Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-01-10
ECLI:NL:RBDHA:2025:152
Strafrecht
Eerste aanleg - meervoudig
3,545 tokens
Inleiding
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/284351-24
Datum uitspraak: 10 januari 2025
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[de verdachte]
,
geboren op [geboortedag] 1986 te [geboorteplaats] (Syrië),
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] , locatie [locatie] .
1Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 13 december 2024 (inhoudelijke behandeling) en 27 december 2024 (sluiting van het onderzoek).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C.M. Beneken genaamd Kolmer en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman mr. C.C. Polat naar voren is gebracht.
2De tenlastelegging
Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging op de terechtzitting van 13 december 2024 – ten laste gelegd dat:
hij, op of omstreeks 3 september 2024, te Delft, althans in Nederland, tezamen in vereniging met een ander, althans alleen, (van) een geldbedrag van €524.185,-, althans een of meer voorwerpen
- de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft verhuld, dan wel
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie de rechthebbende(n) op dat /die voorwerp(en) was/waren, en/of
- heeft verborgen en/of heeft verhuld wie dat/die voorwerp(en) voorhanden had(den)
- heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of
- gebruik heeft gemaakt,
terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.
3De bewijsbeslissing
3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde. Daarbij is hij uitgegaan van medeplegen van schuldwitwassen.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen bewijsverweer gevoerd.
3.3.
Gebruikte bewijsmiddelen
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2024284500, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 104).
1. De verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 13 december 2024, voor zover inhoudende (zakelijk weergegeven):
Het was mijn auto.
Het geld is van iemand anders, ik kan niet zeggen van wie. Ik en mijn partner zitten in de problemen en ik wil niet dat mijn familie ook in de problemen komt.
Ik zou € 1500,00 krijgen voor het vervoer van dit geld.
Ik zou het geld meenemen naar Nederland. Daar zou de eigenaar contact met mij opnemen en vertellen naar wie ik het geld moest brengen.
Ik heb het geld vlug geteld. Ik wist ongeveer wat voor bedrag het was.
Ik herken mezelf op de foto op pagina 41, ik ben die man met de beige korte broek. Waarschijnlijk heeft mijn partner de foto gemaakt.
Ik heb het geld uit de koffer gehaald en op bed gelegd, omdat ik wilde weten dat er niks verbodens in zat, zoals drugs of iets anders.
Ik wist dat het een groot bedrag was.
Ik had al het gevoel dat het niet normaal was. De eigenaar had het geld moeten overmaken via de bank of normale kanalen, niet schimmig in een koffer.
2. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 september 2024, voor zover inhoudende (p. 14-18):
Op dinsdag 3 september 2024. Wij zagen dat een voertuig, namelijk een blauwe Mazda 6, voorzien van het Franse kenteken [kenteken] , een melding genereerde op de Automatic Numberplate Recognition (ANPR). Wij besloten het voornoemde voertuig kort te volgen. Wij zagen dat het voornoemde voertuig een opvallende rij route reed en (rij)gedrag vertoonde.
Nadat het voertuig tot stilstand was gebracht op de Laan der Verenigde Naties te
Delft, maakten wij ons kenbaar als zijnde politie.
De bestuurder toonde mij zijn rijbewijs en kentekenbewijs. Uit het aan mij verstrekte rijbewijs bleek mij dat de houder van het rijbewijs was genaamd: [de verdachte]
Ik, [naam 1] , zag ondertussen dat de vrouwelijke bijrijder een zeer nerveuze indruk
op mij maakte. Uit het aan mij verstrekte rijbewijs bleek mij dat de houdster van het rijbewijs was genaamd: [naam 2]
Wij zagen direct een grote roze rolkoffer in de kofferbak liggen.
Wij, [naam 3] en [naam 1] , zagen dat [de verdachte] tijdens dit gesprek zichtbaar nerveus op ons overkwam. Tevens bevreemde het ons, dat [de verdachte] in eerste instantie verklaarde dat de koffer van een vriend was, maar vervolgens moest bellen naar iemand die in Turkije zit, zodat iemand die [de verdachte] zelf niet kent de koffer op kon komen halen.
Ik, [naam 1] , opende de inbeslaggenomen roze koffer en zag dat deze volledig was
gevuld met briefgeld, verpakt in twee plastic tassen.
3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 26 september 2024, voor zover inhoudende (p. 52):
In totaal is dus 524185 euro inbeslaggenomen dat afkomstig is uit de koffer uit het
voertuig van de verdachten.
4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 13 september 2024, voor zover inhoudende (p. 38-42):
Op vrijdag 13 september 2024 onderzocht ik de extractie van een inbeslaggenomen
mobiele telefoon met goednummer 3198078.
