Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-05-23
ECLI:NL:RBDHA:2025:14928
Civiel recht
Beschikking
8,076 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Den Haag
DJc
Rep.nr.: 11626990 \ RP VERZ 25-50252
Datum: 23 mei 2025
Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoeker]
,
wonende te [woonplaats] ,
verzoeker,
gemachtigde: mr. S.M. Krassenburg,
tegen
de besloten vennootschap [bedrijf] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verweerster,
gemachtigde: mr. F.J.H. Krumpelman.
Partijen worden ‘ [verzoeker] ’ en ‘ [bedrijf] ’ genoemd.
1Het procesverloop
1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- een verzoekschrift van 31 maart 2025 met de producties 1 tot en met 12:
- een verweerschrift met de producties 1 tot en met 4.
1.2.
Op 8 mei 2025 heeft de mondelinge behandeling van het verzoekschrift plaatsgevonden. [verzoeker] is verschenen vergezeld van M.R. Hassan, die als tolk heeft opgetreden, en bijgestaan door mr. Krassenburg. Namens [bedrijf] is [naam 1] , directeur contract logistics, verschenen, bijgestaan door mr. Krumpelman. [bedrijf] heeft pleitaantekeningen overgelegd. De griffier heeft voor het overige aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Deze bevinden zich in het griffiedossier.
1.3.
Daarna is de uitspraak bepaald op vandaag.
Feiten
2.1.
[bedrijf] is een transportbedrijf en verzorgt onder meer de bevoorrading van Albert Heijn.
2.2.
[verzoeker] , geboren [geboortedag] 1987, is sinds 24 februari 2020 in de functie van productiemedewerker B werkzaam voor [bedrijf] . Eerst werkte hij via een uitzendbureau, maar sinds 1 januari 2023 is hij voor onbepaalde tijd bij [bedrijf] in dienst. De cao voor het beroepsgoederenvervoer is op het dienstverband van toepassing. Het laatstverdiende salaris was € 2.709,15 bruto per maand exclusief 8% vakantiebijslag, op basis 40 uur per week. [verzoeker] werkte van 14.30 uur tot 23.30 uur. Hij was vrij op woensdag en donderdag.
2.3.
[verzoeker] verrichtte zijn werkzaamheden in het Middelencentrum van [bedrijf] te Delfgauw/Pijnacker waar ook een distributiecentrum van Albert Heijn gevestigd is. Zijn werkzaamheden bestonden onder meer uit het besturen van een vorkheftruck bij het zogenaamde Buiten Heftruck Team (BHT). [verzoeker] was onder meer verantwoordelijk voor het in- het uitladen van grijze CBL-kratten en groene EPS-kratten. Deze kratten zijn eigendom zijn van CLB (Centraal Bureau Levensmiddelenhandel) en EPS (Euro Pool System) en in gebruik bij Albert Heijn. Ze vertegenwoordigen een waarde van € 3,86 aan statiegeld per krat.
2.4.
Het werkproces verloopt als volgt:
- De vrachtwagenchauffeur meldt zich bij de intercom van één van de twee
ingangen van het Middelencentrum.
De chauffeur parkeert de vrachtwagen bij het emballageterrein van [bedrijf] .
De chauffeur meldt zich bij het expeditiekantoor. Daar wordt hem op basis van een referentienummer een laadbordes toegewezen.
Na toewijzing van een laadbordes krijgt een vorkheftruckchauffeur via een headset de opdracht om de pallets met kratten klaar te zetten en de betreffende vrachtwagen te laden.
De vrachtwagenchauffeur parkeert de vrachtwagen bij het toegewezen laadbordes.
Daarna begint de vorkheftruckchauffeur met het klaarzetten van de pallets met daarop CBL- of EPS-kratten.
De heftruckchauffeur laat de vrachtwagenchauffeur voor ontvangst tekenen op een terminal.
Nadat de vrachtwagen is ingeladen meldt de vrachtwagenchauffeur zich af bij het expeditiekantoor.
