Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-07
ECLI:NL:RBDHA:2025:14843
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
732 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.9554
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer], eiser
(gemachtigde: mr. H.E. Visscher),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. C.J. Ohrtmann).
Procesverloop
Bij besluit van 26 februari 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser afgewezen als kennelijk ongegrond.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 7 augustus 2025 op zitting behandeld. Partijen zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.
Overwegingen
1. Eiser heeft asiel aangevraagd in Nederland. Bij bericht van 19 maart 2025 heeft verweerder laten weten dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken. De rechtbank heeft op 20 maart 2025 de gemachtigde van eiser verzocht aan te geven wanneer zij voor het laatst contact heeft gehad met eiser en op welke wijze dit contact heeft plaatsgevonden. De gemachtigde van eiser heeft op 20 maart 2025 laten weten dat zij op 7 maart 2025 voor het laatst contact heeft gehad met eiser. Op 29 juli 2025 heeft de rechtbank aan de gemachtigde van eiser verzocht om kenbaar te maken of zij na 20 maart 2025 contact met eiser heeft gehad. De gemachtigde van eiser heeft daarop laten weten dat zij geen contact meer met eiser heeft kunnen krijgen, dat zij niet weet waar eiser verblijft en dat eiser en zijn gemachtigde niet ter zitting zullen verschijnen.
2. Gelet op al deze omstandigheden en de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State neemt de rechtbank aan dat eiser niet langer prijs stelt op de aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft dan ook geen belang meer bij de inhoudelijke beoordeling van zijn beroep.
3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 augustus 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier, en het proces-verbaal hiervan is openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.
Onder meer de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.