Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-02-03
ECLI:NL:RBDHA:2025:15012
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
3,182 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.18108
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
(gemachtigde: mr. M.M. Polman),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. S. Deniz).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de door verweerder vastgestelde meerderjarige leeftijd van eiser.
1.1.
Eiser heeft op 1 maart 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 25 mei 2023 deze aanvraag in de algemene procedure ingewilligd. Met het aanvullend besluit van 2 januari 2024 (tevens onderdeel van het bestreden besluit) heeft verweerder vastgesteld dat eiser meerderjarig is en aan hem de geboortedatum van [geboortedatum] 2003 toegekend.
2. De rechtbank heeft het beroep op 18 december 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben de gemachtigde van eiser en gemachtigde van verweerder deelgenomen. Namens Nidos is verschenen mevrouw [naam] .
3. De rechtbank heeft het onderzoek na de behandeling ter zitting geschorst om eiser de gelegenheid te geven voor een nadere reactie. Van die gelegenheid heeft eiser gebruik gemaakt en daarna heeft de rechtbank het onderzoek met toestemming van partijen gesloten.
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
4. Eiser heeft de Eritrese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2007.
Het bestreden besluit
5. Een medewerker van de AVIM en een medewerker van de IND hebben beiden een leeftijdsschouw gedaan. De AVIM heeft geconcludeerd dat eiser evident meerderjarig is, terwijl de IND concludeert dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en er daarom nader onderzoek naar de leeftijd zal plaatsvinden. Verweerder heeft een onderzoek opgestart bij de autoriteiten in Italië. Daar heeft eiser een meerderjarige leeftijd opgegeven, met als geboortedatum [geboortedatum] 2003. Omdat eiser geen identificerende documenten of overtuigende verklaringen heeft overlegd waaruit de gestelde minderjarige leeftijd zou blijken, heeft verweerder de geboortedatum zoals bekend in Italië overgenomen.
Wat vindt eiser in beroep?
6. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst stelt eiser dat hij belang heeft om beroep aan te tekenen tegen de conclusie van verweerder dat hij meerderjarig is, nu eiser als minderjarige recht heeft op gezinshereniging in het kader van het beleid mvv-nareis. Verder stelt eiser dat het verrichte onderzoek door verweerder niet is gestoeld op enig wetenschappelijke onderbouwing. Zo heeft deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, overwogen dat het toepasselijk beleid bij leeftijdsschouwen niet als integraal redelijk kan worden aangemerkt, nu de schouwen niet inzichtelijk en begrijpelijk zijn en zich beide baseren op dezelfde uiterlijke kenmerken met een andere uitkomst. Daar komt bij dat niet inzichtelijk is geworden hoe verweerder vanwege de samenwerkingsplicht en het beoordelen van de verklaringen in onderlinge samenhang – rekening houdende met bewijsnood – niet tot het voordeel van de twijfel is gekomen. Verder doet verweerder met het vasthouden aan de Dublinregistratie in Italië afbreuk aan de waarborgen die de Dublinverordening biedt.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank beoordeelt of verweerder mocht concluderen dat eiser als meerderjarig moet worden aangemerkt. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.
8. De rechtbank geeft eiser gelijk dat het bestreden besluit niet goed is gemotiveerd. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit echter in stand, omdat de later door verweerder gegeven toelichting het besluit wel kan dragen. Dit betekent dat verweerder eiser als meerderjarige mocht aanmerken. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
Heeft eiser procesbelang bij zijn beroep?
9. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of eiser procesbelang heeft bij de behandeling van zijn beroep, omdat zijn asielaanvraag ingewilligd is. Uit jurisprudentie van hoogste bestuursrechter kan worden afgeleid dat er procesbelang bestaat bij betwisting van persoonsgegevens, en daarmee ook bij betwisting van de geboortedatum. Daarnaast overweegt de rechtbank dat eisers leeftijd van belang kan zijn bij een eventueel toekomstig verzoek om nareis voor eisers familieleden. Eiser stelt namelijk dat hij gezinshereniging wil met zijn zus. De rechtbank is daarom van oordeel dat er sprake is van procesbelang en dat het beroep ontvankelijk is.
Mocht verweerder vinden dat eiser als meerderjarige moet worden aangemerkt?
10. Wanneer een asielzoeker stelt minderjarig te zijn en dit niet kan aantonen met identificerende documenten of op een andere manier aannemelijk kan maken, wordt de asielzoeker geschouwd. Bij een schouw beoordelen de AVIM en de IND, los van elkaar, of de asielzoeker evident minderjarig of evident meerderjarig is, of dat hier twijfel over bestaat. Wanneer er zowel bij de AVIM als bij de IND sprake is van twijfel of wanneer de conclusies van de AVIM en de IND niet overeenkomen, doet verweerder nader onderzoek.