2.5.
Bij [bedrijf] is het vermoeden ontstaan dat met medewerking van personeel grootschalige diefstal/verduistering van kratten plaatsvond. Op 30 augustus 2024 heeft [bedrijf] aan recherchebureau I-TEK opdracht gegeven om onderzoek te doen naar de vermeende diefstal. Uit het onderzoek is gebleken dat op 23 november 2024 en 18 januari 2025 een grootschalige diefstal/verduistering van CBL-kratten heeft plaatsgevonden, door in totaal 18 trekkers met opleggers. Op enkele andere dagen heeft diefstal van een aanzienlijke hoeveelheid EPS- kratten plaatsgevonden.
2.6.
De bevindingen in het onderzoek luiden voor zover relevant als volgt:
Zaterdag 23 november 2024
“In de loop van maandag 25 november 2024 is duidelijk geworden dat het betreffende
Middelencentrum van [bedrijf] een exorbitant negatief voorraadverschil had met betrekking
tot CBL (zwarte) kratten.
Naar aanleiding van dit exorbitante negatieve voorraadverschil zijn in eerste instantie
de heimelijke camera beelden geanalyseerd.
Aan de hand van deze analyse is vastgesteld dat op zaterdag 23 november 2024
vanaf ongeveer 15:54 uur één vorkheftruckchauffeur van [bedrijf] begint met het plaatsen
op het laadbordes van een grote hoeveelheid pallets met daarop CBL kratten.
Aan de hand van de binnen [bedrijf] beschikbare informatie is vastgesteld dat de
betreffende (buiten)vorkheftruckchauffeur de heer [verzoeker] betrof.
Op zaterdag 23 november 2024, omstreeks 17:04 uur, stond het laadbordes aan
de kopse zijde van het bedrijfspand van [bedrijf] volledig vol met pallets met daarop
CBL kratten terwijl dit op basis van de geldende verlaadprocedure niet te doen
gebruikelijk was.
(…)
Op zaterdag 23 november 2024, omstreeks 17:23 uur, kwamen in totaal vier trekkers
met opleggers het bedrijfsterrein van [bedrijf] opgereden. Opvallend daarbij was, dat
de chauffeurs van deze vier trekkers met opleggers zich niet conform de geldende
verlaadprocedure bij het Procesbureau (expeditiekantoor) van [bedrijf] hadden gemeld.
Deze vier trekkers met opleggers werden vervolgens aan het laadbordes gefaseerd
geladen met de eerder daar geplaatste pallets. Terwijl de chauffeurs van deze trekkers
met opleggers bezig waren de pallets met CBL kratten te laden, voerde een vorkheftruckchauffeur van [bedrijf] voortdurend nieuwe pallets met CBL kratten aan. Dit tot het
moment waarop alle vier de opleggers compleet vol waren. Wanneer de vier opleggers
vol met CBL kratten waren, werd gefaseerd vertrokken.
(…)
Op zaterdag 23 november 2024, omstreeks 18:14 uur, waren ook de laatste twee
trekkers met opleggers volledig volgeladen met pallets met daarop CBL kratten.
Nadat de chauffeurs de achterdeuren van de opleggers hadden gesloten, werd
achtereenvolgens vertrokken.
Op zaterdag 23 november 2024, omstreeks 19:07 uur, plaatste een vorkheftruck
chauffeur opnieuw een grote hoeveelheid pallets met daarop CBL kratten op het
laadbordes. Op zaterdag 23 november 2024, omstreeks 19:50 uur, stond het laadbordes
opnieuw compleet vol met pallets met daarop CBL kratten.
(…)
Wanneer ook de laatste twee trekkers met oplegger volledig vol met pallets met
daarop CBL kratten was geladen, werd achtereenvolgens vertrokken.
