Rechtspraak
Rechtbank Den Haag
2025-08-08
ECLI:NL:RBDHA:2025:14814
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Eerste aanleg - enkelvoudig
2,757 tokens
Inleiding
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.39323
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J.E. Hogewind),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. X.R. Schuitemaker).
Inleiding
1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1
Eiser heeft op 28 juli 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend.
1.2
Verweerder heeft met het bestreden besluit van 18 september 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.3
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit bij de rechtbank.
1.4
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, I. Abdelfattah als tolk en de gemachtigde van verweerder.
1.6
Het onderzoek ter zitting is vervolgens geschorst, zodat partijen schriftelijke standpunten konden uitwisselen over de nagezonden vergewisbrief.
1.7
Na ontvangst van deze schriftelijke standpunten en nadat partijen zijn gewezen op hun recht om ter zitting te worden gehoord, is het onderzoek met toestemming van partijen gesloten op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Beoordeling
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser is geboren op [geboortedatum] 1968 en heeft de Egyptische nationaliteit. Eiser heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vanwege zijn politieke overtuiging en activiteiten niet kan terugkeren naar Egypte of Bahrein. Eiser stelt dat hij in 2000 gedetineerd is geweest in Egypte vanwege steun aan de politieke tegenstander bij de verkiezingen. Eiser stelt dat hij deelnemer was bij de Egyptische verkiezingen in 2000 en 2005 en toezichthouder en vertegenwoordiger bij diverse Egyptische verkiezingen in Bahrein in de periode 2011 - 2013. In 2006 heeft eiser onbetaald verlof als ambtenaar gekregen en is naar Bahrein gegaan om te werken. Eiser stelt dat hij tussen 2006 en 2013 jaarlijks naar Egypte kon reizen, zolang hij niet in aanraking kwam met de politie. Eiser is sinds 2013 niet meer in Egypte geweest. Eiser stelt dat hij niet kan terugkeren naar Bahrein, omdat hij in 2017 bij verstek veroordeeld is in Egypte vanwege politiek activisme en Bahrein momenteel een uitleververdrag heeft met Egypte. Toen eiser in 2021 ontdekte dat hij terug moest keren naar Egypte voor het verkrijgen van een nieuw paspoort is hij gevlucht. Eiser vreest bij terugkeer naar Egypte voor vervolging, vanwege zijn eerdere strafrechtelijke veroordeling en wegens zijn politieke activiteiten in Nederland.
Wat heeft verweerder besloten?
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Gezocht door de huidige Egyptische autoriteiten vanwege deelname aan de verkiezingen in 2000;
Betrokkenheid bij de partij El-Horiya en El-Adala voor de vrijheid en rechtvaardigheid/gerechtigheid (Freedom and Justice Party, hierna: de partij FJP) in Bahrein;
Problemen met de huidige Egyptische autoriteiten vanwege betrokkenheid bij de partij FJP in Bahrein;
Activiteiten in Nederland.
3.1
Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. Ook de betrokkenheid van eiser bij de partij FJP in Bahrein en de activiteiten van eiser in Nederland, zoals deelname aan herdenkingsmarsen, zijn geloofwaardig geacht.
3.2
Verweerder heeft niet geloofwaardig geacht dat eiser gezocht wordt door de huidige Egyptische autoriteiten vanwege deelname aan de verkiezingen in 2000. Zo heeft verweerder tegengeworpen dat eiser zijn relaas op dit punt niet met originele documenten heeft onderbouwd en dat ook de inhoud van de door eiser wel overgelegde documenten niet wordt gevolgd. De verklaringen van eiser over dit asielmotief zijn ook geen samenhangend en aannemelijk geheel. Zo heeft verweerder tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig en ongerijmd verklaard heeft over de rechtszaak die tegen hem gevoerd is, het kunnen verkrijgen van officiële documenten, zoals paspoort en werkvisum, en het ontvangen van pensioen. Ook tegengeworpen is dat niet geloofwaardig is dat eiser pas in 2021 problemen kreeg met de autoriteiten over een incident dat plaatsvond in 2000. Dit terwijl eiser tussen 2006 en 2013 Egypte en Bahrein zonder problemen in- en uit heeft kunnen reizen en er bovendien in 2013 een machtswissel heeft plaatsgevonden in Egypte.