Gelet op deze feiten alsmede het feit dat het toestel in haar tas werd aangetroffen, concludeer ik dat het aannemelijk is dat [naam 2] de eigenaar en gebruiker van het toestel betrof.
IMG 7422.HEIC
Ik zag dat dit een afbeelding betrof gemaakt met een Apple iPhone 15 Pro Max. Ik
zag dat de foto gemaakt was op 3 september 2024 om 09.45.33 uur.
Gelet op deze feiten is met zekerheid te zeggen dat de foto met het onderzochte toestel gemaakt was.
Op de foto zag ik een bed met daarop grote stapels contant geld. Naast de stapels
geld zag ik een geopende koffer. Ik zag de koffer aan de binnenzijde zwart van
kleur en aan de buitenzijde roze van kleur was.
Ook zag ik dat een persoon voorover gebukt met, in elk geval, twee stapels geld in
de hand.
Op hetzelfde fotoblad vergeleek ik Foto 3 en Foto 4, waarop een soortgelijke koffer
zichtbaar was. Ik zag soortgelijke stapels geld in deze koffer. Ik acht het zeer
waarschijnlijk dat dit dezelfde koffer en hetzelfde geld betrof als op de door mij
aangetroffen foto.
3.4.
Bewijsoverwegingen
Criminele herkomst
Het aantreffen van een hoeveelheid contant geld van deze omvang (ruim vijf ton), gebundeld en verpakt in een koffer, rechtvaardigt een vermoeden van witwassen. De verdachte heeft wel een verklaring afgelegd over de herkomst van het geld, maar die verklaring is niet verifieerbaar.
Beoordeling
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich samen met zijn partner schuldig gemaakt aan het witwassen van ruim een half miljoen euro. Het witwassen van contant geld vormt een bedreiging van de legale economie en tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan. De verdachte heeft eraan meegewerkt dat opbrengsten van misdrijven aan het zicht van justitie worden onttrokken. Dit neemt de rechtbank de verdachte kwalijk.
Het onderzoek ter terechtzitting heeft onvoldoende duidelijkheid gegeven over de context waarom een half miljoen euro van Frankrijk naar Nederland vervoerd werd. De verdachte durft de naam van de persoon van wie hij het geldbedrag moest vervoeren naar Nederland niet te noemen, aangezien hij bang is voor de veiligheid van zichzelf, zijn partner en zijn familie. Deze dreiging is een aanwijzing dat het contante geld wel degelijk met een criminele context te maken heeft.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 5 november 2024. De verdachte is niet eerder in aanraking gekomen met politie of justitie.
Verder heeft de rechtbank kennis genomen van de omstandigheden dat de verdachte werkt als journalist en woont in Frankrijk.
De op te leggen straf
Gelet op wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming met zich brengt.
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmaat de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting (hierna: de LOVS-oriëntatiepunten) voor fraude tot uitgangspunt genomen. Het uitgangspunt voor een half miljoen euro is een gevangenisstraf van 18 maanden.
De rechtbank zal een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen, met een proeftijd van twee jaren, om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken. De rechtbank houdt bij de bepaling van het voorwaardelijk strafdeel rekening met de grotere rol van de verdachte ten opzichte van medeverdachte [naam 2] . De verdachte is degene die de afspraak heeft gemaakt om het geldbedrag te vervoeren, het plan heeft bedacht, bezig was met het geld op de slaapkamer en het geld heeft vervoerd in zijn auto.
7Het in beslag genomen voorwerp
7.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het op de lijst van in beslag genomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage I aan dit vonnis is gehecht) onder 1 genoemde voorwerp (€ 524.185,00) zal worden verbeurd verklaard.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft geen standpunt ingenomen.
7.3.
Beoordeling
De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp (€ 524.185,00) verbeurd verklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien het voorwerp door middel van het bewezen verklaarde strafbare feit is verkregen en niet is kunnen worden vastgesteld aan wie het voorwerp toebehoort. Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van de verdachte.
8De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33, 33a, 47 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
Dictum
De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard, en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
medeplegen van witwassen;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 18 (ACHTTIEN) MAANDEN;
bepaalt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot 8 (ACHT) MAANDEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 (TWEE) JAREN vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
verklaart verbeurd het op de beslaglijst onder 1 genoemde voorwerp, te weten:
1. € 524.185,00.
Dit vonnis is gewezen door
mr. B.A. Sturm, voorzitter,
mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, rechter,
mr. L.J. van den Herik, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. S.A.E. Tesson, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 10 januari 2025.
Bijlage I
Beslaglijst