(…)
Op zaterdag 23 november 2024, omstreeks 20:46 uur, kwamen dezelfde vier trekkers
met opleggers opnieuw het bedrijfsterrein van [bedrijf] opgereden. Aan de hand van de
(heimelijke) camerabeelden is vastgesteld dat de chauffeurs van de vier trekkers met
opleggers zich de tweede keer ook niet bij het Procesbureau (expeditiekantoor) van
[bedrijf] hebben aan- en afgemeld.
Direct na aankomst bij het laadbordes werd door de chauffeurs van deze trekkers
weer begonnen met het laden van de pallets met CBL kratten.
Beoordeling
Onverwijldheid
4.1.
[verzoeker] heeft in de eerste plaats aangevoerd dat het ontslag niet onverwijld is gegeven.
4.2.
De kantonrechter overweegt hierover het volgende. De eis dat het ontslag op staande voet onverwijld moet worden gegeven brengt niet met zich dat de werkgever meteen na het ontstaan van een vermoeden van een dringende reden tot het ontslag moet overgaan. De werkgever mag enige tijd in acht nemen om onderzoek te doen en om juridisch advies in te winnen. Wel moet de werkgever daarbij voldoende voortvarend handelen.
4.3.
Bij de beoordeling van de vraag of [bedrijf] voldoende voortvarend is geweest, is relevant dat een omvangrijk onderzoek heeft plaatsgevonden dat mede was gericht op het oprollen van de organisatie achter de diefstal. Aannemelijk is dat het onderzoek in gevaar gebracht zou kunnen worden als [bedrijf] in een eerder stadium (bijvoorbeeld kort na 23 november 2024) arbeidsrechtelijke maatregelen had getroffen. Dit zou immers tot argwaan van de achter de verduistering zittende personen hebben geleid. [bedrijf] had dan een ook groot belang om het onderzoek voort te zetten. Dat [bedrijf] toen, ondanks de bevindingen, nog niet tot ontslag is overgegaan, kan onder die omstandigheden daarom niet afdoen aan de onverwijldheid. Op 18 januari 2025 heeft I-TEK opnieuw een grootschalige diefstal van kratten geconstateerd tijdens de werkuren van [verzoeker] . Naar aanleiding daarvan is het politieonderzoek gestart. Om het onderzoek heimelijk te kunnen vervolgen hebben op dat moment geen aanhoudingen plaatsgevonden. Dit heeft geleid tot het op heterdaad betrappen van een diefstal op 2 februari 2025 (waarvan overigens vaststaat dat [verzoeker] daarbij niet was betrokken). Vanaf dat moment konden aanhoudingen plaatsvinden en is [verzoeker] door de politie gehoord. Die avond is [verzoeker] op non-actief gesteld en na het gesprek op 6 februari 2025 heeft het ontslag op staande voet plaatsgevonden. De kantonrechter is van oordeel dat [bedrijf] hiermee, gezien het belang en de omvang van het onderzoek, voldoende voortvarend heeft gehandeld. Aan de vereiste onverwijldheid is dan ook voldaan.
4.4.
Het ontslag op staande voet is meteen na het gesprek op 6 februari 2025 aan [verzoeker] meegedeeld en de volgende dag schriftelijk bevestigd. Daarmee is ook voldaan aan de vereiste onverwijlde mededeling.
Hoor en wederhoor
4.5.