In het geval dat verweerder een Eurodac-hit heeft in een andere lidstaat, kan dit onderzoek eruit bestaan dat nagevraagd wordt bij deze lidstaat met welke geboortedatum iemand daar geregistreerd staat. In rechtspraak van de hoogste bestuursrechter is bepaald dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is bij de leeftijdsbeoordeling van vreemdelingen. Dit betekent dat verweerder niet langer in beginsel mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat van de Europese Unie. Dit betekent echter niet dat geen gewicht toekomt aan een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat bij de beoordeling van de leeftijd van een vreemdeling. Verweerder zal de leeftijd van een vreemdeling namelijk moeten beoordelen met toepassing van het nationale bestuursrechtelijke bewijsrecht, met inachtneming van wat daarover aanvullend in het Unierecht is bepaald. Daarbij zal verweerder steeds zorgvuldig moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent en waarom. Ook zal zij alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling die stelt minderjarig te zijn. Verweerder moet uitgaan van het vermoeden dat een vreemdeling minderjarig is, als die vreemdeling dat stelt en verweerder daaraan twijfelt. Het is dan aan verweerder om dat vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. Hij zal dan nader onderzoek moeten doen, eventueel in samenwerking met andere lidstaten. Als aan een leeftijdsregistratie alleen een eigen verklaring van een vreemdeling ten grondslag ligt, dan zal verweerder moeten informeren onder welke omstandigheden deze verklaring is afgelegd. De vreemdeling zal een plausibele verklaring moeten geven voor deze afwijkende verklaring, omdat deze afwijking in beginsel afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van zijn verklaringen. Verweerder zal steeds alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van een vreemdeling die stelt minderjarig te zijn. Verweerder moet bij deze beoordeling ook eventuele overgelegde bewijsmiddelen, zoals officiële en onofficiële identificerende documenten en/of verklaringen van voogden van Nidos, betrekken. Als zij na dat onderzoek toch tot de conclusie komt dat de twijfel over de minderjarigheid is weggenomen en zij ervan uitgaat dat de vreemdeling meerderjarig is, dan zal zij dat moeten motiveren.
10.1.
Eiser stelt dat hij minderjarig is en dat hij geboren is op [geboortedatum] 2007. Hij heeft geen identificerende documenten overgelegd. Een AVIM- en IND-medewerker hebben daarom een leeftijdsschouw gedaan, waarbij de AVIM-medewerker concludeert dat eiser evident meerderjarig is en de IND-medewerker concludeert dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd en er verder onderzoek naar de leeftijd zal plaatsvinden. Eiser heeft gewezen op een uitspraak waarin geoordeeld is dat de leeftijdsschouw onvoldoende inzichtelijk was, maar hij heeft niet beargumenteerd waarom de leeftijdsschouw in zijn persoonlijke geval onvoldoende inzichtelijk is. Bovendien is de situatie van eiser niet gelijk met de situatie zoals beschreven in de aangehaalde uitspraak.
10.2.
Omdat de AVIM en de IND niet tot dezelfde conclusie zijn gekomen, heeft verweerder nader onderzoek gedaan. Naar aanleiding daarvan heeft zij de leeftijd van de vreemdeling beoordeeld. Deze beoordeling heeft zij in overeenstemming met het hiervoor uiteengezette beoordelingskader verricht. De rechtbank licht dat hieronder toe.
10.3.
Verweerder heeft nader onderzoek gedaan bij de Italiaanse autoriteiten. Die hebben toegelicht dat eiser in Italië zelf heeft verklaard dat hij is geboren op [geboortedatum] 2003. Partijen zijn het er nu over eens dat eiser deze geboortedatum in Italië heeft opgegeven. Ter zitting heeft eiser uitgelegd dat hij deze datum heeft opgegeven met het doel te voorkomen in de opvang voor minderjarigen geplaatst te worden.
Conclusie
11. De rechtbank komt tot de conclusie dat het bestreden besluit onvoldoende is gemotiveerd, dat het beroep daarom gegrond is en het bestreden besluit om die reden moet worden vernietigd, maar dat verweerder dit motiveringsgebrek wel heeft hersteld. De rechtbank zal de rechtsgevolgen van het bestreden besluit om die reden in stand laten met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Dit betekent dat verweerder mocht uitgaan van de meerderjarigheid van eiser.
12. Verweerder moet de proceskosten van eiser vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op een totaal van € 1.814,- (1 punt voor het indienen van een beroepschrift met een waarde van € 907,- met een wegingsfactor 1 en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde van € 907,- met een wegingsfactor 1).
Dictum
De rechtbank:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt het bestreden besluit;
bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;
veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Robio, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Nidos is een voogdij- en opvangorganisatie voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s).
Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel.
Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 13 februari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:1535.
Uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), van 17 september 2003, 200304676/1, gepubliceerd in JV 2003/486.
Zie onder meer uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992.
Zie onder meer uitspraak van de Afdeling van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5364.
Proces verbaal verhoor AVIM, p. 5.
Verslag aanmeldgehoor AMV, p. 13.
Zienswijze van 9 oktober 2022, p. 1.