardoor niet aannemelijk is dat eiser doelwit van Al Shabaab is in [plaats] . Daarnaast heeft de minister het opmerkelijk mogen achten dat de oom van eiser, gelet op de bedreigingen, geen problemen meer heeft gehad met Al Shabaab sinds het vertrek van eiser. Verder heeft de minister het opmerkelijk mogen vinden dat eiser stelt geen contact meer te hebben gehad met zijn oom, terwijl verwacht zou worden dat eiser, gezien de situatie, van informatie over zijn oom op de hoogte zou willen zijn. De rechtbank is van oordeel dat de minister hiermee deugdelijk heeft gemotiveerd waarom de door eiser gestelde problemen met Al Shabaab ongeloofwaardig zijn.
4 European Union Agency for Asylum (formerly: European Asylum Support Office, EASO): Somalia; Security situation, February 2023.
Vestigingsalternatief in [plaats]
13. Eiser voert aan dat de minister ten onrechte [plaats] als vestigingsalternatief heeft tegengeworpen. Eiser zal ook bij terugkeer naar [plaats] terechtkomen in een situatie die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Uit openbare bronnen blijkt dat Al Shabaab zowel willekeurige als gerichte (dodelijke) aanvallen uitvoert en dat [plaats] wat betreft willekeurig geweld in de zin van artikel 15c Kwalificatierichtlijn behoort tot de één na hoogste categorie.7 Gezien deze recente ontwikkelingen en de recente aanslagen van 29 juli 2024 en 5 augustus 20248 blijkt dat niet alleen prominente burgers en critici worden aangevallen. Ook burgers in [plaats] worden slachtoffer van geweld door Al Shabaab. De uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 24 september 20249 heeft deze meest recente gebeurtenissen niet meegenomen bij het beoordelen van het risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM bij vestiging in [plaats] en is daarom achterhaald. Bovendien strookt die uitspraak niet met voormelde informatie over de veiligheidssituatie in [plaats] . Daarnaast voert eiser aan dat de minister bij zijn beoordeling had moeten betrekken dat eiser bedreigd is en heeft moeten onderduiken. Daarnaast had de minister ook zijn medische situatie moeten betrekken. Verder had de minister bij de beoordeling van het vestigingsalternatief moeten betrekken dat eiser geen familie meer heeft in [plaats] . Eiser kan namelijk geen contact krijgen met zijn oom en hij weet niet of hij nog leeft.
14. In het kader van de weging van de zwaarwegendheid van het asielrelaas wordt getoetst of het land van herkomst een veilig vestigingsalternatief biedt waardoor Nederland niet de bescherming op zich hoeft te nemen.
Conclusie
20. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de minister de asielaanvraag terecht heeft afgewezen als ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Dictum
De rechtbank verklaart beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. L.W.M. van de Wijdeven, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
24 februari 2025
Documentcode: [Documentcode]
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Overwegingen
Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 29 maart 202410, mag de minister een binnenlands beschermingsalternatief, in de zin van een vlucht- of vestigingsalternatief, tegenwerpen als een vreemdeling in een deel van zijn land van herkomst geen gegronde vrees heeft voor vervolging en daar ook geen reëel risico op ernstige schade loopt. Verder moet dat deel van het land toegankelijk zijn voor die vreemdeling en moet hij op een veilige en wettige manier daarnaartoe kunnen reizen. Ook moet de minister redelijkerwijs van de vreemdeling mogen verwachten dat hij zich er vestigt.11 Specifiek voor Somalië geldt dat de minister bij zijn beoordeling moet betrekken of een vreemdeling al eerder in het alternatieve gebied heeft verbleven en of naaste familie van die vreemdeling aanwezig is in dat gebied.12
5 Algemeen Ambtsbericht Somalië (juni 2023), p. 18.
6 Algemeen Ambtsbericht Somalië (juni 2023), p. 18.
7 Mensenjaarrapport Somalië van Amnesty International 2022/2023, het jaarrapport van de US Department of State 2022 en het rapport van de EUAA over de veiligheidssituatie in Somalië 2023.
8 Kennisbank Terroristische Organisaties/ Al Shabaab, 29 juni 2024.
9 Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 24 september 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3805.
10 Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 29 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1328,
r.o. 3.1.
15. De rechtbank oordeelt dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat een reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM zich in het algemeen niet voordoet bij vestiging in [plaats] . De minister heeft in dit verband gewezen op de uitspraken van de Afdeling van 16 maart 2023 en van 29 maart 202413, waarin onder meer het algemeen ambtsbericht over Somalië van juni 2023 is betrokken. De Afdeling heeft dit ook nog bevestigd in een uitspraak van 24 september 2024.14 Uit de informatie waarop eiser heeft gewezen, volgt niet dat de situatie in [plaats] inmiddels wezenlijk is veranderd. De rechtbank ziet in hetgeen eiser aanvoert daarom geen reden om een ander oordeel te geven dan de Afdeling in haar uitspraak van 24 september 2024.
16. Eiser heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij alsnog een persoonlijk risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van het EVRM in [plaats] . Hierbij heeft de minister terecht tegengeworpen dat de geloofwaardig geachte problemen van eiser buiten [plaats] hebben plaatsgevonden, dat eiser na zijn vlucht enkele dagen bij zijn oom in [plaats] heeft verbleven en dat eiser tot een stam behoort die tot de meerderheid behoort. Dat eiser in [plaats] ook problemen heeft ondervonden heeft de minister, zoals hiervoor overwogen, ongeloofwaardig mogen achten. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij risico loopt op schending van artikel 3 van het EVRM bij terugkeer naar [plaats] .
17. Vervolgens heeft de minister bij de beoordeling van het beschermingsalternatief niet ten onrechte overwogen dat eiser veilig, op een wettige manier, via de internationale luchthaven, naar [plaats] kan terugkeren.
18. De minister heeft daarnaast niet ten onrechte overwogen dat het redelijk is om van eiser te verwachten dat hij zich in [plaats] vestigt. Hij heeft daar namelijk al eerder bij zijn oom verbleven. Eiser heeft niet onderbouwd dat zijn oom niet meer in [plaats] zou wonen. [plaats] is de laatst bekende verblijfplaats van zijn oom. De minister heeft zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt gesteld dat [plaats] als vestigingsalternatief voor eiser kan worden gezien.
19. Over de medische situatie van eiser merkt de rechtbank op dat tijdens de zitting is gebleken dat er nogmaals voorlopig uitstel van vertrek aan eiser is verleend tot 9 februari 2025 en dat er een onderzoek is opgestart door Bureau Medische Advisering (BMA). Verder heeft de gemachtigde van eiser tijdens de zitting verklaard dat wat hij over de medische situatie van eiser heeft aangevoerd, moet worden beoordeeld in het kader van de procedure over het gevraagde uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van de Vreemdelingenwet. De rechtbank zal dit daarom hier verder niet bespreken.
11 Artikel 3.37d, eerste lid, van het VV 2000, en paragraaf C2/3.4 van de Vc 2000.
12 Paragraaf C7/30.5.2 van de Vc 2000.
13 Uitspraken van 16 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:106, en van State, 29 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1328.
14 ECLI:NL:RVS:2024:3805.