Vaststaat dat het gesprek met I-TEK in het Nederlands heeft plaatsgevonden, dat [verzoeker] het Nederlands niet beheerst en dat zijn vrouw voor hem heeft vertaald. De kantonrechter is met [verzoeker] van oordeel dat deze gang van zaken verre van optimaal is te noemen. Dat hoeft echter niet zonder meer te betekenen dat de inhoud van het gesprek geen rol kan spelen in de beoordeling. Uit de woordelijke gespreksweergave in het verslag blijkt dat [verzoeker] op algemene en persoonlijke vragen adequaat antwoord heeft gegeven. Ook over de voorgeschreven werkwijze heeft hij verklaard. Daarbij is niet gebleken van (ver)taalproblemen. Toen hij werd geconfronteerd met de bevindingen van I-Tek over de diefstal antwoordde hij op alle vragen ‘weet ik niet’. Als [verzoeker] niet begreep wat hem werd gevraagd zou voor de hand hebben gelegen dat hij dat zou hebben gezegd, maar uit het verslag blijkt niet dat hij of zijn echtgenote dat heeft gezegd. Voor zover er door de taalbarrière misverstanden zijn ontstaan of fouten in het verslag zijn gekomen, lag het op de weg van [verzoeker] om concreet aan te geven op welke punten het verslag onjuist is of welke vragen hij verkeerd had begrepen. Dat heeft [verzoeker] echter niet gedaan, terwijl hij al sinds 7 februari 2025 over het verslag beschikt en daar dus voldoende gelegenheid voor moet hebben gehad. Een verklaring van zijn echtgenote waaruit kan blijken dat [verzoeker] tijdens het gesprek niet heeft begrepen wat hem werd gevraagd is overigens evenmin overgelegd. De kantonrechter ziet in de gang van zaken dan ook onvoldoende reden om aan de juistheid van het gespreksverslag te twijfelen. Maar ook als er onvoldoende hoor en wederhoor zou hebben plaatsgevonden brengt dat niet met zich dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig zou zijn. Het toepassen van hoor en wederhoor is daarvoor geen vereiste.
Dringende reden
4.6.
Vervolgens moet worden beoordeeld of de gedragingen die op de camerabeelden te zien zijn tot een dringende reden voor ontslag op staande voet kunnen leiden.
Als dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW worden op grond van het bepaalde in artikel 7:678 lid 1 BW beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals de leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet zou hebben.
4.7.
[verzoeker] heeft niet betwist dat hij op 23 november 2024 en 18 januari 2025 heeft gewerkt en dat hij ook degene is geweest die de in het rapport omschreven vorkheftruck heeft bestuurd. Zijn stelling dat toegangspasjes en druppels tussen collega’s werden uitgewisseld zodat de registratie daarvan niet altijd een betrouwbaar beeld oplevert kan dus onbesproken blijven. In dit geval was immers sprake van een betrouwbare registratie.
4.8.
Uit het rapport van I-TEK blijkt dat de handelwijze van [verzoeker] op 23 november 2024 en 18 januari 2025 op een aantal punten afweek van de gebruikelijke gang van zaken. In de eerste plaats had [verzoeker] , in afwijking van het reguliere werkproces, van het expeditiekantoor geen opdracht gekregen via de headset om pallets met kratten klaar te zetten. In de tweede plaats is hij al begonnen met het klaarzetten van kratten voordat de vrachtwagen er was. Ook dat is in strijd met de instructies. In de derde plaats heeft hij de chauffeurs niet laten tekenen voor ontvangst. De handelwijze wijkt niet alleen af van de Werkinstructie maar ook van de werkwijze zoals [verzoeker] die in het gesprek met I-TEK zelf heeft verwoord.
4.9.
[verzoeker] stelt dat hij in opdracht handelde van zijn supervisor en dat hij niet hoefde te controleren of die opdracht klopte. Volgens hem kwam het voor dat de supervisor via de groepsapp van het team opdrachten gaf. Dat de supervisor op 23 november 2024 en/of 18 januari 2025 een dergelijke opdracht aan [verzoeker] had gegeven is echter niet gebleken. Ter zitting bleek de gemachtigde van [verzoeker] wel een uitdraai van de groepsapp ter beschikking te hebben (die zij overigens niet heeft overgelegd) maar niet van 23 november 2024 en/of 18 januari 2025. De kantonrechter is van oordeel dat [verzoeker] zijn stelling dat hij een schriftelijke opdracht van de supervisor via de groepsapp had gekregen, daarmee onvoldoende heeft onderbouwd.
4.10.
