Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-12
ECLI:NL:RBDHA:2025:15019
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Voorlopige voorziening
654 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.18031
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam], verzoekster,
V-nummer: [nummer],
(gemachtigde: mr. M.K. Bulthuis),
en
de minister van Asiel en Migratie, de minister,
(gemachtigde: mr. M.P. Gaal - de Groot).
Procesverloop
1. De minister heeft op 16 april 2025 de aanvraag van verzoekster tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.
1.1.
Verzoekster heeft hiertegen beroep ingesteld. Zij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met het beroep op 17 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben verzoekster, een tolk, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de minister deelgenomen. De voorzieningenrechter heeft het onderzoek op de zitting gesloten.
Overwegingen
2. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL25.18030, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
3. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekster gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 907,00 (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor 1). Nu voor het verschijnen op zitting in de uitspraak over het beroep al een vergoeding is toegekend, zal de minister in deze zaak alleen nog worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten voor het indienen van het verzoekschrift.
Dictum
De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 907,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Munsterman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Mulder, griffier en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.