3.3
Verweerder acht de problemen van eiser met de huidige Egyptische autoriteiten vanwege betrokkenheid bij de partij FJP in Bahrein ongeloofwaardig. Verweerder verwijst hiervoor naar de geloofwaardigheidsbeoordeling van het vorige element en vult daarbij aan dat niet aannemelijk is dat eiser problemen heeft gekregen met de huidige Egyptische autoriteiten bij het verkrijgen van een paspoort vanwege betrokkenheid bij de partij FJP. Niet aannemelijk is dat eiser na het verbod op de partij in 2013 nog activiteiten heeft uitgevoerd voor de FJP, nu hij daar wisselend over verklaard heeft in de gehoren. Bovendien blijkt uit het originele en echt bevonden Egyptische paspoort van eiser dat deze op 9 juni 2021 door de autoriteiten aldaar is afgegeven.
3.4
Verweerder heeft geconcludeerd dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag aannemelijk heeft gemaakt. Niet aannemelijk is namelijk dat eiser na 2013 nog politieke activiteiten heeft verricht voor de partij FJP. Ook de (politieke) activiteiten van eiser in Nederland, zoals deelname aan protestmarsen en herdenkingen en betrokkenheid bij de stichting Tadhamon, maken niet dat eiser in de negatieve aandacht staat van de Egyptische autoriteiten. Eiser valt daarmee niet onder het risicoprofiel van politiek opposanten die significante kritiek hebben geuit op de autoriteiten of het regeringsbeleid, zoals volgt uit het landenbeleid voor Egypte. Ook een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van het EVRM is niet aannemelijk, nu de geloofwaardige asielmotieven niet te herleiden zijn tot een situatie als bedoeld in paragraaf C2/3.3 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
3.5
De asielaanvraag is afgewezen als ongegrond en aan eiser is een terugkeerbesluit, gericht op vertrek naar Egypte, met een vertrektermijn van 4 weken opgelegd.
Wat vinden eiser en verweerder in beroep?
4. Eiser voert in beroep de volgende gronden aan.
4.1
Eiser heeft een oprechte inspanning geleverd om zijn asielrelaas ten aanzien van de strafvervolging door de Egyptische autoriteiten met documenten te onderbouwen. Zo heeft eiser een uittreksel uit het strafregister overgelegd, een arrestatiebevel en verklaringen en documenten van de Egyptische autoriteiten en zijn advocaat in Egypte. Verweerder heeft in zijn conclusies op dit punt te veel betekenis toegekend aan de conclusies van Bureau Documenten (BD) over het uittreksel uit het strafregister en onvoldoende de inhoud van dit document gewogen in samenhang met de verklaringen van eiser. Ten aanzien van de verklaringen van eiser op dit punt heeft eiser ten onrechte geen integrale geloofwaardigheidsbeoordeling gemaakt en is ook ten onrechte niet het voordeel van de twijfel gegeven, zoals volgt uit artikel 4, vijfde lid van de Kwalificatierichtlijn. Gelet op het voorgaande heeft verweerder ten onrechte geconcludeerd dat het gezocht worden door de Egyptische autoriteiten vanwege de verkiezingen in 2000 niet geloofwaardig is.
4.2
Ook de problemen van eiser vanwege betrokkenheid bij de FJP partij in Bahrein zijn ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Verweerder heeft de rol en de activiteiten van eiser daar ten onrechte als marginaal aangemerkt en heeft o.a. miskend dat eiser de enige vertegenwoordiger van FJP in Bahrein was en dat hij daar toespraken heeft gehouden en voorlichting heeft gegeven namens de partij. Eiser wijst in dit kader op het rapport van het El Shebab Centre for Human Rights. Ook aan de andere onderbouwende stukken, zoals de brief van de advocaat over de strafzaak in 2017 en de bijlagen over het stemrecht en het niet kunnen aanvragen van officiële documenten, heeft verweerder te weinig betekenis toegekend. Ook de tegenwerping ten aanzien van het verkrijgen van pensioenuitkeringen uit Egypte is ten onrechte gedaan door verweerder.
4.3
Tot slot heeft verweerder ten onrechte geconcludeerd dat de (politieke) activiteiten van eiser, zowel in Bahrein als in Nederland, onvoldoende zijn om gegronde vrees voor vervolging aannemelijk te maken. Verweerder heeft onvoldoende betekenis toegekend aan het tweejarige lidmaatschap van de FJP van eiser en verwijst hierbij naar landeninformatie van Vluchtelingenwerk Nederland en van Amnesty International over de casus van Mahmoud Hussein, die na jaren stilgelegd onderzoek alsnog strafrechtelijk vervolgd is in Egypte voor politiek activisme.
5.
Conclusie
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder de asielaanvraag van eiser op goede gronden heeft afgewezen. Ook het terugkeerbesluit gericht op vertrek naar Egypte blijft in stand.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Dictum
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M.A. Vinken, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier.
Dictum
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De datum van verzending van deze uitspraak ziet u hierboven.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.