[verzoeker] heeft vervolgens aangevoerd dat hij ook wel mondelinge opdrachten van de supervisor kreeg. Aangezien dit afwijkt van de Werkinstructie en zijn eigen verklaring op dit punt, namelijk dat opdrachten altijd schriftelijk worden gegeven, had het op zijn weg gelegen om die stelling nader te onderbouwen. Dat heeft hij niet gedaan. Verklaringen waaruit blijkt dat mondelinge opdrachten ook voorkwamen zijn niet overgelegd. Nu de onderbouwing van die stelling van [verzoeker] ontbreekt gaat de kantonrechter eraan voorbij.
Dictum
De kantonrechter:
5.1.
wijst de verzoeken af;
5.2.
veroordeelt [verzoeker] in de kosten van de procedure die aan de kant van [bedrijf] worden begroot op € 928,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [verzoeker] niet tijdig aan die veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet hij ook de kosten van betekening betalen;
5.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. D. Jongsma en uitgesproken ter openbare zitting van 23 mei 2025.
Feiten
Ook ditmaal voerde
een vorkheftruck-chauffeur voortdurend nieuwe pallets met CBL kratten aan.
Wanneer de opleggers compleet vol waren, werd gefaseerd vertrokken.
(…)
Tussen de eerste en tweede diefstal/verduistering op zaterdag 23 november 2024
zat een tijdsperiode van ongeveer 2,5 uur, wat betekent een enkele reistijd naar de
loslocatie van maximaal 1 uur.
De waarde van de op zaterdag 23 november 2024 ontvreemde/verduisterde pallets
met CBL kratten werd geschat op een maximaal bedrag van € 350.000,00 (afhankelijk
van de modellen kratten die waren ontvreemd/verduisterd).
(…)
9.1.5
Warehouse Management System
Aan de hand van de gegevens van het Warehouse Management Systeem (WMS) van
[bedrijf] , de dato zaterdag 23 november 2024, is vastgesteld dat die dag, omstreeks
17:23 uur en omstreeks 20:46 uur, geen trekkers met opleggers met
CBL (zwarte) kratten geladen moesten worden.
Om die reden betroffen het hier acht onrechtmatige verladingen van CBL kratten.”
Zaterdag 18 januari 2025
“Op zaterdag 18 januari 2025 vonden opnieuw grootschalige diefstallen/verduisteringen
van CBL (zwarte) kratten plaats bij het Middelencentrum van [bedrijf] te Delfgauw/Pijnacker.
Op basis van de live monitoring van de heimelijke camerabeelden zijn deze
diefstallen/verduisteringen in een vroeg stadium door l-TEK B.V. onderkend.
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 16:16 uur, begon een vorkheftruckchauffeur
van het Buiten Heftruck Team (BHT) met het klaarzetten van pallets met daarop CBL
kratten op het laadbordes. Dit was niet conform het geldende verlaadproces. Op dat
moment stonden op het laadbordes meerdere pompwagens.
(…)
In overeenstemming met de grootschalige diefstallen/verduisteringen van CBL kratten
op zaterdag 23 november 2025 bleef de betreffende vorkheftruckchauffeur van het
Buiten Heftruck Team (BHT) voortdurend pallets met daarop CBL kratten aanvoeren op
het laadbordes. Dit tot aan het moment waarop het laadbordes in het geheel vol stond
met pallets met daarop CBL kratten.
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 17:03 uur, het moment waarop het laadbordes
in het geheel vol stond met pallets met daarop CBL kratten, kwamen twee trekkers met
opleggers aangereden. De chauffeurs van deze twee trekkers met opleggers meldden
zich niet bij het Procesbureau (expeditiekantoor) van [bedrijf] . Desondanks reden deze
twee chauffeurs met de achterzijden van de opleggers tegen het laadbordes.
Door medewerkers van 1-TEK B.V. zijn deze twee trekkers met opleggers herkend in
relatie tot de eerste grootschalige diefstallen/verduisteringen van CBL kratten op
zaterdag 23 november 2024 bij het Middelencentrum van [bedrijf] te Delfgauw/Pijnacker.
De eerste trekker met oplegger betrof de zwarte trekker van het merk Volvo (…). Deze zwarte Volvo trekker zou op naam staan van c.q. in gebruik zijn bij een transportbedrijf in Eindhoven.
Aan de tweede trekker, vermoedelijk van het merk DAF, was gekoppeld de reeds bekend
zijnde blauwkleurige oplegger (…). Deze blauwkleurige oplegger zou zijn gekocht door c.q. in gebruik zijn bij het eerder genoemde bedrijf in Zevenbergen.
In navolging op de twee eerdergenoemde trekkers met opleggers kwam op zaterdag
18 januari 2025, omstreeks 17:06 uur, een derde trekker met oplegger aangereden.
Ook deze chauffeur reed achterwaarts tegen het laadbordes zonder dat hij zich bij het
Procesbureau (expeditiekantoor) van [bedrijf] had gemeld.
Nadat alle drie eerdergenoemde trekkers met opleggers met de achterzijden en
geopende achterdeuren tegen het laadbordes stonden, begonnen de drie chauffeurs
met het laden van de reeds eerder klaargezette pallets met daarop CBL kratten.
Men maakte hierbij gebruik van de pompwageris die op het laadbordes stonden
c.q. daar waren klaargezet.
Terwijl de chauffeurs van de drie eerdergenoemde trekkers met opleggers bezig waren
pallets met daarop CBL kratten te laden, reden op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks
17:15 uur, opnieuw twee trekkers met opleggers naar het laadbordes zonder dat de
chauffeurs zich bij het Procesbureau (expeditiekantoor) van [bedrijf] hadden gemeld.
(…)
Terwijl de chauffeurs van de trekkers met opleggers bezig waren de pallets met CBL
kratten te laden, voerde een vorkheftruckchauffeur van [bedrijf] voortdurend nieuwe pallets
met CBL kratten aan. Dit tot het moment waarop de opleggers compleet vol waren.
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 17:32 uur, was de eerste van de vermoedelijk
vijf trekkers met opleggers volledig volgeladen met pallets met daarop CBL kratten
(26 stuks).
(…)
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 17:51 uur, was de tweede van de in totaal
vijf trekkers met opleggers volgeladen met pallets met daarop CBL kratten (26 stuks).
(…)
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 17:57 uur, vertrok de eerdergenoemde zwarte
Volvo trekker met daarachter gekoppeld een witkleurige oplegger. De oplegger van
deze zwarte Volvo trekker was volledig volgeladen met pallets met daarop CBL kratten
(26 stuks).
Ook nadat de zwarte Volvo trekker met daarachter gekoppeld een witkleurige oplegger
is vertrokken, bleef een vorkheftruckchauffeur pallets met daarop CBL kratten
aanvoeren c.q. op het laadbordes zetten.
(…)
Terwijl de chauffeurs van de trekkers met opleggers bezig waren de pallets met CBL
kratten te laden, voerde een vorkheftruckchauffeur van [bedrijf] voortdurend nieuwe pallets
met CBL kratten aan. Dit tot het moment waarop de opleggers compleet vol waren.
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 18:31 uur, waren beide blauwkleurige opleggers
(…) volledig geladen met pallets met daarop CBL kratten (2x 26 stuks). Kort daarna vertrokken beide witte (DAF)Trekkers (…). Op dat moment was het laadbordes
leeg en werden er geen nieuwe pallets met daarop CBL kratten aangevoerd.
(…)
Kort nadat de vijf eerdergenoemde trekkers met opleggers op zaterdag 18 januari 2025
bij het Middelencentrum van [bedrijf] waren vertrokken, begon een vorkheftruckchauffeur,
in strijd met het verlaadproces, opnieuw met het klaarzetten op het laadbordes van een
grote hoeveelheid met pallets met daarop CBL kratten.
Feiten
Dit terwijl er voor die avond
geen verladingen met dergelijke volumes van CBL kratten stonden gepland.
Op grond van deze afwijkende voorbereidende werkzaamheden werd overeenkomstig
de diefstallen/verduisteringen op zaterdag 23 november 2024 een nieuwe diefstal/
verduistering op dezelfde dag van pallets met daarop CBL kratten met behulp van
hetzelfde transportmaterieel niet uitgesloten.
(…)
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 19:53 uur, kwam de witte (DAF) trekker met
daarachter gekoppeld de blauwkleurige oplegger (…) opnieuw aan bij het laadbordes zonder dat de betreffende chauffeur zich bij het Procesbureau (expeditiekantoor) van [bedrijf] had gemeld.
(…)
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 20:16 uur, kwamen achter elkaar ook de
eerdergenoemde blauwe/witte trekker (…) en de zwarte Volvo trekker (…) voor de twee keer die dag aan bij het Middelencentrum van [bedrijf] te Delfgauw/Pijnacker.
(…).
Op maandag 18 januari 2025, omstreeks 20:19 uur, reden de blauwe/witte (Volvo)
trekker met daarachter gekoppeld de witkleurige oplegger (…) en de zwarte Volvo trekker (…) achterwaarts in de richting van het laadbordes dat vol stond met pallets
met daarop CBL kratten. Ook dit keer meldden de beide chauffeurs zich niet bij het
Procesbureau (expeditiekantoor) van [bedrijf] .
(…)
Terwijl de chauffeurs van de drie eerdergenoemde trekkers met opleggers met behulp
van pompwagens bezig zijn de klaargezette pallets met daarop CBL kratten te laadden,
bleef een vorkheftruckchauffeur pallets met daarop CBL kratten aanvoeren c.q. op het
laadbordes klaarzetten.
(…)
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 20:32 uur, vertrok de witte DAF trekker (…). Dit nadat deze oplegger was volgeladen met pallets met daarop CBL kratten (26 stuks).
(…)
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 20:58 uur, vertrok de blauwe/witte (Volvo)
trekker (…) bij het laadbordes. Op dat moment was deze oplegger volgeladen met pallets
met daarop CBL kratten (26 stuks). Voorafgaande aan dit vertrek was de zwarte Volvo
trekker (…) verplaatst naar de meest rechterzijde van het laadbordes (gezien vanuit de betreffende camerapositie). Op dat moment was ook deze oplegger volgeladen met pallets met daarop CBL kratten (26 stuks).
(…)
Op zaterdag 18 januari 2025, omstreeks 21:35 uur, waren de beide blauwkleurige
opleggers (…) volgeladen met pallets met daarop CBL kratten (2x 26 stuks).
9.3.1
Heftruckregistratie
Op basis van de heftruckregistratie, de dato zaterdag 18 januari 2025, is vastgesteld
dat twee van de drie vorkheftrucks die door medewerkers van het Buiten Heftruck Team
(BHT) voor de verplaatsing van pallets worden gebruikt ten tijde van de onderhavige
diefstallen/verduisteringen geactiveerd waren.
De activatie van één van deze buiten vorkheftrucks (…) was gedaan met behulp van de persoonsgebonden ‘tag’/’druppel’ of (klok-)pas van de heer [verzoeker] . Op basis van deze activatie zou de heer [verzoeker] op zaterdag 18 januari 2025 één van de twee buiten vorkheftrucks in ieder geval hebben bestuurd van 14:47 uur tot en met 22:27 uur met alleen korte pauzes tussen 16:32/16:36 uur en 19:41/19:49 uur.
De activatie van de andere buiten vorkheftruck (…) was gedaan door of met behulp van de persoonsgebonden ‘tag’/druppel’ of (klok-)pas van een andere vorkheftruckchauffeur van het Buiten Heftruck Team (BHT). Deze vorkheftruckchauffeur, dan wel de gebruiker, schakelde de door hem geactiveerde buiten vorkheftruck op zaterdag 18januari 2025 tussen 16:59 uur en 17:31 uur uit terwijl in dit tijdsbestek van ongeveer een halfuur het zetten van pallets met daarop CBL (zwarte) kratten op het laadbordes door één (1) vorkheftruckchauffeur door is
gegaan.
Op grond van vorenstaande bevindingen is de heer [verzoeker] de
heftruckchauffeur die ter voorbereidingen en het faciliteren van de twee onderhavige
diefstallen/verduisteringen, op zaterdag 18 januari 2025 grote hoeveelheden pallets
met daarop CBL (zwarte) kratten op het laadbordes zette.
(…)
9.3.4
Warehouse Management System
Verder is aan de hand van de gegevens van het Warehouse Management Systeem
(WMS) van [bedrijf] , de dato zaterdag 18 januari 2025, vastgesteld dat die dag tussen
17:00/18:45 uur en 19:45/21:45 uur geen trekkers met opleggers met CBL (zwarte)
kratten geladen moesten worden.
Om die reden betroffen het hier tien onrechtmatige verladingen van CBL kratten.
(…)”
2.7.
[bedrijf] hanteert een camerasysteem waarin de verschillende vertrekken worden geregistreerd. Het rapport bevat diverse afbeeldingen waarop de hiervoor beschreven gedragingen te zien zijn.
2.8.
Naar aanleiding van de constateringen op 18 januari 2025 is een politieonderzoek ingesteld waarbij de identiteit van de aanwezige personen is vastgesteld. De politie is blijkens het rapport van I-TEK op dat moment niet overgegaan tot aanhoudingen met als doel om het heimelijke onderzoek in stand te houden en zo tot een eventuele heterdaadsituatie te kunnen komen.
2.9.
Op zondag 2 februari 2025 heeft de politie-eenheid diefstal/verduistering van groene kratten geconstateerd en diverse aanhoudingen verricht, waaronder die van [verzoeker] , zijn supervisor en twee andere vorkheftruckchauffeurs.
2.10.
[verzoeker] is 2 februari 2025 geschorst op grond van een vermoeden van betrokkenheid bij diefstal van goederen.
2.11.
Op 6 februari 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen twee medewerkers van recherchebureau I-TEK, [naam 2] en [naam 3] , en [verzoeker] en zijn echtgenote. Het gesprek vond plaats in het Nederlands. [verzoeker] beheerst het Nederlands niet of nauwelijks. Zijn echtgenote heeft als tolk gefungeerd.
De medewerkers van I-Tek hebben hem gevraagd naar de werkwijze en werkafspraken. [verzoeker] heeft de werkwijze omschreven. Zijn omschrijving komt overeen met het onder 2.3 omschreven werkproces. Onder meer heeft hij daarover verklaard:
“Als vrachtwagens komen voor CBL dan komen ze bij het bordes. Ik ga de CBL kratten op het bordes plaatsen als er een brief is. Ik doe dit niet voordat vrachtwagens gearriveerd zijn. Als de vrachtwagens er niet is dan vul ik het laadbordes nog niet.
(…)
Ik krijg altijd van het procesbureau de opdrachten. Alle werkdagen zijn hetzelfde.”
Vervolgens hebben de medewerkers van I-TEK hem geconfronteerd met de bevindingen op 23 november 2024 en 18 januari 2025. [verzoeker] heeft op vrijwel alle vragen geantwoord: “Weet ik niet meer.”
Van het gesprek is ter plekke een woordelijk verslag gemaakt dat aan [verzoeker] is voorgelezen en ondertekend.
2.12.
Aan het eind van het gesprek is [naam 4] , HR Business Partner van [bedrijf] , gekomen en heeft [verzoeker] op staande voet ontslagen. Het ontslag is bevestigd in een brief van 7 februari 2025 waarbij tevens het gespreksverslag is toegestuurd. Als dringende reden is kort gezegd vermeld: betrokkenheid bij diefstal van kratten, verplaatsing van kratten in afwijking van het reguliere proces en zonder toestemming van [bedrijf] en in strijd met het Handboek Personeel en de Werkinstructie.